Even offline, zonder de cliënt uit het oog te verliezen

Even off-grid op een terras in de Provence, voeten in het zand op Terschelling of gewoon een weekje niksen op de bank: ook bewindvoerders, curatoren en mentoren hebben recht op vakantie. Toch voelt loslaten voor veel van onze leden anders dan voor de gemiddelde Nederlander. Je neemt niet alleen je koffer mee, maar ook de wetenschap dat er mensen van jou afhankelijk zijn: voor hun huur, hun boodschappengeld, soms voor cruciale beslissingen over hun zorg. Zeker als eenpitter of klein kantoor is “er even tussenuit” al snel een hele logistieke operatie.

De wettelijke basis: even opfrissen

Dat gevoel van verantwoordelijkheid is niet voor niets zo zwaar. Beschermingsbewind grijpt diep in: de cliënt kan niet meer zelf over zijn inkomen beschikken, en jij staat daar middenin. Vandaar dat de wetgever scherpe kwaliteitseisen stelt, en die blijven ook gewoon gelden als jij op een ligstoel onder een parasol je boek leest. Het Besluit kwaliteitseisen curatoren, beschermingsbewindvoerders en mentoren is daarin glashelder: artikel 5 bevat voor alle drie de beroepsgroepen een aantal gemeenschappelijke basisvereisten: een vaste contactpersoon voor de cliënt, minimaal vier dagen per week telefonische bereikbaarheid, en een reactietermijn van twee werkdagen op mails, voicemails en andere berichten.

Voor curatoren en mentoren komt daar nog iets bovenop. Zij nemen niet alleen besluiten over geld, maar ook over de zorg of de behandeling van een persoon. Soms gaat het om ingrijpende keuzes. Daarom moeten zij ook buiten kantooruren een noodvoorziening hebben geregeld, voor het soort situaties dat geen twee werkdagen kan wachten, zoals een acute opname of een spoedeisende medische beslissing. Bereikbaarheid is voor hen dus niet alleen een kwestie van klantvriendelijkheid, maar van leven en welzijn.

Mag je dan wel weg?

De wet verbiedt vakantie niet, maar verlangt wel dat de dienstverlening doorloopt. De verantwoordelijkheid daarvoor rust niet op jou als persoon, maar op de organisatie van je praktijk. Je hoeft dus niet zelf 24 uur per dag beschikbaar te zijn, zolang de continuïteit goed is geregeld.
Een goede waarneming regelen is dus geen aardig extraatje richting je cliënten, het is een wettelijke verplichting. Vaste lasten moeten gewoon doorlopen, een spoedmail moet gewoon binnen twee werkdagen beantwoord worden, ook als jij zelf de Mont Ventoux op fietst.

De praktijk van de eenpitter

En precies daar wringt het voor veel kleine kantoren. Een groot kantoor schuift moeiteloos een collega naar voren. Maar als je in je eentje, of met een klein team, een praktijk runt, is “even een waarnemer regelen” geen kwestie van een rooster aanpassen: je moet iemand vinden die jouw cliënten (in grote lijnen) kent, en die jij vertrouwt met hun geld of welzijn. Veel leden lossen dit creatief op: een vaste waarneemafspraak met een collega-bewindvoerder in de regio, een wederkerige regeling (“ik waarneem voor jou in juli, jij voor mij in augustus”), of korte overdrachtsdossiers per cliënt zodat een waarnemer in tien minuten weet waar hij aan toe is.

Ook het Aegis-netwerk kan hier een rol spelen: onder vakgenoten die ook lid zijn, is de drempel laag om elkaar tijdelijk bij te staan, en weet je dat je een collega in vertrouwen neemt die de spelregels van het vak net zo goed kent als jij.

Gezonde beslissingen nemen

Vakantie is voor wettelijk vertegenwoordigers geen luxe, maar onderdeel van een gezonde, houdbare praktijk. Een uitgeruste bewindvoerder, curator of mentor neemt nu eenmaal betere beslissingen dan een opgebrande. Een waarneming die goed op papier staat, scheelt bovendien een hoop stress. Voor jou, voor je collega-waarnemer, en niet in de laatste plaats voor je cliënten, die gewoon willen weten dat hun geld op tijd binnenkomt en rekeningen betaald worden. Ongeacht waar jij die ansichtkaart vandaan stuurt.

 

Irma Post, bewindvoerder, mentor, curator, en eigenaar van SOFIAD Bewind B.V.:

“Eind augustus heb ik vakantie. Een paar weken lang ben ik dan niet aan het werk: mijn medewerkers nemen alles over. Dat gaat heel goed en ik vertrouw ze volledig.
Toen ik nog eenpitter was, was het anders. Dan zat ik ’s avonds in mijn hotelkamer betalingen te doen. Daar stelde ik me toen op in en ik had nog niet zoveel cliënten, dus het was prima. Maar hoe het nu is, is veel beter.
Dit is een hectisch beroep, en ik merk dat ik ook echt rust en vakanties nodig heb. Daarom blijft mijn laptop in het weekend dicht en gaat mijn telefoon ’s avonds standaard om tien uur uit. Ook hebben wij als kantoor geen WhatsApp voor cliënten. Cliënten weten wanneer en hoe ze ons kunnen bereiken.

Dit is een hectisch beroep, en ik merk dat ik ook echt rust en vakanties nodig heb

Mijn medewerkers en ik gaan elke zomer om beurten op vakantie. Het kantoor blijft bemand en we blijven dus telefonisch en per mail bereikbaar. We hebben elk ons eigen cliëntenpakket en vertellen onze cliënten wanneer we vakantie hebben. Zo zijn ze niet verrast als een collega een mailtje beantwoordt. Daarnaast zorgen we voor een goede overdracht, zodat collega’s elkaars cliënten kunnen helpen zonder het hele dossier te hoeven kennen.
Ik denk dat het voor iedereen in dit vak belangrijk is om rustmomenten in te plannen, ook als je geen collega’s hebt. Hoe die ontspanning eruitziet, is voor iedereen anders, maar zorg dat je die krijgt.”

