Wie stop een ongenadige boeteverhoging?

Joyce kon de paniek in haar stem nauwelijks verbergen toen zij belde naar het telefonisch spreekuur van haar bewindvoerder, waar ik een dagje meeliep. Er lagen twee aanmaningen: een belastingaanslag en een boete omdat ze net iets te veel gedronken had en toch in de auto was gestapt. Bij beide liep de deadline deze week af. Wanneer er niet betaald werd, zou een verhoging volgen. “Je hebt te weinig reserve om ze allebei te betalen”, meldde de bewindvoerder, “En we kunnen ook niet alvast een voorschot nemen op het vakantiegeld.” Joyce hing gelaten op.

Bijstand

Joyce zit net als haar moeder al haar hele leven in de bijstand, vertelde de bewindvoerder na het verdrietige telefoontje. Ze heeft een lichte verstandelijke beperking waardoor ze niet altijd de consequenties van haar eigen handelen kan overzien. Joyce kreeg te maken met ernstig huiselijk geweld door de man met wie ze twee kinderen had. Hij verdween daarvoor een jaar in de gevangenis. Kort na zijn detentie kwam de bewindvoerder Joyce toevallig op straat tegen en zag dat zij opnieuw zwanger was. Van haar gewelddadige ex, vertelde Joyce met enige schaamte… Dan kan je er gewoon op wachten totdat de bom opnieuw ontploft, dacht de bewindvoerder. Het levensverhaal van Joyce zit zo vol verkeerde afslagen. En soms heeft ze gewoon stomme pech.

Nachtmerrie

Voor mensen zoals Joyce is de recent aangekondigde verhoging van de verkeersboetes een nachtmerrie. Een deskundige legde eens aan de Tweede Kamer uit dat de eerste verhoging van een boete heel effectief is. Mensen zijn vergeten te betalen of schrikken zich rot van de dubbele kosten. Maar de tweede verhoging heeft nauwelijks effect. Omdat die verdrievoudigde boete in de meeste gevallen terecht komt bij mensen die de eerste al niet konden betalen.

Begroting

Instanties zoals de Raad voor de Rechtspraak, fracties in de Tweede Kamer en zelfs het CJIB wijzen erop dat de voorgenomen verhoging juist de financieel meest kwetsbare groepen kan raken en mensen in grote problemen kan brengen. Bovendien beginnen de hoge verkeersboetes steeds meer disproportioneel te worden in vergelijking met andere delicten, zoals diefstal en mishandeling. De minister houdt niettemin vast aan de verhoging. De reden? Anders lukt het niet om de begroting rond te krijgen. Door de inflatiecorrectie toe te passen, komen er naar verwachting nog enkele tientallen miljoenen extra binnen bovenop de 1 miljard die toch al in de kassa van het departement verdwijnt.

Boetebeleid

Het is niet de eerste keer dat er maatschappelijke kritiek komt op het boetebeleid van de overheid. Veel daklozen lopen bijvoorbeeld rond met stapels boetes voor zwartrijden in het openbaar vervoer. Natuurlijk betalen ze die niet. En dus worden om de zoveel tijd die boetes omgezet in een gevangenisstraf. “Als je mazzel hebt, krijg je een oproep in de winter. Dan ben je in ieder geval van straat als het kouder wordt”, vertelde een dakloze eens met een grote grijns.

Dikke bult

Het verhaal van Joyce past bij het beeld van een overheid die steeds vaker degene is die mensen financieel over de rand duwt, waarna diezelfde overheid met schuldhulpverlening aan de slag gaat om de problemen die ze zelf veroorzaakt heeft weer op te lossen. Natuurlijk kan je een boete voorkomen door je keurig aan de regels te houden. Maar ‘eigen schuld, dikke bult’ heeft daarmee niet altijd het laatste woord. Zeker als een boete steeds maar wordt verhoogd. Dan wordt het wrijven in een vlek die steeds groter wordt, zonder dat een begin van een oplossing in beeld komt.

Toeslagenaffaire

Regelmatig blijkt dat het heel lastig is om wet- en regelgeving te maken zonder dat er ergens een onbedoeld neveneffect opduikt. Neem de toeslagenaffaire. Dat was bedoeld om fraude tegen te gaan, veranderde in een meedogenloos monster en nu verschijnen er weer berichten in de krant dat mogelijk duizenden mensen onterecht zijn gecompenseerd voor schade die ze helemaal niet geleden hebben. Het is om hopeloos van te worden.

