NBBI-lid werkt samen met Koningin Máxima in een project

Foto’s: © Oranje Fonds / Patrick van Katwijk

Uit het archief

De NBBI is trots op haar leden die zich dagelijks inzetten voor het welzijn van hun cliënten. Eén van de leden, Credura Financial Services, heeft zich al jarenlang ingezet voor het project DB4ALL & TIGERS in Roermond. Zij bewaken daar de financiële gezondheid van jongeren in het kader van schuldpreventie en dragen daardoor bij aan hun toekomstperspectief.

Tijdens een recente bespreking met Hare Majesteit Koningin Maxima over de individuele bijdrage aan het project van de heer Chaib Ramdani van DB4ALL & TIGERS, werd Credura vertegenwoordigd bij hare majesteit de Koningin door Managing Director de heer Ron Impelmans MBA en hoofd bewindvoering mevrouw Nathaly Feuler. Deze bijeenkomst onderstreept de expertise en betrokkenheid van Credura en de NBBI in de financiële zorgverlening.

De NBBI is vereerd om haar leden te mogen vertegenwoordigen die zich inzetten voor hoogwaardige en betrokken financiële zorgverlening. Samen met haar leden draagt de NBBI bij aan een toekomst waarin financiële zorgverlening van hoge kwaliteit toegankelijk is voor iedereen.

Credura Financial Services is trots op haar bijdrage aan het project DB4ALL & TIGERS en haar samenwerking met de NBBI. “We zijn vereerd om door Koningin Maxima te zijn erkend voor onze inzet en expertise op het gebied van financiële zorgverlening,” aldus de heer Impelmans en mevrouw Feuler” Dit onderstreept het belang van ons werk en onze inzet voor een betere toekomst voor jongeren in Nederland.”

Credura Financial Services en de NBBI bedanken alle betrokkenen bij het project DB4ALL & TIGERS en spreken hun waardering uit voor de succesvolle samenwerking tot op heden.

De NBBI is de brancheorganisatie voor bewindvoerders, mentoren, curatoren en inkomensbeheerders in Nederland. De NBBI zet zich in voor hoogwaardige en betrokken financiële zorgverlening en biedt ondersteuning aan haar leden om hun werk optimaal uit te kunnen voeren.

Credura Financial Services is een betrokken en deskundige financiële zorgverlener die zich inzet voor het welzijn van haar cliënten. Zij bieden onder andere bewindvoering, budgetbeheer en schuldhulpverlening aan en doen een bijdrage aan sociale initiatieven. Alsmede werken zijn daarbij samen met partners in het maatschappelijk veld om een integrale aanpak te bieden.

Bekijk hier de sfeerimpressie.

Beschermingsbewind en de overheid

Uit het archief

Beschermingsbewind kan door de kantonrechter worden ingesteld indien iemand in financieel opzicht hulp en bescherming nodig heeft. De kantonrechter benoemt daarbij tevens een bewindvoerder die vervolgens met de betrokkene een plan van aanpak opstelt om de financiën weer op orde te krijgen. Misschien minder zichtbaar voor de buitenwereld is dat ook de overheid een rol vervult bij het bewind.

Vanuit de landelijke overheid zijn regels opgesteld voor het bewind. Op deze regelgeving wordt later in gegaan. Daarnaast is financiering van de bewindvoering nodig. De beloning van een bewindvoerder komt voor rekening van de persoon die onder bewind is gesteld. Indien de betrokkene de kosten van beloning zelf niet kan dragen, komen die kosten in aanmerking voor vergoeding uit de bijzondere bijstand. Hierdoor zijn ook de lokale overheden, de gemeenten, betrokken bij het bewind. Tevens heeft de landelijke overheid een (beleids)verantwoordelijkheid voor de bijzondere bijstand en de gemeenten. Verderop wordt de relatie tussen bewindvoerders en gemeenten verder uitgediept.

Regels voor beschermingsbewindvoerders
Het beschermingsbewind is in het Burgerlijk Wetboek opgenomen onder de naam ‘onderbewindstelling ter bescherming van meerderjarigen’. Een bewind kan worden ingesteld indien de betrokkene zijn financiële belangen niet behoorlijk kan waarnemen vanwege zijn lichamelijke of geestelijke toestand (toestandsbewind) of als gevolg van verkwisting of het hebben van problematische schulden (schuldenbewind).

De wet maakt verder een onderscheid tussen professionele bewindvoerders en familiebewindvoerders. Voor professionele bewindvoerders – dat zijn bewindvoerders die het bewind voeren ten behoeve van drie of meer personen – geldt dat zij moeten voldoen aan bepaalde kwaliteitseisen. Tevens voorziet de wet in controle op het voldoen aan de kwaliteitseisen door een accountant. Het Landelijke Kwaliteitsbureau CBM (LKB), een onderdeel van de rechtspraak, beoordeelt of de professionele bewindvoerder tot bewindvoerder kan worden benoemd (het toelatingsverzoek) en aan de eisen blijft voldoen (het handhavingsverzoek).

De kwaliteitseisen voor de genoemde professionele bewindvoerders zijn uitgewerkt in het Besluit kwaliteitseisen curatoren, beschermingsbewindvoerders en mentoren. Het besluit stelt eisen over de werving (integriteit), opleiding, scholing en begeleiding, de omgang met de betrokkene, de klachtenregeling, de dossiervorming, de bedrijfsvoering en eisen ter voorkoming van belangenverstrengeling.