 

Paula Koedoot, bewindvoerder en eigenaar van Gès Advies:

“Ik ben 71 en doe dit werk sinds 2009. Ik ben mijn hele leven ondernemer geweest, in diverse disciplines. Ik heb een mooi mandje met levenservaring en wilde daar anderen mee helpen; daarom koos ik voor bewindvoering. En ik vind het nog steeds leuk werk.
Dit jaar hebben mijn man en ik geen vakantieplannen. Vakantie is bij ons niet zo belangrijk. We hebben een fijn huis met een heerlijk terras. Als het lekker weer is, ga ik gewoon buiten zitten. Dat is voor mij ontspanning genoeg.
Mijn medewerker neemt normaal gesproken één of twee weken vakantie. Dan neem ik haar cliënten over. Dat gaat heel gemoedelijk. Dit jaar heeft ze nog geen plannen. Dat is haar verantwoordelijkheid, en ik laat haar daarin vrij.

Toen ik net begon en nog eenpitter was, was ik altijd bereikbaar en ging ik nooit op vakantie

Ik kan goed afstand nemen van mijn werk en raak niet snel in paniek. Het is voor mij ook geen probleem om in het weekend even mijn mail te checken. Maar eerlijk gezegd: de drukte hier valt erg mee. Er zijn dagen waarop de telefoon zelfs helemaal niet gaat.
Toen ik net begon en nog eenpitter was, was ik altijd bereikbaar en ging ik nooit op vakantie. Op een gegeven moment heb ik dat veranderd. Ook de regelgeving maakte een vervanger verplicht, al heb ik daar nog nooit gebruik van hoeven te maken. Het was een goede ontwikkeling. Maar hoe je die rust invult, mag wat mij betreft iedereen zelf weten.”

Wie stop een ongenadige boeteverhoging?

Joyce kon de paniek in haar stem nauwelijks verbergen toen zij belde naar het telefonisch spreekuur van haar bewindvoerder, waar ik een dagje meeliep. Er lagen twee aanmaningen: een belastingaanslag en een boete omdat ze net iets te veel gedronken had en toch in de auto was gestapt. Bij beide liep de deadline deze week af. Wanneer er niet betaald werd, zou een verhoging volgen. “Je hebt te weinig reserve om ze allebei te betalen”, meldde de bewindvoerder, “En we kunnen ook niet alvast een voorschot nemen op het vakantiegeld.” Joyce hing gelaten op.

Bijstand

Joyce zit net als haar moeder al haar hele leven in de bijstand, vertelde de bewindvoerder na het verdrietige telefoontje. Ze heeft een lichte verstandelijke beperking waardoor ze niet altijd de consequenties van haar eigen handelen kan overzien. Joyce kreeg te maken met ernstig huiselijk geweld door de man met wie ze twee kinderen had. Hij verdween daarvoor een jaar in de gevangenis. Kort na zijn detentie kwam de bewindvoerder Joyce toevallig op straat tegen en zag dat zij opnieuw zwanger was. Van haar gewelddadige ex, vertelde Joyce met enige schaamte… Dan kan je er gewoon op wachten totdat de bom opnieuw ontploft, dacht de bewindvoerder. Het levensverhaal van Joyce zit zo vol verkeerde afslagen. En soms heeft ze gewoon stomme pech.

Nachtmerrie

Voor mensen zoals Joyce is de recent aangekondigde verhoging van de verkeersboetes een nachtmerrie. Een deskundige legde eens aan de Tweede Kamer uit dat de eerste verhoging van een boete heel effectief is. Mensen zijn vergeten te betalen of schrikken zich rot van de dubbele kosten. Maar de tweede verhoging heeft nauwelijks effect. Omdat die verdrievoudigde boete in de meeste gevallen terecht komt bij mensen die de eerste al niet konden betalen.

Begroting

Instanties zoals de Raad voor de Rechtspraak, fracties in de Tweede Kamer en zelfs het CJIB wijzen erop dat de voorgenomen verhoging juist de financieel meest kwetsbare groepen kan raken en mensen in grote problemen kan brengen. Bovendien beginnen de hoge verkeersboetes steeds meer disproportioneel te worden in vergelijking met andere delicten, zoals diefstal en mishandeling. De minister houdt niettemin vast aan de verhoging. De reden? Anders lukt het niet om de begroting rond te krijgen. Door de inflatiecorrectie toe te passen, komen er naar verwachting nog enkele tientallen miljoenen extra binnen bovenop de 1 miljard die toch al in de kassa van het departement verdwijnt.

Boetebeleid

Het is niet de eerste keer dat er maatschappelijke kritiek komt op het boetebeleid van de overheid. Veel daklozen lopen bijvoorbeeld rond met stapels boetes voor zwartrijden in het openbaar vervoer. Natuurlijk betalen ze die niet. En dus worden om de zoveel tijd die boetes omgezet in een gevangenisstraf. “Als je mazzel hebt, krijg je een oproep in de winter. Dan ben je in ieder geval van straat als het kouder wordt”, vertelde een dakloze eens met een grote grijns.

Dikke bult

Het verhaal van Joyce past bij het beeld van een overheid die steeds vaker degene is die mensen financieel over de rand duwt, waarna diezelfde overheid met schuldhulpverlening aan de slag gaat om de problemen die ze zelf veroorzaakt heeft weer op te lossen. Natuurlijk kan je een boete voorkomen door je keurig aan de regels te houden. Maar ‘eigen schuld, dikke bult’ heeft daarmee niet altijd het laatste woord. Zeker als een boete steeds maar wordt verhoogd. Dan wordt het wrijven in een vlek die steeds groter wordt, zonder dat een begin van een oplossing in beeld komt.

