Aegis op werkbezoek bij het CJIB: van boetefabriek naar maatschappelijk verantwoord innen en incasseren

Van een organisatie die weinig deed aan maatschappelijke dienstverlening en geen regelingen trof, heeft het CJIB zich ontwikkeld naar een organisatie die wel voor ieder een oplossing tracht te bieden. Er wordt de laatste jaren hard gewerkt aan een meer persoonsgerichte aanpak. Zo werden er het afgelopen jaar circa 400.000 betalingsregelingen getroffen.

Onlangs waren voorzitter Dennis Wiersma, Adviseur public affairs Jan Willem Wits en beleidsmedewerker Raoul Eljon namens Aegis op werkbezoek bij het CJIB in Leeuwarden om van de laatste relevante ontwikkelingen kennis te nemen.

Vanuit drie locaties in de Friese hoofdstad levert het CJIB met 2.000 medewerkers zijn bijdrage aan de rechtshandhaving door de overheid, waaronder de afhandeling van circa 7,5 miljoen verkeersovertredingen. Strategisch Manager Wouter Bos en Accountmanagers Jolanda Hemmes en Margriet Madhuizen namen ons mee in de brede dienstverlening die het CJIB aanbiedt. De hoofdtaken zijn:

∙ Innen van vorderingen
∙ Uitvoeren van straffen
∙ Slachtoffers beschermen, informeren en hun schade vergoeden 

Maatwerk

Het CJIB heeft de afgelopen jaren fors geïnvesteerd in mogelijkheden om burgers met betaalachterstanden en schuldenproblematiek te helpen. Vier maanden uitstel voor wie dat nodig heeft, een noodstopprocedure, standaard betalingsregelingen tot 36 termijnen en zelfs maatwerk tot 72 maanden. Goed contact tussen bewindvoerders en het CJIB is hierbij van groot belang!

De impact van schulden op mensen is groot, daarom werkt het CJIB aan toegankelijke dienstverlening met oog voor de omstandigheden waarin iemand zich bevindt. Bewindvoerders kunnen daarin een cruciale rol vervullen. Boetes worden zoveel mogelijk geïnd met aandacht voor de persoonlijke situatie. Het is niet zinvol om schulden onnodig te laten oplopen, daarom wordt samengewerkt met financieel hulpverleners en blijvend geïnvesteerd in de ontwikkeling van toegankelijke dienstverlening. Hiermee kunnen mensen op een passende manier worden geholpen om aan hun verplichtingen te voldoen. Het aantal getroffen regelingen neemt daarom toe.

Het betalingsregelingenbeleid van het CJIB kent inmiddels verschillende mogelijkheden. Je kunt een eenvoudige afspraak maken om een bedrag in termijnen te betalen, omdat dat even beter uitkomt. Maar ook een regeling op maat bij grotere financiële problemen is mogelijk. Het drempelbedrag om een regeling te kunnen treffen is verlaagd van 225 naar 75 euro, met een minimale betalingstermijn van 12,50 euro. En het is tegenwoordig ook mogelijk om een nieuwe vordering toe te voegen aan een bestaande betalingsregeling. Is de situatie zo ernstig dat ook een maatwerkregeling niet haalbaar is? Dan kan iemand maximaal 4 maanden de tijd krijgen om zich aan te melden bij schuldhulpverlening. In de tussentijd wordt waar mogelijk de invordering van de schulden van die persoon bij het CJIB stopgezet. Daardoor kan er rust en ademruimte worden gecreëerd om hulp te zoeken: de ‘noodstopprocedure’.

Contact met bewindvoerders cruciaal

Uitgangspunt is onderbewindgestelden te behandelen zoals iedere burger. Er is in principe een betalingsregeling mogelijk, tenzij iets anders wordt aangegeven door de bewindvoerder. Het contact met bewindvoerders liep helaas niet altijd soepel, met sommige bewindvoerders blijkt het lastig om contact te krijgen. Het CIJB moet kunnen varen op de informatie van bewindvoerders, daarom is het cruciaal dat zij tijdig reageren. Indien er na de genoemde 4 maanden geen contact is geweest, wordt eerst geprobeerd telefonisch contact te leggen en als dat niet helpt per brief. Als dat geen resultaat oplevert, wordt de inning na nog eens één maand voortgezet. De Deurwaarder inzetten voelt voor de CJIB-medewerkers oncomfortabel, want de kosten lopen natuurlijk op. Aegis heeft aangegeven graag geïnformeerd te worden als leden structureel niet bereikbaar zijn. De nieuwe werkwijze is in januari 2026 geïmplementeerd en bewindvoerders zijn hierover door het CJIB geïnformeerd, het CJIB is benieuwd naar effecten hiervan. 