Per 1 januari 2022 is het Besluit kwaliteitseisen gewijzigd. De wijziging heeft onder meer betrekking op het plan van aanpak dat de bewindvoerder opstelt. Hierin worden het doel van het bewind en de wederzijdse afspraken met de betrokkene vastgelegd. De wijziging van het besluit brengt mee dat de bewindvoerder het doel en de gemaakte afspraken tussentijds – dus gedurende de looptijd van het bewind – kan aanpassen. De mogelijkheid van een tussentijds aanpassing van het plan van aanpak biedt gelegenheid om bijvoorbeeld de toegenomen zelfredzaamheid van betrokkene hierin te verwerken. Daarmee wordt het plan van aanpak een meer ‘levend’ document en kan meer maatwerk worden geleverd. Op die manier kan, waar mogelijk, de zelfredzaamheid van de betrokkene worden bevorderd.

Eerder is er al op gewezen dat de bewindvoerder recht heeft op een beloning. Dat is uitgewerkt in de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren. Uitgangspunt is dat de bewindvoerder adequaat wordt beloond voor de uitoefening van zijn taken. De hoogte ervan hangt af van de situatie of sprake is van ‘standaardwerkzaamheden’ of van extra werkzaamheden in verband met ‘problematische schulden’. De jaarbeloning geldt daarbij als een gemiddelde: een forfaitaire beloning dus. Het ene bewind zal immers meer tijd vergen dan het andere. Zoals eerder aangegeven, is het ook de taak van de bewindvoerder om de zelfredzaamheid van de rechthebbende te bevorderen, voor zover dat in de situatie van betrokkene mogelijk is. Bij de hoogte van de jaarbeloning zijn drie uren meegerekend voor het bevorderen van de financiële zelfredzaamheid van betrokkene.

Samenwerking tussen bewindvoerders en gemeenten
In de laatste jaren is er meer aandacht gekomen voor de samenwerking tussen bewindvoerders en gemeenten. Dat past bij het gegeven dat zowel de bewindvoerder als de gemeente een rol vervult bij een persoon met problematische schulden. Ik herinner daarbij ook aan de Brede Schuldenaanpak van het kabinet en de afgeronde, lopende of nog te starten onderzoeken en pilots waarmee meer inzicht wordt gezocht in de aansluiting en doorstroom tussen bewind, de schuldhulpverlening (MSNP) en de wettelijke schuldsanering (WSNP). Ik wijs daarnaast op de volgende ontwikkelingen.

Op 1 januari 2021 is een wet in werking getreden die voorziet in een adviesrecht voor gemeenten. Daarin is geregeld dat de gemeente de mogelijkheid krijgt om een advies aan de rechter te geven ‘over de vraag of een voldoende behartiging van de belangen van rechthebbenden kan worden bewerkstelligd met een meer passende en minder verstrekkende voorziening dan met de voortzetting van bewind.’ De gemeente kan daarmee aan de rechter uiteenzetten welke ondersteuning naast of in plaats van het door de rechter ingestelde bewind kan worden aangeboden aan mensen met problematische schulden en waarom dit aanbod meer passend is dan het ingestelde bewind.

Een andere impuls aan de samenwerking tussen bewindvoerders en gemeenten is het Landelijk Platformoverleg Schuldenbewind dat eind 2020 van start is gegaan. In dit platformoverleg komen vertegenwoordigers van de bewindvoerdersorganisaties en gemeenten periodiek bijeen om de ontwikkelingen op het gebied van schuldenbewinden te bespreken. Bij het overleg zijn ook vertegenwoordigers vanuit de rechtspraak en de overheid aanwezig. Het primaire doel van het platformoverleg is kennisuitwisseling, met de mogelijkheid om “best practices” en ervaringen te delen. De insteek is dat hetgeen in het platformoverleg wordt besproken uiteindelijk effect krijgt in de praktijk op lokaal niveau. Als het gaat om informatie-uitwisseling op lokaal niveau is het bijvoorbeeld van belang dat voor beschermingsbewindvoerders duidelijk is welke vormen van ondersteuning gemeenten aanbieden. De bewindvoerder kan dan beter inschatten of de betrokkene op enig moment verder door de gemeente kan worden ondersteund en dus kan uitstromen uit schuldenbewind.

Ten slotte
Bewindvoerders hebben op tal van manieren – direct en indirect – te maken met de landelijke en lokale overheid. Voorop staat dat de persoon die te maken heeft met problematische schulden zo goed mogelijk moet worden geholpen. Daarvoor is kwaliteit nodig en een goede samenwerking tussen de professionals. De landelijke en lokale overheden vervullen hierbij een eigen rol. Dat samenspel tussen bewindvoerders en overheden duurt voort en is nog niet af. Het blijft dus ‘werken aan bewind’.

Een interview met een kantonrechter van de rechtbank Noord-Nederland in Assen

Uit het archief

De samenwerking tussen de bewindvoerders en de rechtbank is in de afgelopen jaren flink verbeterd. Op welke manier zouden beide nog beter kunnen samenwerken?
“Het is lastig om met kortere lijnen te werken. We hebben in Noord-Nederland immers te maken met ruim tweehonderd bewindvoerderskantoren en daarnaast nog een groot aantal familiaire bewindvoerders. Daarbij worden wij als kantonrechter bewust wat afgeschermd. Ik vind dat de bewindvoerders al wel kortere lijnen hebben met de juridische medewerkers. Ik spoor onze medewerkers ook vaak aan om te bellen met bewindvoerders als er specifieke vragen zijn. Dit werkt vaak sneller en prettiger. Nogal eens worden formulieren niet goed aangeleverd. Er worden daardoor veel stukken heen en weer gestuurd, omdat zaken niet zijn ingevuld bijvoorbeeld.”