Toeslagenaffaire

Regelmatig blijkt dat het heel lastig is om wet- en regelgeving te maken zonder dat er ergens een onbedoeld neveneffect opduikt. Neem de toeslagenaffaire. Dat was bedoeld om fraude tegen te gaan, veranderde in een meedogenloos monster en nu verschijnen er weer berichten in de krant dat mogelijk duizenden mensen onterecht zijn gecompenseerd voor schade die ze helemaal niet geleden hebben. Het is om hopeloos van te worden.

Bevoegdheid

Toch denk ik dat ongeacht ieders politieke overtuiging, er weinig mensen zijn die het prima vinden dat Joyce een steeds hogere boete krijgt. Idealiter zou er daarom iemand moeten zijn die zorgt voor maatwerk en in schrijnende gevallen op de stopknop kan drukken. Ik weet niet of het realistisch is, maar zouden wettelijk vertegenwoordigers daarin geen rol kunnen spelen? Wij weten als geen ander hoe iemands financiële situatie is en of er sprake is van roekeloosheid of van overmacht. Is een beschermingsbewind niet bedoeld om mensen te beschermen, tegen zichzelf maar misschien soms ook tegen een onrechtvaardige overheid? Zou een bewindvoerder niet een soort discretionaire bevoegdheid kunnen krijgen om een spaak in de wielen te steken van een doordenderende overheid die meer schade veroorzaakt dan ooit de bedoeling van de wetgever is geweest? We zullen daarvoor altijd verantwoording moeten afleggen aan de onafhankelijke kantonrechter, maar ik gun het mensen zoals Joyce dat een genadige bewindvoerder in de toekomst kan zeggen: “Aan die boete kan ik niets veranderen. Ik ga er wel voor zorgen dat die verhogingen worden stopgezet.”

Neem bij vragen of opmerkingen rondom politiek en lobby contact op met Jan-Willem Wits: jwits@aegis.nl of 06 131 621 36.

Gerechtshof Amsterdam: tekortkoming bewindvoerder leidt niet automatisch tot schadevergoeding

Aegis ondersteunt incidenteel leden bij procedures waarvan de uitkomst van belang kan zijn voor de branche als geheel. In uitzonderlijke gevallen levert Aegis daarbij ook een financiële bijdrage aan de juridische ondersteuning van een lid. Op 26 mei 2026 heeft het Gerechtshof Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak die Aegis om die reden heeft ondersteund. De uitspraak geeft belangrijke duidelijkheid over de aansprakelijkheid van bewindvoerders en het begrip schade.

Wat speelde er?

De zaak betrof een cliënt die onder beschermingsbewind stond en als zelfstandig ondernemer werkzaam was. Door de aard van zijn werkzaamheden waren de inkomsten sterk wisselend.
Bij aanvang van het bewind was duidelijk afgesproken dat de administratie van de onderneming en het verzorgen van de belastingaangiften niet tot de werkzaamheden van de bewindvoerder zouden behoren. De cliënt zou daarvoor een boekhouder inschakelen. Ondanks herhaalde verzoeken van de bewindvoerder gebeurde dit pas na langere tijd. Ook ontving de bewindvoerder onvoldoende informatie over de actuele inkomsten.
Toen uiteindelijk een boekhouder werd ingeschakeld, bleek dat de cliënt gedurende een langere periode te veel toeslagen en uitkeringen had ontvangen. Deze bedragen moesten worden terugbetaald.

Oordeel van de kantonrechter

De kantonrechter oordeelde dat de bewindvoerder onvoldoende zorgvuldig had gehandeld. Volgens de kantonrechter had de bewindvoerder eerder moeten onderkennen dat de wisselende inkomsten gevolgen konden hebben voor de hoogte van toeslagen en uitkeringen.
De bewindvoerder werd daarom veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van € 1.914,22, een bedrag dat ongeveer overeenkwam met twaalf maanden bewindvoerdersbeloning.

Waarom ondersteunde Aegis deze procedure?

Aegis zag in deze zaak een principiële vraag die verder reikt dan het individuele dossier. De centrale vraag was niet alleen of de bewindvoerder voldoende zorgvuldig had gehandeld, maar vooral of een bewindvoerder kan worden veroordeeld tot betaling van schadevergoeding wanneer geen sprake is van daadwerkelijke vermogensschade.
Daarnaast speelde de vraag of de reguliere bewindvoerdersbeloning kan worden beschouwd als schade die moet worden terugbetaald wanneer achteraf wordt vastgesteld dat een bewindvoerder een fout heeft gemaakt.
Deze vragen zijn van belang voor alle professionele bewindvoerders.

Oordeel van het Gerechtshof

Het Gerechtshof Amsterdam kwam gedeeltelijk tot een ander oordeel dan de kantonrechter.
Het hof bevestigde dat van een bewindvoerder een actieve en proactieve houding mag worden verwacht. Volgens het hof had de bewindvoerder meer zicht moeten houden op de inkomensontwikkeling van de cliënt en op de verhouding tussen de ontvangen inkomsten en de voorschotten op toeslagen en uitkeringen. Het hof oordeelde daarom dat sprake was van een toerekenbare tekortkoming in de zorg van een goed bewindvoerder.
Vervolgens beoordeelde het hof echter de vraag of daardoor ook schade was ontstaan.