Clustering rijksincasso

Maarten van Zaane, afdelingshoofd Innen & Incasseren, lichtte de Clustering Rijksincasso onder de titel één overheid, één dienstverlening, één Rijksincasso toe. Het CJIB is onderdeel van een aantal belangrijke ontwikkelingen die raken aan de dienstverlening voor mensen met schulden. Eén daarvan is het programma Clustering Rijksincasso (CRI). Hierin werkt het CJIB met een aantal andere overheidsdiensten, waaronder de Belastingdienst, Dienst Uitvoering Onderwijs, Rijksdienst voor Ondernemend Nederland en de Sociale Verzekeringsbank samen aan het vereenvoudigen en verbeteren van de publieke dienstverlening door zoveel mogelijk als één overheid te werken. In Mijn Betaaloverzicht kunnen burgers in de app of via mijn.overheid.nl eenvoudig hun betalingsverplichtingen bij de aangesloten overheidsinstanties inzien. In de nabije toekomst zullen meer overheidsorganisaties hierbij aansluiten. Uiteraard is dit overzicht ook voor de bewindvoerder zeer praktisch.

De Wet op de Overheidsincasso is momenteel in ontwikkeling. Deze wet moet overheidsinstanties in staat stellen om in de toekomst beter samen te werken, betalingsregelingen te bundelen en gegevens te delen met gemeenten voor schuldhulpverlening. Doel is om onnodige kostenoploop en stapeling van schulden bij burgers te zoveel mogelijk te voorkomen. Daarnaast probeert het CJIB met innovaties steeds meer maatwerk te leveren. AI zal hierbij in de toekomst steeds meer als instrument worden ingezet. Het doel is tenslotte om een vordering op een maatschappelijk verantwoorde manier te innen en niet om extra leed toe te voegen. Aegis blijft hierover met het CJIB in contact.

Wie stop een ongenadige boeteverhoging?

Joyce kon de paniek in haar stem nauwelijks verbergen toen zij belde naar het telefonisch spreekuur van haar bewindvoerder, waar ik een dagje meeliep. Er lagen twee aanmaningen: een belastingaanslag en een boete omdat ze net iets te veel gedronken had en toch in de auto was gestapt. Bij beide liep de deadline deze week af. Wanneer er niet betaald werd, zou een verhoging volgen. “Je hebt te weinig reserve om ze allebei te betalen”, meldde de bewindvoerder, “En we kunnen ook niet alvast een voorschot nemen op het vakantiegeld.” Joyce hing gelaten op.

Bijstand

Joyce zit net als haar moeder al haar hele leven in de bijstand, vertelde de bewindvoerder na het verdrietige telefoontje. Ze heeft een lichte verstandelijke beperking waardoor ze niet altijd de consequenties van haar eigen handelen kan overzien. Joyce kreeg te maken met ernstig huiselijk geweld door de man met wie ze twee kinderen had. Hij verdween daarvoor een jaar in de gevangenis. Kort na zijn detentie kwam de bewindvoerder Joyce toevallig op straat tegen en zag dat zij opnieuw zwanger was. Van haar gewelddadige ex, vertelde Joyce met enige schaamte… Dan kan je er gewoon op wachten totdat de bom opnieuw ontploft, dacht de bewindvoerder. Het levensverhaal van Joyce zit zo vol verkeerde afslagen. En soms heeft ze gewoon stomme pech.

Nachtmerrie

Voor mensen zoals Joyce is de recent aangekondigde verhoging van de verkeersboetes een nachtmerrie. Een deskundige legde eens aan de Tweede Kamer uit dat de eerste verhoging van een boete heel effectief is. Mensen zijn vergeten te betalen of schrikken zich rot van de dubbele kosten. Maar de tweede verhoging heeft nauwelijks effect. Omdat die verdrievoudigde boete in de meeste gevallen terecht komt bij mensen die de eerste al niet konden betalen.

Begroting

Instanties zoals de Raad voor de Rechtspraak, fracties in de Tweede Kamer en zelfs het CJIB wijzen erop dat de voorgenomen verhoging juist de financieel meest kwetsbare groepen kan raken en mensen in grote problemen kan brengen. Bovendien beginnen de hoge verkeersboetes steeds meer disproportioneel te worden in vergelijking met andere delicten, zoals diefstal en mishandeling. De minister houdt niettemin vast aan de verhoging. De reden? Anders lukt het niet om de begroting rond te krijgen. Door de inflatiecorrectie toe te passen, komen er naar verwachting nog enkele tientallen miljoenen extra binnen bovenop de 1 miljard die toch al in de kassa van het departement verdwijnt.