De beloning van de bewindvoerder is niet meer passend gezien de hoeveelheid werkzaamheden die wij de afgelopen jaren erbij hebben gekregen. Hoe kijkt u daar tegen aan?
“Dat geldt helaas overal, ook voor ons. Wij hebben eigenlijk meer mensen nodig om ons werk volgens de standaarden op een kwalitatief goede manier te doen. Dit geldt al helemaal voor bewind. Bewind is in het verleden een ondergeschoven kindje geweest, zowel in deze regio als in de Rechtspraak als geheel. We hebben onvoldoende budget gekregen om gelijke pas te houden met de groei. Deze groei was niet voorzien en tegelijkertijd werd er ook bezuinigd op de Rechtspraak. Je moet de schaarste dus verdelen en dan gaat strafrecht vaak voor. Het strafrecht heeft een grotere maatschappelijke impact en is dan ook voortdurend in het nieuws. Er werd afgeroomd bij de afdeling civiel en dus ook bij bewind. Zo wilde men het strafrecht goed in de steigers houden. Ook wij moeten dan een afweging gaan maken in het toegenomen werk en de beschikbare ondersteuning. We moeten dan gaan beknibbelen op onze kwaliteit, door bijvoorbeeld meer te delegeren dan wij eigenlijk willen en veel schriftelijk af te handelen. Heel veel zaken zie ik tegenwoordig niet meer. Je kunt je afvragen wanneer kwalitatief gezien de bodem bereikt is. Bewindvoerders worden hier ook mee geconfronteerd. Je wil kwaliteit leveren met een beloning die onvoldoende is voor het steeds meer groeiende takenpakket. Er is weliswaar een indexering op de beloning, maar die weegt niet op tegen het extra werk dat gedaan moet worden. In deze situatie ontkomen bewindvoerders er ook niet aan om bepaalde afwegingen maken. Neem je bijvoorbeeld Hbo-geschoolden aan, of zoek je het meer in de administratieve ondersteuning? “

Wat delegeren jullie allemaal?
“Wij hebben drie niveaus, namelijk de administratie, de juridisch medewerkers en de rechters. De werkzaamheden waarbij het gaat om de controle van de rekening en verantwoordingen (R&V), vallen nu onder de administratieve ondersteuning. Dat geldt ook voor het opvragen van de vijfjaarlijkse evaluaties. Je kunt erover twisten of het beoordelen van de rapportages wel een taak is voor de administratieve ondersteuning. Maar veel kan worden gedelegeerd. Indien er onduidelijkheden zijn dan gaat de R&V naar de juridisch medewerker. Die is bevoegd om meer beslissingen te nemen en kan ook de bewindvoerder uitnodigen voor een gesprek. Gelukkig speelt dit bij professionele bewindvoerders niet zo vaak, maar bij familiaire bewindvoerders juist heel veel. Dikwijls weten mensen te weinig af van het maken van een rekening en verantwoording. Als er dan nog geen duidelijkheid komt op onze vragen dan gaan we ‘opschalen’ en komt de zaak op zitting bij de kantonrechter. Heel veel dossierwerk, en met name het schriftelijk afdoen, zijn bij ons gedelegeerd aan de juridisch medewerker. Dat gebeurt bijvoorbeeld al bij het instellen van schuldenbewinden.

Bewindsvoeringszaken met keurige schuldenlijsten en akkoordverklaringen van rechthebbenden en anderen en een professionele bewindvoerder doen wij schriftelijk af. Deze zaken zie ik zelf dus helemaal niet meer.”

Zal de rechtbank in de toekomst meer tijd krijgen voor toezicht in bewindvoeringszaken?
“Dat gaat er hopelijk wel komen, maar daarvoor heb je mensen nodig en die hebben wij nu niet. Het moet immers uit de lengte of uit de breedte komen. Als we dat zouden willen doen dan zouden wij op andere taken moeten inperken om hier mensen voor vrij te maken. Afgesproken is dat wij zeker op het gebied van schuldenbewinden meer gaan doen. Als bij de eerste rekening en verantwoording al duidelijk is dat de schuldenlast nog steeds hetzelfde is als bij aanvang van het bewind, dan gaan wij vragen stellen. Juist omdat een schuldenbewind uitgesproken wordt voor vijf jaar, zou in principe na een of twee jaar de zaak aangemeld moeten kunnen zijn bij de gemeente voor een schuldenregeling. Als wij in de vervolgrapportages hier niets over lezen dan gaan wij hierover vragen stellen.”

Moet het uitvoeren van een schuldenbewind een taak van een bewindvoerder of van de gemeente zijn?
“Dat maakt mij eigenlijk niks uit. Ik vind toezicht sowieso geen rechterlijke taak. Wij moeten oordelen bij geschillen en geen toezicht houden. Pas als er een geschil ontstaat, kun je bij de rechter komen en die zegt: ‘Zo zit het volgens mij en zo moet u verder gaan.’ Dat hoort bij het rechterlijke werk. De wetgever heeft echter besloten dat wij een toezichthoudende functie erbij hebben. Rond 1980 is bewind in het Burgerlijk Wetboek gekomen, toen voornamelijk gericht op de
familiaire bewinden. “

“Destijds deden een aantal gemeenten zelf het beschermingsbewind voor hun inwoners maar door de groeiende aantallen en complexiteit werd het voor de gemeenten te veel. Die wilden het vervolgens niet meer zelf doen en lieten het over aan de markt of kozen ervoor om het te gaan outsourcen. “