Het hof stelde vast dat de ontvangen toeslagen en uitkeringen bedragen waren waarop geen recht bestond. Dat deze bedragen later moesten worden terugbetaald, betekende volgens het hof niet dat de vermogenspositie van de rechthebbenden was verslechterd. Per saldo hadden zij geen vermogensschade geleden. Het hof merkte daarbij op dat dit anders kan zijn wanneer bijvoorbeeld boetes of rente verschuldigd worden als gevolg van een toerekenbare tekortkoming van een bewindvoerder.

Daarnaast verwierp het hof het oordeel dat de betaalde bewindvoerdersbeloning als schade zou moeten worden aangemerkt. Die vergoeding is immers betaald voor alle werkzaamheden die de bewindvoerder heeft verricht en kan niet zonder meer worden gezien als schade die voortvloeit uit een specifieke tekortkoming.
Op grond daarvan vernietigde het hof de beschikking van de kantonrechter en wees het de verzoeken tot schadevergoeding alsnog af.

Belang voor de branche

De uitspraak bevestigt dat een tekortkoming van een bewindvoerder niet automatisch leidt tot aansprakelijkheid voor schadevergoeding. Voor een succesvolle schadevordering moet niet alleen worden vastgesteld dat een bewindvoerder tekort is geschoten, maar ook dat daadwerkelijk schade is geleden en dat er een voldoende verband bestaat tussen die schade en de gemaakte fout.

Tegelijkertijd onderstreept de uitspraak dat van bewindvoerders een actieve rol wordt verwacht bij het signaleren van financiële risico’s, zeker wanneer sprake is van wisselende inkomsten, ondernemerschap en inkomensafhankelijke regelingen.

De uitspraak biedt daarmee belangrijke handvatten voor de dagelijkse praktijk van professionele bewindvoerders en verduidelijkt de grenzen van aansprakelijkheid binnen het beschermingsbewind.

Werkconferentie STRIDE

Als gevolg van de snel vergrijzende bevolking, is de noodzaak om te voorzien in de behoeften van oudere personen op het gebied van zorg, juridische ondersteuning en bescherming uitgegroeid tot een urgent maatschappelijk probleem. De betaalbaarheid en uitvoerbaarheid staan onder druk. Op 16 juni 2026 namen bestuurslid Kirsten van Hall en beleidsmedewerker Raoul Eljon namens Aegis deel aan de werkconferentie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, waar deze thema’s centraal stonden.

De projectnaam STRIDE staat voor ‘onderSTeuning & bescheRmIng van ouDEre personen’. Het multidisciplinair wetenschappelijk samenwerkingsverband doet onderzoek naar het huidige systeem van juridische ondersteunings- en beschermingsmaatregelen: curatele, bewind en mentorschap en het levenstestament. Centrale vraag is of het huidige systeem voldoet aan de mensenrechten en het voldoende rekening houdt met de wensen en verwachtingen van ouderen. Daarnaast wordt onderzocht of het vertegenwoordigers en mantelzorgers voldoende houvast biedt bij de uitvoering van hun taak. Op basis van het onderzoek zullen aanbevelingen worden gedaan voor de ontwikkeling van een toekomstbestendig systeem van juridische ondersteunings- en beschermingsmaatregelen voor oudere personen.

Na vijf jaar studie was het zeer nuttig dat de voorstellen voor meer maatwerk aan de hand van casussen door de aanwezige professionals konden worden getoetst. Hieruit kwam veel waardevolle informatie, die inzicht geeft in de voor- en nadelen van de voorstellen voor wet- en regelgeving. De geleverde input zal worden meegenomen in de uiteindelijke aanbevelingen van het STRIDE-onderzoek.

We moeten praten.. over AI!

Mijn zoon studeert Creative Business aan de BUas hogeschool in Breda. Die opleiding combineert het leren maken van video’s, radioprogramma’s en andere media met bedrijfskundig onderwijs. Als vroege peuter liep hij al steevast met een DVD-hoesje onder zijn arm en kon hij eindeloos verdwijnen in films en tv-series. Dat hij van zijn levenslange passie zijn beroep wil maken, kwam voor mensen die hem al wat langer kennen daarom niet als een verrassing.

Ik heb geen enkele twijfel dat mijn zoon met zijn creatieve en technische ‘skills’ in staat zal blijken om succesvol te zijn als freelancer of zelfs met een eigen bedrijf. Ik ben er tegelijk van overtuigd dat de filmsector waarin hij aan de slag wil aan de vooravond van een enorme transitie staat die al eventjes is begonnen. Wie op sociale media zit, ziet het iedere dag voorbijkomen. Met AI wordt het steeds eenvoudiger om videocontent te produceren die zo realistisch is dat je het verschil met ‘levensechte’ beelden niet of nauwelijks meer kunt zien. Neem deze nep trailers die werden gemaakt met AI. En bedenk: hier is geen enkele acteur aan te pas gekomen, geen filmset, geen camera’s. Het enige wat de maker hoefde te doen, is AI een script sturen.

Parodiefilmpjes

Het zijn vooral de grappige parodiefilmpjes rond de Amerikaanse president Donald Trump die de hele wereld overgaan. Maar het risico op misbruik en de productie van fake news is natuurlijk een schaduwkant die even realistisch is. Bovendien zal het van toekomstige filmmakers zoals mijn zoon nog heel wat creativiteit en denkkracht vragen om nieuwe verdienmodellen te ontwikkelen. Mijn zoon heeft nog net het staartje van het aanstaande verleden meegemaakt. Hij liep stage bij de opnames van het nieuwe seizoen van ‘Flikken Rotterdam’, een populaire politieserie. Er stonden al snel zo’n honderd mensen op de set tijdens een filmdag, van acteurs tot de catering. Het grootste deel daarvan kan over een jaar of vijf thuisblijven.