Boetebeleid

Het is niet de eerste keer dat er maatschappelijke kritiek komt op het boetebeleid van de overheid. Veel daklozen lopen bijvoorbeeld rond met stapels boetes voor zwartrijden in het openbaar vervoer. Natuurlijk betalen ze die niet. En dus worden om de zoveel tijd die boetes omgezet in een gevangenisstraf. “Als je mazzel hebt, krijg je een oproep in de winter. Dan ben je in ieder geval van straat als het kouder wordt”, vertelde een dakloze eens met een grote grijns.

Dikke bult

Het verhaal van Joyce past bij het beeld van een overheid die steeds vaker degene is die mensen financieel over de rand duwt, waarna diezelfde overheid met schuldhulpverlening aan de slag gaat om de problemen die ze zelf veroorzaakt heeft weer op te lossen. Natuurlijk kan je een boete voorkomen door je keurig aan de regels te houden. Maar ‘eigen schuld, dikke bult’ heeft daarmee niet altijd het laatste woord. Zeker als een boete steeds maar wordt verhoogd. Dan wordt het wrijven in een vlek die steeds groter wordt, zonder dat een begin van een oplossing in beeld komt.

Toeslagenaffaire

Regelmatig blijkt dat het heel lastig is om wet- en regelgeving te maken zonder dat er ergens een onbedoeld neveneffect opduikt. Neem de toeslagenaffaire. Dat was bedoeld om fraude tegen te gaan, veranderde in een meedogenloos monster en nu verschijnen er weer berichten in de krant dat mogelijk duizenden mensen onterecht zijn gecompenseerd voor schade die ze helemaal niet geleden hebben. Het is om hopeloos van te worden.

Bevoegdheid

Toch denk ik dat ongeacht ieders politieke overtuiging, er weinig mensen zijn die het prima vinden dat Joyce een steeds hogere boete krijgt. Idealiter zou er daarom iemand moeten zijn die zorgt voor maatwerk en in schrijnende gevallen op de stopknop kan drukken. Ik weet niet of het realistisch is, maar zouden wettelijk vertegenwoordigers daarin geen rol kunnen spelen? Wij weten als geen ander hoe iemands financiële situatie is en of er sprake is van roekeloosheid of van overmacht. Is een beschermingsbewind niet bedoeld om mensen te beschermen, tegen zichzelf maar misschien soms ook tegen een onrechtvaardige overheid? Zou een bewindvoerder niet een soort discretionaire bevoegdheid kunnen krijgen om een spaak in de wielen te steken van een doordenderende overheid die meer schade veroorzaakt dan ooit de bedoeling van de wetgever is geweest? We zullen daarvoor altijd verantwoording moeten afleggen aan de onafhankelijke kantonrechter, maar ik gun het mensen zoals Joyce dat een genadige bewindvoerder in de toekomst kan zeggen: “Aan die boete kan ik niets veranderen. Ik ga er wel voor zorgen dat die verhogingen worden stopgezet.”

Neem bij vragen of opmerkingen rondom politiek en lobby contact op met Jan-Willem Wits: jwits@aegis.nl of 06 131 621 36.

Arbeidsinspectie onderzoekt knelpunten Wajong

Aegis is door de Arbeidsinspectie benaderd na signalen dat veel potentiële Wajong-jongeren tussen de wal en het schip vallen. De regels waarmee jongeren met een beperking een Wajong-uitkering kunnen aanvragen, zijn sinds 2015 veel strenger geworden. De Arbeidsinspectie veronderstelde dat bewindvoerders en mentoren als geen ander zicht hebben op deze mogelijke knelpunten.

Navraag onder verschillende leden leverde op dat de problemen breed werden herkend. Er ligt nu te veel nadruk op participatie bij een doelgroep waarvoor dit niet haalbaar is. De toegang tot een Wajong-uitkering die juist voor deze jongeren uitkomst kan bieden, is te beperkt. Dat leidt niet alleen tot financiële problemen maar ook tot frustratie en stress omdat een deel van de doelgroep vanwege hun beperking(en) niet in staat is om ‘gewoon’ deel te nemen aan het arbeidsproces. Mentor en Aegis-bestuurslid Kirsten van Hall ging uitgebreid met de Arbeidsinspectie in gesprek over het functioneren van de Wajong-regels in de praktijk, de financiële en mentale gevolgen voor jonggehandicapten en mogelijke oplossingen. De Arbeidsinspectie verkent de mogelijkheid om nader onderzoek te doen.

Bewindvoerders en mentoren die willen meewerken aan een eventueel vervolgonderzoek of nu al hun ervaringen willen delen, kunnen contact opnemen met Jan-Willem Wits via jwits@aegis.nl.