Schuldenbewinden
“De oorzaak van het ontstaan van deze schuldenbewinden ligt, denk ik, bij de gemeenten. Die hebben de taak ten aanzien van de schuldenproblematiek niet opgepakt of konden het niet aan, terwijl die krachtens de wet wel aan hen toebehoorde. De toenmalige rechtbank Assen heeft zich heel lang op het standpunt gesteld dat het bij schulden niet om een lichamelijke of geestelijke toestand gaat. De rechtbank sprak daarom überhaupt geen schuldenbewinden uit. De rechtbank Groningen, alsook vele andere rechtbanken, deden dat al wel. Assen was een van de laatste rechtbanken die uiteindelijk ook overstag ging. In 2014 heeft de wetgever de grondslag van het
schuldenbewind in het BW opgenomen, wat in feite een codificatie van de praktijk was. We hebben daarom nu twee soorten bewinden. Bewind in verband met een lichamelijke en/of geestelijke toestand en het schuldenbewind. “

“Om terug te komen op de vraag wie het schuldenbewind behoort uit te voeren: als gemeenten het evengoed kunnen doen als private bewindvoerderskantoren, vind ik dat prima. Zij hebben immers de wettelijke taak om voor hun inwoners te zorgen. Daarbij heeft de gemeente bovendien het voordeel dat zij op multidisciplinaire wijze
aan de schuldenproblematiek kan werken. Het gaat immers ook dikwijls om multi-probleemgezinnen. Als er een partij is die de regie kan voeren over een gezin, dan is het de gemeente. “

“Gemeenten, en met name de gemeente Groningen, beweren dat ze dit werk net zo goed en goedkoper kunnen doen. Dat laatste geloof ik niet zo snel. Ik heb nog geen gemeente gezien die efficiënter en goedkoper weet te werken dan een private bewindvoerder. Ik ben het ermee eens als de gemeente zegt: ‘Wij betalen bijzondere bijstand maar hebben geen enkel zicht op wat er in het dossier gebeurt’. Dat is een terecht punt, maar dat heb je als gemeente aan jezelf te wijten. Eigenlijk moet je niet bij de bewindvoerders aankloppen, maar bij de rechtbank en vragen wat voor toezicht zij eigenlijk op de dossiers houdt.”

Wie zou er volgens u toezicht moeten houden?
“Ik vind het toezicht geen rechterlijke taak en zou er voor pleiten om hiervoor een apart orgaan in het leven te roepen.”

Maakt u zich zorgen over het toezicht van de rechtbank?
“Wij hebben een aantal moeilijke jaren achter de rug, maar door de digitalisering beginnen wij er nu steeds meer grip op te krijgen. Wij hebben de werkprocessen inmiddels beter georganiseerd. In 2013-2014 ontstonden enorme achterstanden in het toezicht, omdat wij de groei niet zagen aankomen. Bovendien mochten we van de Raad voor de Rechtspraak geen nieuwe medewerkers aannemen. Henk Jongsma, teamleider in Assen, heeft zich hiertegen met succes verzet. Op een gegeven moment zag het bestuur ook de noodzaak in en gelukkig hebben we toen het beleid echt goed weten neer te zetten.”

Zelfredzaamheid is een hot item tegenwoordig; je hoort het overal. Als bewindvoerder word je geacht hieraan te werken. Hoe kijkt u tegen zelfredzaamheid aan.

“Zelfredzaamheid is enerzijds een containerbegrip. De Rechtspraak heeft hier heel lang geen aandacht voor gehad, omdat wij volop bezig waren onze eigen processen op orde te krijgen. Wij hebben nu gelukkig voldoende mensen en is de wet geëvalueerd door het Bureau Bartels. Uit deze evaluatie kwam voort dat zodra het bewind eindigt de betrokkene ook de kans moet hebben gehad om het zelf te leren. Toen ontstond er ook meer aandacht voor zelfredzaamheid. Ook wij vinden dat heel belangrijk en we gaan hier meer vragen over stellen tijdens onze tweejaarlijkse gesprekken met de bewindvoerderskantoren. Sommige kantoren hebben stappenplannen, terwijl andere kantoren aan maatwerk de voorkeur geven. Wat wij van alle bewindvoerders horen, is dat er bij de betrokkene in het hoofd geen ruimte is om aan zelfredzaamheid te werken zolang er nog schulden zijn. Het heeft pas zin als de schulden zijn gesaneerd, maar dan krijg je de situatie dat de grond voor de onderbewindstelling is komen te vervallen.

Mr. G.J.J. Smits is in Noord-Nederland terecht gekomen als sectorvoorzitter Kanton onder de vorige organisatiestructuur van de Rechtspraak. Er waren toen nog sectoren: Straf, Civiel, Bestuur en Kanton. In 2011 is hij gestopt met het sectorvoorzitterschap en is hij kantonrechter geworden in de rechtbank in Assen. Daar is hij zich steeds meer gaan bezighouden met curatele, bewind en mentorschap. In 2013 is hij gevraagd om deel uit te maken van de landelijke Expertgroep CBM

Tijdelijk Noodfonds Energie

Uit het archief

Het Noodfonds is een initiatief van Eneco, Essent, Greenchoice, Vattenfall, SchuldenlabNL, en NSR (de Nederlandse Schuldhulproute). De Rijksoverheid ondersteunt het Noodfonds. We zien het Noodfonds als een aanvulling op bestaande maatregelen (prijsplafond, energietoeslag). Ook stimuleren we burgers om eerst andere hulpmogelijkheden (energie besparen, financiële hulp of toeslagen/voorzieningen) te benutten. Het Noodfonds is er voor huishoudens met een hoge energierekening in combinatie met een bruto-inkomen per maand lager dan € 2.980,- (alleenstaand) of € 4.180,- (samenwonend). Voor deze huishoudens betaalt het Noodfonds een deel van de energierekeningen van oktober 2022 tot en met maart 2023.