Alleseter

Ik troost mij met de hoop dat het nog wel even duurt voordat creatieve beroepen zoals dat van mijn zoon en mijzelf volledig zijn verdwenen. Maar AI is een gulzige alleseter die steeds verder groeit door de voeding die het ontvangt. Wanneer de beste wereldliteratuur van de afgelopen eeuwen door AI voldoende is verwerkt, zou het zomaar eens kunnen zijn dat ChatGTP in de nabije toekomst de Nobelprijs voor de literatuur wint. Voor beroepen die draaien om vaste (administratieve) werkprocessen ziet het er nog somberder uit. Ik sprak laatst iemand van een groot MKB-accountantskantoor. Daar hadden vier jonge ‘tech-nerds’ een applicatie ontwikkeld waardoor vrijwel de hele afdeling voor simpele belastingaangiften, samen een man of vijftig, kon worden opgeheven. Bij samenstelwerkzaamheden en accountantscontroles zal het menselijke handwerk eveneens steeds meer plaatsmaken voor digitale oplossingen, voorspelde mijn gesprekspartner. Omdat het sneller en goedkoper is (AI neemt geen vrije dagen op en is nooit ziek). Maar ook omdat er minder fouten worden gemaakt.

Toekomstmuziek

De oplettende lezer voelt de bui al hangen… Wat gaat dit dan betekenen voor onze eigen sector?! Digitalisering heeft het werk van met name bewindvoerders al volledig veranderd ten opzichte van zeg twintig jaar geleden. Daar zijn nieuwe drempels voor teruggekomen, zoals gedoe met eHerkenning en digitale sleutels. Maar AI zal echt tot een nog ingrijpender en disruptieve transitie leiden. Het vraagt geen groot visionair vermogen om te voorspellen dat veel van de huidige administratieve taken, die bovendien een vast ritme hebben, in principe in aanmerking komen om door een AI-applicatie te worden overgenomen. Het is toekomstmuziek die sommige pioniers in vergelijkbare sectoren, maar ook in onze eigen sector, al volop laten horen. Het is niet de vraag óf het gaat gebeuren maar wannéér.

Appeltje-eitje

Technisch zal het waarschijnlijk appeltje-eitje zijn om veel bewindvoerderswerk naar AI toe te schuiven. De belangrijkste vertraging zit waarschijnlijk in de kosten. Rond AI hangt het beeld dat het gratis is, maar dat is bij zakelijk gebruik absoluut niet zo (alleen al omdat gratis in de digitale wereld vaak betekent dat je je data afstaat en daar zitten de meeste zakelijke klanten niet op te wachten, alleen al vanwege privacyoverwegingen). Zoals bij iedere technische innovatie, van de personal computer tot elektrische auto’s, betalen de eerste gebruikers de hoofdprijs. Daarna gaan de kosten snel omlaag. Maar zeker in onze sector zal het nog wel even duren voordat iedereen toegang heeft tot betaalbare AI-applicaties voor de bewindvoerderspraktijk.

Bewindvoerder 2.0

Laten we die tijd zinvol gebruiken om met elkaar in gesprek te gaan over technische innovaties zoals AI en de gevolgen daarvan voor ons vak. Wat zijn de kansen, de risico’s en de bedreigingen? Wat betekent dit voor de toekomst van het beroep van bewindvoerder? Welke vaardigheden en eigenschappen passen daarbij? Wat betekent dit voor de opleiding van nieuwe collega’s? ‘Orthodoxe’ bewindvoerders wijzen mij er altijd op dat in strikte zin een beschermingsbewind ziet op het vermogen van een cliënt en niet op de cliënt zelf. Ik schat in dat door de komst van AI dat grotendeels gaat (ver)schuiven. Het zal ook het nadenken over de kwaliteit van ons beroep veranderen. Waar de (technische) kwaliteit van een bewindvoerder nu onder meer impliceert dat op tijd rekeningen worden betaald, aangiften worden verzorgd en toeslagen worden aangevraagd, zal dat met AI geen issue meer zijn. Waar zit dan nog wel de toegevoegde waarde van een professionele bewindvoerder 2.0?

Ruimte

Dat zal vermoedelijk veel meer zijn in het ondersteunen van cliënten, bijvoorbeeld in het versterken van zelfredzaamheid, het begeleiden van ‘ondersteunende besluitvorming’ en in het geval van schulden voorkomen van een terugval in oude patronen. Ook ontstaat meer ruimte voor contact en communicatie met cliënten. En dat zijn nu precies de werkzaamheden waarvan de politiek, de samenleving en ook cliënten zelf graag zouden zien dat bewindvoerders daar meer tijd in steken. Dat is dan ook hoe de titel van de nota van oud-Kamerlid Hülya Kat het samenvat: ‘Meer tijd, aandacht en bescherming bij bewind’.

Roerige tijd

De bewindvoerder van de toekomst gaat door innovaties zoals AI een roerige maar ook uitdagende tijd tegemoet. Het is een kans om onszelf opnieuw uit te vinden. Wanneer we met de rug naar de toekomst gaan staan, is het risico groot dat we over enkele jaren hebben gewerkt aan onze eigen overbodigheid. We hebben geen tijd te verliezen. Of, zoals Sven Kockelmann altijd zegt in zijn radioprogramma Sven op 1: “We moeten praten.”

Neem bij vragen of opmerkingen rondom politiek en lobby contact op met Jan-Willem Wits: jwits@aegis.nl of 06 131 621 36.

Ledenraadsverkiezing: verslag van de telling

Verslag van de telling – Ledenraadsverkiezing Kieskring II (≥500 dossiers)

De kiescommissie heeft, conform artikel 20 van het huishoudelijk reglement, toezicht gehouden op het verzamelen, rubriceren, tellen en controleren van de geldigheid van de uitgebrachte stemmen voor de vacante zetel binnen kieskring II.