Aegis wil zelfstandige toegang voor bewindvoerders en curatoren tot digitaal overzicht schulden, voorgenomen beslagen en verrekeningen

De Rijksoverheid heeft een internetconsulatie gestart rond nieuwe wetgeving waardoor schuldeisers en deurwaarders van elkaar kunnen zien wat er openstaat aan schulden en welke beslagen en verrekeningen er op de rails staan. Dat kan voorkomen dat deurwaarders c.s. beslagen leggen bij mensen bij wie toch niets te halen valt. Uiteindelijk is het de bedoeling dat er een coördinerend deurwaarder komt zodat niet alle deurwaarders massaal op de voordeur afrennen. Deze technische voorziening is ook het voorportaal van het digitale integrale schuldenoverzicht waaraan wordt gewerkt.

Digitale databank

Aegis is blij met de nieuwe wet maar benadrukt dat bewindvoerders en curatoren een zelfstandige titel zouden moeten hebben om toegang te krijgen tot deze digitale databank. Bewindvoerders hebben deze informatie onder meer nodig om het leefgeld te kunnen vaststellen en, bij een schuldenbewind, een schuldenoverzicht te kunnen maken. Daarnaast worden bewindvoerders nu soms verrast door minder inkomen, omdat bijvoorbeeld bepaalde verrekeningen hebben plaatsgevonden die zij niet meteen kunnen plaatsen.

Zelfstandige titel

In de Memorie van Toelichting bij het wetsvoorstel worden bewindvoerders wel genoemd als partijen die voordeel hebben bij deze nieuwe voorziening, maar worden zij in de wet zelf niet vermeld. Bovendien blijft nog onduidelijk of bewindvoerders een zelfstandige titel hebben om bij deze informatie te kunnen dan wel dat “via de schuldenaar” moeten zien te regelen. Volgens Aegis is het onjuist en onwenselijk wanneer bewindvoerders afhankelijk zijn van cliënten om informatie te verkrijgen die zij voor het realiseren van hun wettelijke opdracht gewoon nodig hebben.

Lees hier de reactie van Aegis op de internetconsultatie

 

Vruchtbare samenwerking Geldfit en de Belastingdienst

Op de foto: Damla Şahin (Belastingdienst) en René Timmerman (NSR) (© Belastingdienst)

Bron: de Belastingdienst

‘Durf te praten over je geldzorgen’

Momenten van tegenslag kunnen voor mensen zomaar leiden tot geldzorgen. Voor een doeltreffende lokale en preventieve schuldenaanpak zijn de Belastingdienst en de Nederlandse Schuldhulproute (NSR) op 25 april vorig jaar een samenwerking gestart. Deze kreeg vorm via Geldfit, voor mensen een startpunt voor vragen en zorgen over hun geldzaken. 

Accountmanager René Timmerman (NSR) en projectleider Hulp bij schulden Damla Şahin (Belastingdienst) vertellen over deze vruchtbare samenwerking. “Ons belangrijkste doel is dat mensen beter en eerder worden geholpen als zij geldzorgen hebben. Hoewel we al veel hebben bereikt, zijn onze ambities groter. Als iedere medewerker van de BelastingTelefoon per maand één persoon met problematische financiële zorgen naar Geldfit doorverwijst, kunnen we jaarlijks zo’n 25.000 mensen in Nederland een passende oplossing bieden. Dit doen we bijvoorbeeld bij een schuldhulpverlener of andere instantie”, stelt René Timmerman. “Mensen praten minder snel met een medewerker van de BelastingTelefoon als zij moeite hebben om rond te komen. We kunnen hen nú nog gerichter een oplossing bieden”, voegt Damla Şahin toe.

Belangrijke indicatoren

Medewerkers van Geldfit hebben in hun werk nauw contact met veel ‘vaste lasten partners’. Het niet betalen van de rekeningen voor huur, gas, water, licht, van de verzekeraar of tandarts geven vaak een beeld van iemands geldzorgen. “Als we deze mensen spreken, kan ons opgebouwde netwerk helpen om de complete financiële situatie in kaart te krijgen. Waar nodig brengen we iemand in contact met een geschikte lokale hulpverlener om een huishouden financieel weer fit te krijgen. Zo werken we voor mensen met geldzorgen zowel aan een oplossing voor nu als voor later”, zegt Timmerman.

Overzicht verkrijgen

De samenwerking met Geldfit betekent dat de Belastingdienst burgers en bedrijven in de dienstverlening nog beter kan doorverwijzen. “Geldzorgen, het kan iedereen overkomen. Soms is dat een levensgebeurtenis zoals ontslag, faillissement, ziekte of echtscheiding, maar pech of het onvoldoende kunnen doorgronden van te ondernemen actie na ontvangst van een brief kunnen net zo goed een aanleiding zijn. Rekeningen stapelen zich op, met een brij aan schuldeisers. Heel fijn dat Geldfit dan het overzicht kan bieden om jou aan een geschikte hulpverlener of instantie te koppelen”, vertelt Şahin.