Sinds lancering zijn er zorgen en vragen bij bewindvoerders over de mogelijkheid om mensen onder bewind te helpen bij de aanvraag voor het Noodfonds. De afgelopen weken waren Horus en de NVVK met het Noodfonds in gesprek over manieren om het Noodfonds nog toegankelijker te maken.

Het Noodfonds lanceert deze week de computerversie van de aanvraag, met mogelijkheid de aanvraag voor iemand anders te doen. Dat gaat via DigiD machtiging bij de Belastingdienst, UWV en Toeslagen. Vorige week heeft een bewindvoerder de computerversie van de aanvraag getest. Om bewindvoerders zo goed mogelijk op weg te helpen, zetten we hierbij de belangrijkste informatie over het Noodfonds en DigiD machtiging op een rij.

Hoe werkt het Noodfonds

Het Noodfonds kijkt hoe hoog de energierekening is in vergelijking met het inkomen van de volwassenen in het huishouden. Als te veel van het inkomen nodig is voor energie, dan betaalt het Noodfonds een deel van de energierekening. Het maakt niet uit welke energieleverancier een huishouden heeft. Het Noodfonds Energie is een toevoeging aan de Energieroute van Geldfit: geldfit.nl/energie. De Energieroute is een gids die mensen helpt met tips om te besparen en geeft een overzicht van organisaties die kunnen helpen bij geldzorgen. Huishoudens kunnen ook checken of zij alle regelingen en voorzieningen gebruiken die er voor hen zijn. Het Noodfonds werkt met drie stappen:
1. De Noodfonds Check
2. De berekening
3. De uitslag
Kijk op www.noodfondsenergie.nl voor uitleg over alle stappen.

Belangrijke zaken

  • Het Noodfonds is een privaatrechtelijk initiatief.
  • De aanvraag voor het Noodfonds heeft geen effect op andere (gemeentelijke) regelingen.
  • Het Noodfonds is er voor huishoudens met een inkomen dat maximaal 200% van het sociaal minimum is, en een eigen energiecontract.
  • Huishoudens kunnen met terugwerkende kracht een aanvraag doen voor steun over de periode oktober 2022 tot en met maart 2023.
  • Het proces om een aanvraag te doen voor het Noodfonds is zelfstandig volledig digitaal te doorlopen.
  • Vanuit de Noodfonds-check worden huishoudens die in aanmerking komen vanzelf doorverwezen naar de computerversie of smartphone-app van de aanvraag voor het Tijdelijk Noodfonds Energie
  • In het aanvraagproces worden huishoudens bij iedere stap voorzien van uitleg. Op de website noodfondsenergie.nl staat alle informatie over het Noodfonds, inclusief veelgestelde vragen (bijvoorbeeld over DigiD, inkomen, energierekening). Voor mensen die er met beschikbare hulpmiddelen toch niet uit komen is er een telefonische hulplijn beschikbaar (085-0881111).
  • Sinds deze week is het mogelijk om de aanvraag voor een huishouden te doen. Dat gaat via DigiD machtiging.

De aanvraag voor iemand anders doen

Het is nu ook mogelijk de aanvraag voor een huishouden te doen. Dat gaat via DigiD machtiging. Daarvoor is het belangrijk te weten:

  • Voor de personen die je helpt moet je een machtiging hebben bij Belastingdienst, UWV en Toeslagen.
  • Op onze website noodfondsenergie.nl staat onder veelgestelde vragen alles wat je nodig hebt om je goed voor te bereiden als je de aanvraag voor iemand anders wilt doen.
  • Je kunt met hetzelfde e-mailadres voor meerdere personen een aanvraag doen. Let op: om te starten doe je eerst één keer de Noodfonds-Check. Dat is nodig om je e-mailadres te koppelen aan de aanvraag. Als je de bevestigingsmail na aanvraag bewaart, kun je daarna vanuit die e-mail meerdere aanvragen starten.
  • Als mensen in het huishouden dat je helpt niet beschikken over DigiD, dan kun je een machtigingscode aanvragen. Je hebt dan het burgerservicenummer (BSN) nodig van de persoon/personen die je gaat helpen. De aangevraagde machtigingscode wordt per post verstuurd naar het huisadres van de persoon voor wie je de aanvraag gaat regelen. Diegene moet je de code persoonlijk geven.
  • In de computeraanvraag die wij op deze termijn hebben gelanceerd, geldt bij meerpersoonshuishoudens dat je als bewindvoerder voor iedereen boven de 23 jaar een machtiging moet hebben. Als je dat niet hebt, kun je de aanvraag aan de keukentafel doen in aanwezigheid van alle volwassenen in het huishouden.
  • Op dit moment, bij lancering van de webversie, geldt nog dat je de aanvraag per kwartaal moet doen (dat betekent dat je voor kwartaal 4 van 2022 en kwartaal 1 van 2023 twee keer een aanvraag doet). Wij hopen dit op zeer korte termijn verder te integreren tot één aanvraag.
  • Sinds lancering merken wij dat er met regelmaat onderhoud is bij de Belastingdienst, UWV of Toeslagen. Omdat wij gegevens ophalen via DigiD bij deze instanties, werkt op die momenten de aanvraagprocedure tijdelijk niet. Dat communiceren wij altijd via onze website.