Onderstaand treft u het verslag van de telling aan.

a. Aantal verstuurde stemformulieren: 22 digitale stemformulieren
b. Aantal ontvangen stemformulieren: 22 stemformulieren
c. Aantal blanco uitgebrachte stemmen: 0
d. Aantal geldig uitgebrachte stemmen: 20
e. Aantal ongeldig uitgebrachte stemmen: 2

  • 1 stem is ongeldig verklaard omdat de betreffende organisatie niet (meer) voldeed aan de eis van minimaal 500 cliënten
  • 1 stem is ongeldig verklaard vanwege een dubbele inzending vanuit één organisatie (waarbij conform de regels slechts één stem per organisatie is toegestaan)

f. Aantal op de respectieve kandidaten uitgebrachte stemmen:

  • Irma de Bruin (SBB Zorg(t)): 11 stemmen
  • Natalie van Zanten (Verder Bewind Zuid): 9 stemmen

g. Gekozen kandidaat: Op basis van de geldige stemmen is Irma de Bruin (SBB Zorg(t)) verkozen tot lid van de ledenraad namens kieskring II (≥500 dossiers)

De kiescommissie heeft vastgesteld dat de telling correct is uitgevoerd en dat de uitslag rechtsgeldig tot stand is gekomen.

Dit verslag is opgesteld conform artikel 20.3 en wordt gepubliceerd overeenkomstig artikel 21 van het huishoudelijk reglement.

Oproep: Aegis zoekt een verhaal uit de praktijk

Elke dag zetten mentoren, bewindvoerders, curatoren en inkomensbeheerders zich in voor hun cliënten. Vaak gaat dat om kleine stappen die een groot verschil maken: een doorbraak in een lastige situatie, rust in de financiën van een cliënt, of het moment waarop iemand weer perspectief krijgt.

Voor een nieuwe reeks verhalen zijn wij op zoek naar praktijkvoorbeelden van leden die iets bijzonders hebben kunnen betekenen voor een cliënt of voor meerdere cliënten. Misschien was er een moment waarop je echt in de bres bent gesprongen, een ingewikkelde situatie hebt opgelost of een cliënt weer op weg hebt geholpen – en wil je daarover vertellen.

We willen deze verhalen graag in beeld brengen in korte video’s, zodat we kunnen laten zien hoe waardevol en betekenisvol dit werk is. Heb jij een verhaal dat je wilt delen? Laat het ons weten! Mail naar info@aegis.nl.

Een goed gesprek begint bij de feiten

Door Jan-Willem Wits, adviseur public affairs

“Hoe vaak worden bewindvoerders vanwege fraude ontslagen?” Het is een vraag die journalisten vaak stellen als er een bewindvoerder tegen de lamp loopt. Tot voor kort konden we eigenlijk alleen maar een optelsom maken van ontslagen die we al dan niet via de media kenden.

Journalisten die met de Rechtspraak belden, kregen tot voor kort evenmin een helder beeld. Het toezicht op bewindvoerders door de rechtbank is “goed op orde”, zei een woordvoerder anderhalf jaar geleden in antwoord op vragen van een journalist van de Volkskrant. Maar over hoeveel fraudegevallen we het dan per jaar hebben, kon ze niet zeggen, want dat werd niet bijgehouden. Het ontlokte de journalist als reactie: “Hoe weet de rechtbank dat het toezicht goed is, als zij al niet bijhoudt hoeveel ‘foute’ bewindvoerders zijn ontdekt en hoe hun fouten aan het licht komen?”

Landelijke cijfers

Gelukkig hebben we sinds kort wel wat meer landelijke cijfers. In 2024 zijn vijf uitvoerders geregistreerd vanwege fraude en/of niet functioneren, meldde De Rechtspraak. Dat bevestigt ons beeld dat het gelukkig een relatief zeldzaam verschijnsel is, hoe ontzettend verdrietig en ingrijpend het ook is voor iemand die toch slachtoffer wordt van een ‘foute’ bewindvoerder.

Reputatieschade

Zeker omdat fraude door bewindvoerders voor grote reputatieschade voor de sector zorgt, hebben wij als brancheorganisatie veel belang bij een objectief en onafhankelijk beeld wat er misgaat en door wie. Wanneer wij zeggen dat het allemaal best meevalt zonder dat door feiten te kunnen staven, zullen veel journalisten denken: ‘Logisch, die proberen hun straatje schoon te poetsen’.

Objectief

“Discussies in de politiek en de media zouden moeten gaan over visies, niet over feiten”, heb ik eens van een hoogleraar geleerd. Ook in onze eigen sector lopen we regelmatig aan tegen een tekort aan objectieve en onafhankelijke data. Uit gemeenteland klonk de afgelopen jaren vaak de klacht dat de kosten voor schuldenbewinden die gemeenten uit de bijzondere bijstand moesten betalen explosief toenamen, al dan niet omdat ‘gewiekste’ bewindvoerders een relatieve dure beschermingsmaatregel van de rechtbank los wisten te peuteren terwijl goedkopere interventies door gemeentes zelf, zoals budgetbeheer, vaak zouden volstaan.

‘Uitgestelde’ toestandenbewinden

De cijfers laten een ander beeld zien. Het aantal schuldenbewinden loopt terug. Slechts twintig procent van alle beschermingsbewinden is bovendien een schuldenbewind. Ook denken wij dat veel schuldenbewinden eigenlijk gewoon ‘uitgestelde’ toestandenbewinden zijn waarbij problematische schulden een extra element, maar niet een zelfstandige reden voor een bewind vormen. Wanneer de schulden zijn opgelost, is de kans groot dat een rechter het beschermingsbewind door laat lopen maar dan op een andere grondslag. Alleen weten we nu nog niet hoe vaak dat feitelijk ook gebeurt.