Maatwerkoplossingen

De Belastingdienst kan ook zelf een vangnet bieden voor mensen met belastingschulden. Damla Şahin omschrijft een algemene worsteling die bij veel ondernemers leeft. “Belastingschulden zijn al complex. Een gemiddelde ondernemer wil dit probleem, hoewel vaak ontstaan buiten de eigen invloedssfeer, toch graag zélf oplossen. Het duurt dan gemiddeld acht jaar of na het horen van zeven keer de boodschap voordat je echt om hulp vraagt. Je ziel en zaligheid zit in de onderneming, waarbij je ook zorg draagt voor je personeel. Maar we willen graag dat mensen óók bij de Belastingdienst over hun schulden durven te praten, zodat wij ze kunnen ondersteunen. Zo kan ons Stella-team voor hen mogelijk een individuele maatwerkoplossing bieden, waardoor zij een nieuw perspectief krijgen. Daarnaast is het fijn dat we mensen met meervoudige, complexere schulden tegenwoordig naar Geldfit kunnen doorverwijzen.”

Schaamte wegnemen

René Timmerman geeft een concreet voorbeeld om de samenwerking toe te lichten: “Ik ben blij dat de Belastingdienst mensen steeds actiever naar ons doorverwijst voor gerichte hulp, zowel online als telefonisch. Zodra we bijvoorbeeld de schulden én de levensvatbaarheid van een onderneming in kaart hebben gebracht, bekijken we aan welke schuldhulpverlener of andere hulpinstantie de ondernemer het beste gekoppeld kan worden. En je blijft anoniem, waarmee we ook de schaamte enigszins kunnen wegnemen.”

Grip op geldzaken

Naast steeds actievere doorverwijzingen en een groeiend netwerk kennen beide organisaties ook uitdagingen voor de nabije toekomst. “In brieven willen we vaker verwijzen naar Geldfit en hoe je je op de website alvast kunt oriënteren op het type hulp”, betoogt Şahin. “Zo kunnen bijvoorbeeld medewerkers van de Geldfit-bellijn iemand vragen of zij het contact met de Belastingdienst mogen leggen om de financiële situatie alvast toe te lichten. Je hoeft dan niet zélf je schuldenproblematiek opnieuw op tafel te leggen. Mensen moeten weten dat we kunnen helpen in een stap om weer grip te krijgen op hun geldzaken”, besluit Timmerman.

 

Lobbycolumn | Mazzel

Door Jan-Willem Wits, adviseur public affairs

“Wie fluistert er in de oren van onze politici?’, was de kop van een recente opiniebijdrage in de Volkskrant. De auteur pleitte voor meer transparantie over het werk van lobbyisten en een einde aan de “oude achterkamertjespolitiek”.

Er hangt een hardnekkige wolk van geheimzinnigheid rond lobbyen. Veel mensen denken dat lobbyisten de hele dag door recepties bezoeken om bij bewindspersonen, Kamerleden en andere beleidsmakers informeel hun zaak te bepleiten. Persoonlijke contacten en een goed netwerk kunnen zeker helpen. Maar dat een lobby alleen gebaat is bij heimelijke gespreken en dubieuze deals is niet meer van deze tijd.

Dat steeds vaker de term ‘public affairs’ wordt gebruikt wanneer het over lobby gaat, onderstreept die ontwikkeling. Lobby is een vorm van communicatie geworden, net als een openbare brief aan de Tweede Kamer of een persbericht voor journalisten. In het beste geval versterken al die middelen elkaar alleen maar. Sommige organisaties hebben zelfs hun volledige lobby-agenda op hun website staan, met daarin een helder overzicht van alle thema’s waar zij zich mee bezighouden en de standpunten die zij daarbij uitdragen.

Een mooi voorbeeld van een effectieve lobby die niets te maken had met geheimzinnigheid is de rol van bewindvoerders bij het Centraal Register Uitsluiting Kansspelen (CRUKS). Het geeft ook aan dat je soms een beetje mazzel moet hebben. Enige tijd geleden werd Aegis uitgenodigd op het ministerie voor Justitie & Veiligheid. Ambtenaren waren bezig met een evaluatie van het register waar gokverslaafden zich bij kunnen aanmelden. Wie in CRUKS staat, kan niet meer bij een casino binnenlopen of op een Nederlandse goksite terecht. Het is de bedoeling dat door deze ‘gokstop’ mensen aan de slag gaan met hun gokproblematiek.