 

ACHTERGRONDINFORMATIE OVER HET NOODFONDS

(zie www.noodfondsenergie.nl)

Voor wie is het Noodfonds Energie

De volgende huishoudens kunnen steun krijgen van het Noodfonds:

  • Het huishouden heeft een bruto-inkomen van maximaal 200% van het sociaal minimum. Dan is het bruto-inkomen per maand lager dan € 2.980,- (alleenstaand) of € 4.180,- (samenwonend). De bedragen zijn inclusief 8% vakantiegeld.
  • Huishoudens hebben zelf een contract voor gas en/of stroom bij een energieleverancier. De rekening voor gas en/of stroom is hoger dan 10 tot 13 procent van het gezamenlijk bruto-inkomen.

Het Noodfonds betaalt het deel van de maandelijkse energierekening dat meer is dan 10 tot 13 procent van het gezamenlijk bruto-inkomen van een huishouden.

De aanvraag voor het Tijdelijk Noodfonds Energie in 3 stappen

Stap 1: De Noodfonds-check
Eerst doe je de Noodfonds-check. Dat kan op de website www.geldfit.nl/energie. Met deze korte check zie je of de aanvraag voldoet aan de voorwaarden. Je vindt er ook tips om te besparen en een overzicht van organisaties die kunnen helpen bij geldzorgen. Je kunt ook checken of je alle regelingen en voorzieningen gebruikt die er voor jou zijn.

Stap 2: De berekening
Na de Noodfonds-check krijg je instructies om de aanvraag te starten. Het Noodfonds berekent dan automatisch of je in aanmerking komt voor steun.

Dit heb je nodig voor de aanvraag:

  • Een half uur de tijd
  • Het klantnummer en termijnbedragen van je energieleverancier
  • Huisgenoten boven de 18 met een inkomen zijn bij je in de buurt
  • Jij en je huisgenoten hebben DigiD inloggegevens bij de hand

Stap 3: Uitslag van de aanvraag
Je ziet de uitslag van je aanvraag direct in je scherm. Nadat je op de knop ‘Aanvraag versturen’ hebt geklikt, hoef je niets meer te doen. De energieleverancier controleert je aanvraag. Als alles klopt, dan verlaagt je energieleverancier jouw energierekening. Het gaat om de energierekeningen van oktober 2022 tot en met maart 2023.

Is de aanvraag afgewezen? Dan kun je bij Geldfit terecht om te kijken of er nog andere mogelijkheden zijn voor hulp bij geldzorgen. Dat kan via de website www.geldfit.nl/energie.

Context

Eneco, Essent, Greenchoice, Vattenfall, NSR (Nederlandse SchuldhulpRoute) en SchuldenlabNL presenteerden eind maart 2022 een actieplan om huishoudens te helpen om financieel gezond te blijven. Vanaf dat moment zijn deze partijen gezamenlijk aan de slag gegaan met oplossingen voor de hoge energierekening. Op 1 juni 2022 lanceerden zij op www.geldfit.nl/energie een gids met informatie en advies over de hoge energieprijzen. De volgende stap die zij presenteren is de oprichting van het Tijdelijk Noodfonds Energie.

Wijzigingen Wsnp en Msnp op een rij

Uit het archief

Op 7 februari 2023 is in de Eerste Kamer het wetsvoorstel ‘Verbetering doorstroom naar de Wettelijke Schuldsanering Natuurlijke Personen (Wsnp)’ aangenomen. Alle wijzigingen hebben we overzichtelijk op een rij gezet.

Nieuwe kansen voor slapende dossiers
De wijzigingen zorgen er onder andere voor dat schuldendossiers waarvoor nu geen oplossing bestaat, wel in behandeling kunnen worden genomen.

Wijzigingen gaan op korte termijn in
De wetswijziging gaat in zodra de aangepaste wet is gepubliceerd in de Staatscourant. De twee mogelijke data voor publicatie zijn 1 juli 2023 en 1 januari 2024. In beide gevallen is de voorbereidingstijd voor wettelijk vertegenwoordigers kort. Daarom is het goed om de dossiers die je zonder oplossing tijdelijk opzij hebt moeten leggen, er snel weer bij te pakken.

Wat gaat er op hoofdlijnen veranderen?

  • De 10-jaarstermijn wordt volledig geschrapt.
  • De Wsnp gaat van 3 jaar naar 1,5 jaar.
  • De ‘goede-trouw-toets’ gaat van 5 jaar naar 3 jaar.
  • Tijd van het minnelijk traject kan in mindering worden gebracht op de duur van de Wsnp.
  • Als er geen afloscapaciteit is of het is onmogelijk om een minnelijk traject uit te voeren, mag deze overgeslagen worden en kan de verzoeker rechtstreeks naar de Wsnp.
  • Omdat minnelijk gespiegeld is aan wettelijk zal het minnelijk ook op 1,5 jaar gesteld worden.

Tijdens het debat op 8 februari jl. heeft minister Schouten (Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen) bovendien toegezegd dat het minnelijk traject zal worden gespiegeld aan het wettelijke traject. Dat betekent dat de termijn voor de Msnp net als die voor de Wsnp naar 1,5 jaar gaat. Ook zal er een implementatiecommissie worden ingesteld om alle wijzigingen goed te laten landen binnen het werkveld van schuldhulpverlening.

Wat betekent dit concreet voor jou?
Elke wettelijk vertegenwoordiger heeft in zijn praktijk wel een aantal schuldendossiers waar tot nu toe geen oplossing voor was omdat punt 1 of 3 in de weg zaten. Deze dossiers kun je nu gaan voorbereiden omdat ze nu kans van slagen hebben.