Bevoegdheid

Toch denk ik dat ongeacht ieders politieke overtuiging, er weinig mensen zijn die het prima vinden dat Joyce een steeds hogere boete krijgt. Idealiter zou er daarom iemand moeten zijn die zorgt voor maatwerk en in schrijnende gevallen op de stopknop kan drukken. Ik weet niet of het realistisch is, maar zouden wettelijk vertegenwoordigers daarin geen rol kunnen spelen? Wij weten als geen ander hoe iemands financiële situatie is en of er sprake is van roekeloosheid of van overmacht. Is een beschermingsbewind niet bedoeld om mensen te beschermen, tegen zichzelf maar misschien soms ook tegen een onrechtvaardige overheid? Zou een bewindvoerder niet een soort discretionaire bevoegdheid kunnen krijgen om een spaak in de wielen te steken van een doordenderende overheid die meer schade veroorzaakt dan ooit de bedoeling van de wetgever is geweest? We zullen daarvoor altijd verantwoording moeten afleggen aan de onafhankelijke kantonrechter, maar ik gun het mensen zoals Joyce dat een genadige bewindvoerder in de toekomst kan zeggen: “Aan die boete kan ik niets veranderen. Ik ga er wel voor zorgen dat die verhogingen worden stopgezet.”

Neem bij vragen of opmerkingen rondom politiek en lobby contact op met Jan-Willem Wits: jwits@aegis.nl of 06 131 621 36.

Arbeidsinspectie onderzoekt knelpunten Wajong

Aegis is door de Arbeidsinspectie benaderd na signalen dat veel potentiële Wajong-jongeren tussen de wal en het schip vallen. De regels waarmee jongeren met een beperking een Wajong-uitkering kunnen aanvragen, zijn sinds 2015 veel strenger geworden. De Arbeidsinspectie veronderstelde dat bewindvoerders en mentoren als geen ander zicht hebben op deze mogelijke knelpunten.

Navraag onder verschillende leden leverde op dat de problemen breed werden herkend. Er ligt nu te veel nadruk op participatie bij een doelgroep waarvoor dit niet haalbaar is. De toegang tot een Wajong-uitkering die juist voor deze jongeren uitkomst kan bieden, is te beperkt. Dat leidt niet alleen tot financiële problemen maar ook tot frustratie en stress omdat een deel van de doelgroep vanwege hun beperking(en) niet in staat is om ‘gewoon’ deel te nemen aan het arbeidsproces. Mentor en Aegis-bestuurslid Kirsten van Hall ging uitgebreid met de Arbeidsinspectie in gesprek over het functioneren van de Wajong-regels in de praktijk, de financiële en mentale gevolgen voor jonggehandicapten en mogelijke oplossingen. De Arbeidsinspectie verkent de mogelijkheid om nader onderzoek te doen.

Bewindvoerders en mentoren die willen meewerken aan een eventueel vervolgonderzoek of nu al hun ervaringen willen delen, kunnen contact opnemen met Jan-Willem Wits via jwits@aegis.nl.

NBBI en Horus sluiten partnerschap met Plinkr om uitstroom uit beschermingsbewind landelijk te verbeteren

Uit het archief van Horus en NBBI

Brancheorganisaties NBBI en Horus en de sociale onderneming Plinkr gaan samenwerken om de uitstroom uit beschermingsbewind landelijk te verbeteren. Plinkr ontwikkelde daarvoor in 2021 een methode genaamd Plinkr Nazorg, die inmiddels door ruim veertig gemeenten en tweehonderd bewindvoeringskantoren wordt ingezet. De branchorganisaties gaan deze methode voortaan aanbevelen aan haar leden. Daarmee wordt ook ingezet op het verder versterken van de samenwerking met gemeenten.

Werken aan de financiële redzaamheid van een cliënt is een wettelijke taak voor bewindvoerders. Voor veel cliënten is beschermingsbewind een structurele oplossing. Maar soms kan een cliënt, bijvoorbeeld wanneer schulden zijn opgelost, ook weer zelfstandig de geldzaken oppakken. Het is aan de bewindvoerder om cliënten daarin te begeleiden. Dat is echter uitdagend werk, zegt Anton van den Ham, voorzitter van NBBI: “Bovendien hebben bewindvoerders voor deze begeleiding te weinig tijd. Terwijl het van groot belang is dat cliënten goed voorbereid weer zelf de geldzaken kunnen oppakken.”