In de wandelgangen hadden de ambtenaren signalen opgevangen dat bewindvoerders CRUKS nu vaak links laten liggen, omdat het uitgangspunt is dat mensen zich op vrijwillige basis zelf moeten aanmelden. Waarom zou je als bewindvoerder niet ook de mogelijkheid krijgen om een (nieuwe) cliënt bij CRUKS in te schrijven, wanneer je ziet dat iemand steeds problematischer gokgedrag gaat vertonen? Natuurlijk heb je liever dat een cliënt zelf op de rem gaat staan, maar een ‘onvrijwillige’ aanmelding door een bewindvoerder zou best weleens een zetje in de goede richting kunnen bieden zodat iemand hulp gaat zoeken. De ambtenaren beaamden dat het best vreemd is dat iemand onder een beschermingsbewind staat maar een bewindvoerder niet alle instrumenten in handen heeft om iemand tegen zichzelf te beschermen.

In diezelfde tijd belde de redactie van het onderzoeksprogramma Pointer over het nieuwe beleid van de Belastingdienst om niet langer aan de RDW door te geven wanneer iemand onder een bewind werd gesteld. Bewindvoerders zagen dat bij sommige cliënten meerdere voertuigen stonden geregistreerd en dat er bovendien veel mutaties plaatsvonden. Dat zou een signaal kunnen zijn dat iemand werd misbruikt als ‘katvanger’. Daarom zouden bewindvoerders graag zien dat de RDW toch de mogelijkheid krijgt om kentekenregistratie te weigeren wanneer iemand onder bewind staat én geen toestemming heeft van een bewindvoerder om een voertuig te hebben.

Rond de gesprekken met de redactie over de uitzending kwam terloops ook het gokregister ter sprake. De redactie vond dit meteen interessant genoeg om als nieuw onderwerp voor een toekomstige uitzending te gebruiken. Bij de voorbereiding van het item belde de redactie ook nog even met de Kansspelautoriteit die de beheerder is van CRUKS. Daar viel het kwartje meteen en dus had Pointer mooi nieuws voor de uitzending: voortaan zou de Kansspelautoriteit vertrouwen op het professionele oordeel van een bewindvoerder en binnen twee weken iemand inschrijven bij CRUKS wanneer een bewindvoerder daarom vroeg. Ook voor ons kwam dit als een plezierige verrassing. Vaak is lobby een kwestie van lange adem, veel overleggen en het geduldig herhalen van je boodschap. Maar soms is een telefoontje van een journalist voldoende om iets in beweging te krijgen.

Neem bij vragen of opmerkingen rondom politiek en lobby contact op met Jan-Willem Wits: jwits@aegis.nl of 06 131 621 36.

Kansspelautoriteit maakt inschrijving gokregister voor bewindvoerders makkelijker

Vanaf 1 januari 2026 kunnen bewindvoerders cliënten met gokproblemen veel makkelijker aanmelden bij het Centraal Register Uitsluiting Kansspelen (CRUKS) dan nu het geval is. Ook als een cliënt niet bereid is om dat zelf te doen. Dat zei een woordvoerder van de Kansspelautoriteit (Ksa) op zaterdag 15 november in het KRO-NCRV radioprogramma Pointer. De Ksa reageerde in de uitzending op signalen van Aegis dat bewindvoerders steeds meer nieuwe cliënten met gokproblemen zien maar niet terecht kunnen bij CRUKS als cliënten weigeren om mee te werken. Aegis is blij met de aanpassing.

Na de legalisering van online gokken in 2021 zien deskundigen het aantal gokverslaafden fors toenemen. Met de invoering van CRUKS probeert de overheid mensen met gokproblemen te helpen. Wie zich aanmeldt voor een ‘gokstop’ kan tenminste zes maanden niet terecht in een casino of op een Nederlandse goksite. Het is de bedoeling dat mensen in die periode hulp zoeken om iets te doen aan hun (dreigende) verslaving, zodat zij daarna zonder verslaving verder kunnen met hun leven. Inmiddels zijn er meer dan 100.000 mensen in het register opgenomen.

Vrijwilligheid

In de huidige opzet is aanmelding bij CRUKS alleen gebaseerd op vrijwilligheid. Bewindvoerders die te maken krijgen met (nieuwe) cliënten met een gokverslaving kunnen daarom niet veel meer doen dan hun cliënten proberen te overtuigen om zich aan te melden. Er bestaat ook een niet-vrijwillige route, onder andere via de rechter, maar die kost bewindvoerders veel tijd en moeite en heeft een onzekere uitkomst. Volgens de website van CRUKS zijn mensen die onder bewind staan ‘handelingsbekwaam’ en zou daarom alleen registratie op basis van vrijwilligheid mogelijk zijn. In België hebben bewindvoerders wél de mogelijkheid om mensen onder bewind aan te melden bij een soortgelijk register, ook als zij daar zelf niets voor voelen.