Wat kun je doen in verschillende situaties? 
Situatie 1: het Wsnp-traject is eerder beëindigd zonder schone lei: 

  • Onderzoek wat de reden van beëindigen was en ga na of deze redenen nu voldoende onder controle zijn. Is noodzakelijke hulp ingezet en is deze weg duurzaam ingezet? Geef daarvan een onderbouwing.

Situatie 2: het Wsnp-traject is eerder beëindigd met schone lei:

  • Maak inzichtelijk waarom het weer ‘fout’ is gegaan. Was deze reden eenmalig (life-event) of is deze reden nu onder controle? Geef daarvan een onderbouwing.

Situatie 3: de goede trouw ontbreekt in de afgelopen 3 jaar:

  • Is de cliënt door gedrag en hulp veranderd waardoor deze omstandigheden in een ander daglicht komen te staan? Geef daarvan een onderbouwing. De cliënt maakt weer kans om toegelaten te worden.

Schuldenlijst niet compleet? Ook zij maken weer kans
Daarnaast is het ook goed om te kijken naar de dossiers waarin je de schuldenlijst niet compleet kan krijgen door bijvoorbeeld het vele verhuizen van cliënt, door een periode van dak- en thuisloosheid of door een ex-partner die schulden heeft gemaakt binnen de relatie.
Deze dossiers kunnen nu weer allemaal klaar gemaakt worden voor schuldhulpverlening en eventueel de Wsnp. Het is aan te bevelen om hier nu mee aan de slag te gaan, zodat de dossiers klaarliggen voor behandeling zodra de wetswijzigingen ingaan.

Geen tijd te verliezen
Minister Schouten geeft aan dat de gemeenten nog tot 1 januari 2024 de tijd nodig hebben om het minnelijk traject aan te laten sluiten bij het wettelijke. Dat is jammer, want daardoor gaat kostbare tijd verloren. Daarom is het fijn dat de beschermingsbewindvoerders van Horus gebruik kunnen maken van de Pilot Toevoeging bewindvoerders Wsnp (PTW).

Sneller tot regeling komen via pilot
Deze secundaire route is nu al voor jouw cliënt beschikbaar. Je hebt hier al kennis mee kunnen maken op het Horus Jaarcongres 2022 en tijdens de regiobijeenkomst die vanuit Horus en Bureau Wsnp was georganiseerd. Je kunt kosteloos gebruikmaken van een Wsnp-bewindvoerder die het minnelijk traject al op de nieuwe wetgeving zal vormgeven waardoor jouw cliënt nu al kan profiteren van de wijzigingen.

Vind een Wsnp-bewindvoerder om snel een minnelijke regeling te treffen
Hier kun je de lijst van deelnemende Wsnp-bewindvoerders raadplegen bij Bureau Wsnp. Vink daarbij het volgende hokje aan: is deelnemer pilot

Maak gebruik van Wsnp-bewindvoerders voor Msnp
Horus beveelt deze pilot waarbij de Wsnp-bewindvoerder de schuldhulpverlening voor jou verzorgt van harte bij je aan. Deze dienstverlening is niet alleen sneller, maar geeft ook minder administratieve rompslomp voor je kantoor, de Wsnp-bewindvoerder gaat mee naar zitting, is gratis voor cliënt en beschermingsbewindvoerder en blijkt in de praktijk zeer succesvol. De eerste interne metingen laten zien dat deze verzoekschriften in 95,5% van alle gevallen toegekend worden door de rechtbank. Ook in het minnelijke traject is de pilot succesvol met een slagingspercentage (overall) van 91%.

Reactie Horus op amendement over beschermingsbewind

Uit het archief

Vanochtend stuurde Gert Boeve, namens Horus, een e-mail naar kamerlid Michiel van Nispen (SP) als reactie op zijn amendement over beschermingsbewind.

Gert Boeve:
“Met verbazing, teleurstelling én zorg heb ik kennisgenomen van uw amendement over beschermingsbewind (35 915 nr 9).

Laat ik beginnen met de door u genoemde perverse prikkel. In het kader van een lopend onderzoek in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid door onderzoeksbureau SEO naar de financieringssystematiek en bekostiging bij schuldenbewind heb ik, als voorzitter van branchevereniging Horus, aangegeven dat ik graag hiervan af wil. Al was het maar, omdat de huidige financieringssystematiek met zich meebrengt dat sommige politici, zoals u, vermoeden dat bewindvoerders hun cliënten onnodig lang onder bewind houden. In die zin vinden wij elkaar. Wel merk ik hierbij op dat de huidige financieringssystematiek zo vormgegeven is, om de administratieve lasten voor cliënten, hun bewindvoerders en de eventueel meebetalende overheid, zo beperkt mogelijk te houden. Elk ander systeem zal kostenverhogend werken.

Mijn verbazing, teleurstelling en zorg zit in de gevolgtrekking van uw constatering. Namelijk verbindt u er het voorstel aan dat voortaan gemeenten zelf beschermingsbewind gaan uitvoeren en dat beschermingsbewindvoerders verder onder toezicht van de gemeenten hun werk moeten doen. Horus vindt beschermingsbewind, net als u, een vergaande maatregel. Wij vinden het dan ook van belang om te benadrukken dat, omdat het zo’n vergaande maatregel is, beschermingsbewind niet voor niets door een rechter opgelegd wordt en dat elke bewindvoerder jaarlijks verantwoording aflegt bij de rechter. Rechters besluiten ook jaarlijks of een bewindvoerder nog benoembaar is. Uw amendement roeit door deze verantwoordings- en controlesystematiek heen. Bent u bekend met deze systematiek? Mocht u vinden dat meer of anders toezicht gehouden moet worden, dan moet u dát regelen. Als Horus staan wij open voor gesprek.