Digitalisering

Nu de rechtspraak steeds verder gaat op de weg van digitalisering ontstaat een waardevolle databank die iedereen verder kan helpen. Wat is de gemiddelde looptijd van een CBM-maatregel en zitten er verschillen tussen de C, de B en de M? Zien we trends terug in de cijfers, bijvoorbeeld dat steeds meer jongeren een wettelijk vertegenwoordiger krijgen (of juist niet)? Hoe zit het met de vrouw-man verhouding? Hoe vaak worden familiaire bewindvoerders ontslagen omdat het werk onder de maat is of er vermoedens zijn van fraude?

Versnipperd

Die informatie is er natuurlijk, maar versnipperd of verborgen. Alle puzzelstukjes bij elkaar leggen, is in de praktijk nog behoorlijk lastig. Ook in onze contacten met ambtenaren, politici en andere stakeholders zou het enorm helpen wanneer we makkelijk toegang hebben tot alle data die voor de sector relevant zijn en we ook beleidsvragen beter onderbouwd kunnen beantwoorden. Een goed gesprek over onze sector én over onze cliënten begint bij de feiten.

Neem bij vragen of opmerkingen rondom politiek en lobby contact op met Jan-Willem Wits: jwits@aegis.nl of 06 131 621 36.

Is het einde van het decentralisatiegeloof in zicht?

Door Jan-Willem Wits, adviseur public affairs

Ruim 8.600 Nederlanders wisten op woensdag 18 maart (of kort daarna) of ze een plek in de gemeenteraad van hun woonplaats kregen of konden behouden. Het is niet bepaald een politieke functie waarvoor mensen massaal in de rij staan. Afhankelijk van de grootte van de gemeente is het vaak veel werk. Er zijn fractievergaderingen, commissievergadering en natuurlijk de vergadering van de gemeenteraad als geheel. Dan heb je nog de eindeloze stroom aan stukken, af en toe een werkbezoek en de ledenvergaderingen van je eigen partij.

Ook omdat steeds minder mensen lid zijn van een politieke partij is het vinden van mensen die in de gemeenteraad willen en kunnen aanschuiven daarom een lastige klus. Het kost je al snel twintig uur per week en daar staat een zeer bescheiden vergoeding tegenover. De meeste raadsleden hebben er nog een betaalde baan naast. Ga er maar aan staan. Zeker als je ook nog een gezin met (jonge) kinderen hebt of een carrière aan het opbouwen bent.

Zakkenvullers!

Wat niet meehelpt, is dat er nou niet echt talloze juichende kiezers langs de weg staan als de lokale volksvertegenwoordigers naar de raadszaal lopen. Er is vast wel iemand die het leuk vindt, maar veel lokale politici beschouwen ook het ‘flyeren’ tijdens de plaatselijke verkiezingscampagne als corvee waar weinig eer aan valt te behalen. De meeste mensen behandelen je als opdringerige Jehovah’s Getuige en lopen stug door. Sommigen worden zelfs agressief. “Er komen zeker weer verkiezingen aan dat je je op straat durft te vertonen! Anders zien we jullie nooit! Zakkenvullers!”. Gezelligheid. Ook lokale verkiezingsdebatten worden meestal alleen bezocht door partijleden die hun eigen kandidaten komen steunen. Veel kiezers geloven het wel en laten hun keuze toch vooral bepalen door wat er in Den Haag gebeurt.

Bewegingsruimte

Misschien nog wel het lastigste van lokale politiek bedrijven, is dat je zo weinig bewegingsruimte hebt om echt beleid te maken. Ik ben zelf betrokken geweest bij de collegeonderhandelingen voor een van de grote steden. De verkiezingen hadden de kaarten binnen de raad behoorlijk opgeschud en de grootste en nogal felle oppositiepartij stond te trappelen om het nu helemaal anders te gaan doen. Totdat de hoogste financiële ambtenaar aanschoof die zuinigjes een paar miljoen op tafel legde na de vraag hoeveel ruimte er was voor nieuw beleid. Een snelle rekenaar merkte verbijsterd op: ‘Maar dat is nauwelijks één procent van de totale begroting!?’. Klopt, bevestigde de ambtenaar. De rest van het geld zat vast in eerdere toezeggingen, structurele personeelskosten, landelijke regelingen, huisvesting en gemeentelijke voorzieningen zoals speeltuinen en het wagenpark van de plaatselijke vuilnisdienst.

Hoofdpijndossier

Het grootste hoofdpijndossier is daarbij het sociaal domein, dat in veel gemeenten meer dan de helft van de begroting opeet. Met name de jeugdzorg blijft steeds meer geld vragen, met een verwachte jaarlijkse groei van negen procent in de komende jaren! In 2000 kreeg één kind in iedere schoolklas jeugdzorg. Volgens deskundigen ligt dat in 2029 op negen kinderen… Omdat het gaat om wettelijke aanspraken en indicatiestellers buiten de gemeentelijke organisatie, valt er door de gemeente nauwelijks op te sturen. De financiële bijdrage van het Rijk groeit niet mee. Integendeel, vanaf 2028 wordt een forse bezuiniging verwacht.

Gaten met gaten vullen

Het gevaar is groot dat steeds meer gemeenten het ene gat in het sociaal domein gaan vullen door ergens anders gaten te slaan. Dat doen ze al volop. En dat terwijl je juist zou willen dat kwetsbare groepen worden gestut met integraal beleid, bijvoorbeeld door inkomensondersteuning te bieden voor arme gezinnen zodat problemen bij de kinderen kunnen worden voorkomen die weer leiden tot extra kosten voor jeugdzorg. Ook de betere samenwerking tussen gemeenten en bewindvoerders door de convenanten kan weer onder druk komen te staan wanneer gemeenten moeten bezuinigen op de schuldhulpverlening waardoor de doorstroming van bewind naar schuldhulp gaat haperen. Je kunt het vervolg al uittekenen.