Frustraties

Omdat bewindvoerders steeds vaker te maken krijgen met nieuwe cliënten met gokproblemen, vooral bij mannen onder de vijftig jaar, leidde de bestaande situatie regelmatig tot frustraties. “Je bent door de rechter aangesteld om iemand te helpen, ook door mensen tegen zichzelf te beschermen. Wanneer een bewindvoerder ziet dat een (nieuwe) cliënt een gokprobleem heeft, zou het dan ook logisch zijn om zo iemand bij CRUKS aan te kunnen melden”, aldus Jan-Willem Wits van Aegis. Ook in gesprekken met het ministerie van Justitie & Veiligheid bepleitte Aegis daarom voor een zelfstandige titel voor bewindvoerders om cliënten aan te melden bij CRUKS.

Professionele oordeel

Na vragen van de redactie van Pointer heeft de Kansspelautoriteit direct gereageerd op de kritiek van Aegis en individuele bewindvoerders. Wat de autoriteit betreft, is het vanaf 1 januari 2026 niet langer noodzakelijk voor bewindvoerders om met bewijsstukken te onderbouwen dat een cliënt met een gokverslaving voor zichzelf en zijn omgeving schade veroorzaakt. Volgens een woordvoerder vertrouwt de Ksa voortaan op “het professionele oordeel” van een bewindvoerder dat iemand gebaat is bij een inschrijving bij CRUKS. Dat betekent dat na een melding door een bewindvoerder iemand binnen een week of twee is opgenomen in het CRUKS-register. Het gewijzigde beleid gaat vanaf 1 januari 2026 in, aldus de woordvoerder.

Signaal

Aegis is blij met deze stap van de Kansspelautoriteit en de erkenning die daaruit spreekt voor de professionaliteit van een bewindvoerder. “Natuurlijk biedt de vrijwillige route een betere basis dat iemand echt iets gaat doen aan zijn problematische gokgedrag. Ook een therapeut kan weinig verrichten wanneer een gokverslaafde weigert om mee te werken aan een behandeling of zelfs ontkent dat er sprake is van een probleem. Daarnaast kan iemand die bij CRUKS staat ingeschreven nog steeds terecht op buitenlandse goksites of het illegale circuit. Toch kan een aanmelding door een bewindvoerder een belangrijk signaal geven dat iemand echt een probleem heeft. Dat het aantal gokverslaafden na de legalisering van online gokken in Nederland, met name onder jonge mannen, fors is toegenomen, geeft aan dat er wel degelijk een relatie bestaat tussen problematisch gokken en de laagdrempeligheid die nu bestaat om een casino binnen te lopen of online te gokken. Bewindvoerders kunnen nu veel sneller aan de bel trekken, ook om daarmee mogelijk te voorkomen dat mensen verder wegzakken in een verslaving”, aldus Jan-Willem Wits van Aegis.

Neem bij vragen of opmerkingen rondom politiek en lobby contact op met Jan-Willem Wits: jwits@aegis.nl of 06 131 621 36.

Deurwaarders en vroegsignalering

Door Jan-Willem Wits, adviseur public affairs

Het is een bekend gegeven dat het vaak wel acht jaar duurt voordat mensen met problematische schulden aan de bel trekken. Daarom wordt al enige tijd gesproken over het belang van vroegsignalering. Ook deurwaarders zouden daarbij een rol kunnen spelen.

Woningcorporaties die huurachterstanden zien ontstaan en zorgverzekeraars die met onbetaalde premies zitten, zijn al verplicht om dit bij de gemeente te melden zodat onderzocht kan worden of schuldhulpverlening nodig is. De overheid onderzoekt momenteel hoe deurwaarders betrokken kunnen worden bij vroegsignalering en of een meer maatschappelijk verantwoord incassobeleid mogelijk is. Aegis neemt deel aan de stakeholdergesprekken die het ministerie van Justitie & Veiligheid in dat kader voert.

Deurwaarderrace

Een deurwaarder heeft een bijzondere positie omdat zij of hij letterlijk voor de deur staat bij iemand met openstaande schulden. Een deurwaarder zou zich in principe volledig kunnen laten leiden door het belang van de opdrachtgever om diens schuld in te lossen. Maar het moet volgens het kabinet voorkomen worden dat dit leidt tot een soort deurwaarderrace wie als eerste aan de beurt is. Ook deurwaarders zelf vinden dat ongewenst. Bovendien zou een onderscheid gemaakt moeten worden tussen mensen die openstaande vorderingen niet kunnen of niet willen betalen.