Beschermingsbewind is een echt vak, wat niet iedereen kan en ligt. Graag nodig ik u uit om bij een van de leden van Horus op werkbezoek te komen, om dit zelf te ervaren. Helaas wordt daar soms makkelijk over gedacht – door nieuwkomers in de branche, maar ook door gemeenten. Zo is de gemeente Deventer niet voor niets ontslagen als bewindvoerder – zie daar trouwens de toegevoegde waarde van onafhankelijk toezicht! Het is ook niet onze ervaring dat gemeenten vaak ingewikkelde dossiers moeten oplossen, omdat ‘commerciële bewindvoerders de “moeilijke” zaken laten liggen’. Sterker, wij zien bij Horus juist vaak het omgekeerde, dat juist gemeenten relatief makkelijke dossiers oppakken en moeilijke dossiers doorschuiven naar een bewindvoerder. U verwijst naar de Dordtse aanpak. Wij hebben hiervan ook kennisgenomen. Wat wij zien, is dat sommige gemeenten cliënten onder het motto ‘effectief en efficiënt’ het liefst zo snel mogelijk naar ‘lichtere’ vormen, zoals budgetbeheer brengen. Maar hoe effectief is dit? Wij zien in toenemende mate dat cliënten na een paar jaar terugkeren onder bewind. Dat is niet effectief én helpt deze kwetsbare bewoners ook niet. Bovendien zijn gemeenten en budgetbeheerders onder regie van gemeenten niet goedkoper, terwijl financiële overwegingen vaak wel een grote rol spelen (zo werft Dordrecht bewindvoerders in schaal 9; een schaal die bewindvoerders helaas niet kunnen betalen aan hun medewerkers). Wij zien overigens ook wel dat gemeenten leeglopen op bewind en delen hun zorgen en frustraties. Wij zijn dan ook voor een andere financiering van bewind. De bijzondere bijstand is bedoeld voor ‘bijzondere’ gevallen en daar hoort bewind niet bij. Het lopende onderzoek van SEO zal daar ook een antwoord op moeten geven, wat Horus betreft.

Ik vind – tot slot – uw voorstel ook ernstig bezwaarlijk, omdat u voorbijgaat aan de bedoeling van beschermingsbewind: namelijk het bewaken en beschermen van (de financiële belangen van) diegenen die zo kwetsbaar zijn, dat ze zelfs tegen zichzelf beschermd moeten worden. Beschermingsbewindvoerders staan enkel voor de belangen van hun cliënt en niet voor die van derden. Niet zelden is juist de overheid een belangrijke veroorzaker van de financiële problemen waar onze cliënten mee te maken hebben. Ik hoef u in dat kader alleen maar te wijzen op de toeslagenaffaire. Deze kwetsbare Nederlanders verdienen een eerlijke en onafhankelijke belangenbehartiger – geen uitvoerder van of namens de overheid!

Het hoeft dan ook geen betoog dat ik u verzoek om uw amendement in te trekken. Een verdiepend gesprek ga ik graag met u (en uw collega’s) aan – al dan niet tijdens een werkbezoek aan een van onze leden. Graag verneem ik uw reactie en van uw belangstelling.”

Overleg beloning bewindvoerders met ministeries en VNG

Uit het archief

Deze maand hebben wij diverse bespreking gehad met het Ministerie van Justitie en Veiligheid, Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en VNG inzake de beloningssystematiek voor bewindvoerders. Wij hebben daarbij gebruik gemaakt van het gevoerde onderzoek op het intranet voor bewindvoerders.
Ministerie SZW heeft aangegeven om met een verder diepgaander onderzoek te komen of het huidige beloningssystematiek nog passend is.

Daarnaast hebben we de knelpunten, zoals wij hebben gesignaleerd bij de toetreding tot de schuldhulpverlening, kenbaar gemaakt. Daarbij zijn wij met een aantal adviezen gekomen waaronder het voorstel voor het opzetten van een landelijk convenant tussen gemeenten en bewindvoerders. De partijen hebben hun interesse geuit voor het convenant.

Bovenstaande is een mooi voorbeeld waar wij, naast onze andere activiteiten, mee bezig zijn.

Kinderopvangtoeslag affaire

Uit het archief

Zoals jullie waarschijnlijk allemaal wel in het nieuws hebben meegekregen krijgen personen die gedupeerde zijn in de KOT affaire (in ieder geval) een vaste compensatie van €30.000, dit bedrag kan in enkele gevallen zelfs nog oplopen wanneer er meer schade aannemelijk is gemaakt. Er zijn daarmee erg veel vragen vanuit personen die onder bewind zijn gesteld en vanuit ons als bewindvoerder. Wat moet er met dit bedrag gebeuren? Moeten we hier schulden van aflossen? Is dit bedrag volledig ter beschikking voor de cliënt? Etc.

Aangezien er zoveel onduidelijkheden zijn omtrent de afhandeling van de compensatie toeslagenaffaire heeft de Rechtspraak een aantal richtlijnen en een beslisboom omtrent machtigingsverzoeken opgesteld om de bewindvoerder enigszins duidelijkheid te verschaffen. Er is echter ook nog veel onduidelijk in de concrete uitwerking aangezien er politiek gezien nog niet overal een beslissing in is genomen.

Als je een cliënt hebt die in aanmerking komt voor de compensatie is het verzoek om de richtlijnen en de beslisboom goed door te nemen! Dit geeft wellicht al een aantal antwoorden op jouw vragen.