Roze olifant

De roze olifant in de kamer van het sociaal domein lijkt dat er steeds meer aarzelingen komen of de decentralisatie van het sociaal domein die ruim tien jaar geleden op gang kwam met de invoering van onder andere de Wmo, de Jeugdwet en de Participatiewet wel heeft bereikt wat werd beoogd. Daarvoor waarschuwde het SCP al in 2020 en sindsdien is het er niet beter op geworden. De gemeente zou meer maatwerk kunnen bieden en er zouden synergievoordelen ontstaan, was het idee. Maar door onbegrensde aanspraken wettelijk te borgen en structureel onvoldoende geld vanuit het Rijk lopen gemeenten tegen een muur aan die niet wil wijken.

Postcode

Ook het nieuwe kabinet lijkt het heilige geloof in de decentralisatie te hebben opgegeven. Iedereen moet rond kunnen komen ongeacht je postcode, staat er in het coalitieakkoord, en daarom wil het kabinet een ‘basisniveau’ van aanvullende gemeentelijke regelingen en een ‘uniformering’ van armoede-, schulden- en re-integratiebeleid. Als Aegis steunen we dit van harte omdat iedere CBM-professional veel te veel tijd kwijt is in het doorgronden van gemeentelijke regelingen die overal net een beetje anders zijn. Laat staan wanneer je het als burger moet doen zonder professionele hulp.

Confectiewerk

Maar het eerlijke verhaal is wel dat als het kabinet inzet op stroomlijning en uniformering het hele idee van gemeentelijke autonomie om het sociaal domein in te richten steeds verder onder druk komt te staan. Dan kunnen we beter opnieuw aan de tekentafel gaan onderzoeken hoe we kwetsbare mensen zo goed mogelijk kunnen ondersteunen. Het maatpak dat met landelijke decentralisatiewetten aan gemeenten is verkocht, is steeds meer goedkoop confectiewerk geworden. Dat knelt.

Titanic

In het sociaal domein beginnen meerdere Titanics op ramkoers naar elkaar toe varen. Daar kunnen, of misschien gewoon zullen, ook wij last van krijgen. Toch kan een fundamentele herijking van het sociaal domein voor de relatie tussen CBM-professionals en gemeenten eveneens een kans opleveren.

Kwaliteit

Het gesprek tussen gemeenten, bewindvoerders en mentoren over de ondersteuning van kwetsbare burgers en hoe gemeenten en CBM-professionals daarbij het beste kunnen samenwerken, is in het verleden altijd sterk gekleurd geweest door de gevolgen voor de bijzondere bijstand-kas. Vanuit gemeenteperspectief is dat begrijpelijk. Sommige gemeenten dachten zelfs goedkoper uit te zijn door het zelf te gaan doen. Wanneer we dat gesprek niet meer hoeven te voeren, kunnen we het eindelijk gaan hebben waar het over zou moeten gaan: kwaliteit.

Neem bij vragen of opmerkingen rondom politiek en lobby contact op met Jan-Willem Wits: jwits@aegis.nl of 06 131 621 36.

Hof wijst moeder alsnog aan als mentor

Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft het besluit van een kantonrechter om een professionele mentor aan te stellen, teruggedraaid en vindt dat de voorkeur van de betrokkene om zijn eigen moeder als mentor te hebben gevolgd moet worden. Volgens de kantonrechter was het vanwege de gespannen verhouding tussen met name de moeder en de vader beter om een onafhankelijke mentor te benoemen. Het Hof vond dat onvoldoende reden om aan de herhaalde wens van de mentee terzijde te schuiven.

De mentee is een volwassen jongeman die als baby een hersenbloeding kreeg en daardoor een lichte verstandelijke beperking heeft en neurologische problematiek. De ouders van betrokkene zijn in 2020 gescheiden waarna hij bij zijn moeder is blijven wonen. Ook daarvoor was de moeder feitelijk de hoofdopvoeder. Ze onderhield alle contacten met de instanties en voerde regie over de zorg. De vader bestreed bij de rechtbank niet dat zijn ex-vrouw alle kwaliteiten had om een goede mentor te zijn, maar vreesde dat zij ieder contact tussen hem en zijn familie zou blokkeren. De twee andere kinderen uit het eerdere huwelijk hebben al jaren geen contact meer met hun vader.

Echtscheidingsstrijd

Het Hof heeft begrip voor de angst van de vader vanwege de ‘echtscheidingsstrijd’ die gaande is maar ziet dat als onvoldoende reden om van de nadrukkelijke voorkeur van de mentee zelf af te wijken. “Hij heeft weliswaar zijn beperkingen, maar uit de stukken en op de zitting is duidelijk naar voren gekomen dat de betrokkene begrijpt waar de procedure over gaat en dat hij goed weet wat hij wil”, aldus het Hof.

Niet passend

Daarbij verwijst het Hof ook naar het VN-verdrag Handicap. De wil en voorkeur van iemand onder bewind of mentorschap dienen volgens dat verdrag leidend te zijn in beslissingen die over iemand worden genomen. Dat daarbij ook de belangen van de vader kunnen worden geraakt, is volgens het Hof niet relevant. Daarnaast merkt het Hof op dat een onbekende mentor van buitenaf juist voor extra onrust kan zorgen bij de mentee. “In de gegeven situatie, waarin een geschikte mentor binnen de familie voorhanden is die ook nog eens de voorkeur van de te beschermen betrokkene zelf heeft, acht het hof de benoeming van een professionele mentor niet proportioneel en passend.” De professionele mentor die door de kantonrechter in eerste instantie werd benoemd, blijft wel aan als bewindvoerder.