‘Ministerieplicht’

In het eerste geval kunnen de invorderingskosten van schulden snel oplopen en soms zelfs niet meer in verhouding staan tot de oorspronkelijke schuld(en). Het kabinet wil, met brede steun van de Tweede Kamer, dat in zulke situaties een deurwaarder kan weigeren om door te gaan met het incassotraject. Toenmalige staatssecretaris rechtsbescherming Struycken introduceerde daarvoor dit voorjaar de ‘sociale ministerieplicht’. Ook wilde de staatssecretaris dat er een einde zou komen aan concurrentie tussen schuldeisers en werkte daarom aan een model voor een collectief afbetalingsplan

Warme aanbeveling

De nieuwe verantwoordelijkheid van deurwaarders om mee te voorkomen dat mensen nodeloos vastlopen in steeds grotere schulden zou ook kunnen betekenen dat een deurwaarder de mogelijkheid krijgt om een debiteur bij de gemeentelijke ‘warm’ aan te bevelen. In principe zou het dan wel zo moeten zijn dat de debiteur hiermee instemt, omdat dat een indicatie is dat mensen ook openstaan voor hulpverlening. Het is dan wel de bedoeling dat de gemeente binnen enkele dagen contact opneemt. Of dit in alle gemeenten realistisch is, wordt her en der nog wel betwijfeld. Mocht iemand voortijdig afhaken in een schuldhulpverleningstraject dan verwachten de deurwaarders dat zij daarvan op de hoogte worden gesteld zodat er eventueel een nieuw incassotraject kan worden opgestart.

Neem bij vragen of opmerkingen rondom politiek en lobby contact op met Jan-Willem Wits: jwits@aegis.nl of 06 131 621 36.

Aegis kaart knelpunten aan in uitvoering Tijdelijk Noodfonds Energie

De heropening van het Tijdelijk Noodfonds Energie in april dit jaar heeft opnieuw pijnlijk duidelijk gemaakt dat het systeem zoals het nu functioneert, tekortschiet. Daarom hebben wij als branchevereniging namens onze leden een brief gestuurd aan de minister en staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, met daarin een dringende oproep tot verbetering.

In de brief wijzen we op drie belangrijke knelpunten: de oneerlijke toekenningssystematiek (“wie het eerst komt, wie het eerst maalt”), de technische beperkingen van het aanvraagplatform, en de praktische obstakels voor bewindvoerders die aanvragen willen indienen namens cliënten. Het gevolg: juist de meest kwetsbare huishoudens grijpen vaak mis.

Aegis pleit voor een eerlijker verdeelsysteem, een robuustere en gebruiksvriendelijke aanvraagprocedure, en een structurele oplossing voor professionele vertegenwoordigers zoals bewindvoerders — bijvoorbeeld door de inzet van eHerkenning. Daarnaast vragen we aandacht voor alternatieve vormen van ondersteuning, als het huidige fonds in zijn opzet tekort blijft schieten.

Wij houden je op de hoogte van de reactie vanuit het ministerie.

Commissiedebat over het armoedebeleid

De Vaste Kamercommissie Sociale Zaken en Werkgelegenheid hield op donderdag 22 mei een commissiedebat over het armoedebeleid, waarbij zowel staatssecretaris Struycken (Rechtsbescherming) als staatssecretaris Nobel (Participatie en Integratie) aanschoof. Ook de eerdere brief aan de Tweede Kamer over de CBM-sector stond op de agenda, maar omdat er geen vragen bij de Kamerleden naar voren kwamen, is dit onderwerp verder onbesproken gebleven. Daardoor lijkt de Kamer in te stemmen met de voorgenomen maatregelen van het kabinet.

Volgens verschillende Kamerleden ligt er veel op tafel om met armoedebestrijding aan de slag te gaan, maar gaat het allemaal wel heel erg traag en weinig concreet. Ook wezen Kamerleden op de grote verschillen bij gemeenten onderling als het gaat om zaken als toeslagen en schuldhulpverlening. “Iedere gemeente is bezig om een eigen wiel uit te vinden; waarom komen er geen landelijke, uniforme regelingen of krijgen gemeenten een menukaart waaruit ze kunnen kiezen”, aldus een van de Kamerleden. Nu kan het gebeuren dat iemand naar een andere gemeente verhuist met veel meer sobere regelingen dan in de vroegere woonplaats, wat fors kan doortikken in het netto-inkomen.

Kamerleden drongen tevens aan op strenger beleid voor bedrijven die met ‘Buy Now, Pay Later’ (BNPL) werken, waardoor vooral jongeren in forse financiële problemen kunnen komen. De Europese richtlijn Consumer Credit Directive 2 (CCD 2) biedt lidstaten de mogelijkheid om aanvullende eisen te stellen aan zulke kredietverstrekkers om consumenten beter te beschermen tegen impulsaankopen of het opbouwen van problematische schulden. Staatssecretaris Struycken gaf aan vooral problemen te hebben met BNPL-aanbiedingen in fysieke winkels en hoopt in eerste instantie dat de sector dat zelf gaat regelen. Volgens sommige Kamerleden zou het kabinet kunnen leren van België, waar bijvoorbeeld al een verbod op reclame met BNPL bestaat.

De staatssecretarissen gingen tevens in op afspraken die in maart werden gemaakt in het kader van ‘sociaal incasseren’.