De methode van Plinkr Nazorg helpt bewindvoerders om deze begeleiding samen met gemeenten te organiseren. Gemeenten zorgen voor coaches die cliënten gedurende een half jaar actief coachen op vaardigheden en het zelfvertrouwen dat nodig is om de geldzaken weer zelf op te pakken. Bewindvoerders ondersteunen het traject waar nodig. De cliënt, de bewindvoerder en de coach evalueren na een half jaar gezamenlijk de uitkomsten. Deze conclusie kan vervolgens worden gedeeld met de kantonrechter, die uiteindelijk besluit of het bewind wordt stopgezet of wordt aangehouden.

De resultaten van deze werkwijze zijn positief. In 2022 en 2023 deed Deloitte in opdracht van SchuldenlabNL onderzoek naar de methode van Plinkr Nazorg. Deloitte concludeerde dat door de inzet van Plinkr Nazorg het aantal onderbewindgestelden dat in potentie kan uitstromen, groeit van 12 procent naar 22 procent. Daarnaast zorgt de methode ervoor dat het aantal inwoners dat weer terugvalt in de problematische schulden afneemt en voorkomt het dat mensen uitstromen die een hoge kans op terugval hebben.

Floris Went, oprichter van Plinkr, is enthousiast over de samenwerking met de brancheorganisaties: “Bewindvoerders hebben een belangrijke taak binnen de financiële hulpverlening om kwetsbare inwoners te beschermen. En wij zien in de ruim veertig gemeenten waar we nu met onze methode actief zijn, dat bewindvoerders zich vaak met hart en ziel inzetten voor hun cliënten. Maar overal staan de uren onder druk. Aan de andere kant willen gemeenten juist meer betrokken zijn bij de begeleiding van deze inwoners. Met onze methode helpen we gemeenten en bewindvoerders om dit gezamenlijk te organiseren.

Almere is een van de gemeenten waar de methode van Plinkr Nazorg wordt ingezet. Daar is het onderdeel van het convenant Samen Verder, dat met lokale bewindvoerders is opgesteld. Stefanie Veen, beleidsmaker namens de gemeente: “Het convenant draait om onderling vertrouwen. We zetten in op elkaars sterke punten en willen de samenwerking in de keten van schuldhulpverlening verbeteren. Als gemeente verzorgen we daarom de coaching op financiële redzaamheid om bewindvoerders daarin te ondersteunen. Dat werkt goed. Inmiddels hebben bewindvoerders al ruim honderd cliënten aangemeld voor het traject van Plinkr en zijn de eerste deelnemers al uitgestroomd.”

Een interview met een kantonrechter van de rechtbank Noord-Nederland in Assen

Uit het archief

De samenwerking tussen de bewindvoerders en de rechtbank is in de afgelopen jaren flink verbeterd. Op welke manier zouden beide nog beter kunnen samenwerken?
“Het is lastig om met kortere lijnen te werken. We hebben in Noord-Nederland immers te maken met ruim tweehonderd bewindvoerderskantoren en daarnaast nog een groot aantal familiaire bewindvoerders. Daarbij worden wij als kantonrechter bewust wat afgeschermd. Ik vind dat de bewindvoerders al wel kortere lijnen hebben met de juridische medewerkers. Ik spoor onze medewerkers ook vaak aan om te bellen met bewindvoerders als er specifieke vragen zijn. Dit werkt vaak sneller en prettiger. Nogal eens worden formulieren niet goed aangeleverd. Er worden daardoor veel stukken heen en weer gestuurd, omdat zaken niet zijn ingevuld bijvoorbeeld.”

De beloning van de bewindvoerder is niet meer passend gezien de hoeveelheid werkzaamheden die wij de afgelopen jaren erbij hebben gekregen. Hoe kijkt u daar tegen aan?
“Dat geldt helaas overal, ook voor ons. Wij hebben eigenlijk meer mensen nodig om ons werk volgens de standaarden op een kwalitatief goede manier te doen. Dit geldt al helemaal voor bewind. Bewind is in het verleden een ondergeschoven kindje geweest, zowel in deze regio als in de Rechtspraak als geheel. We hebben onvoldoende budget gekregen om gelijke pas te houden met de groei. Deze groei was niet voorzien en tegelijkertijd werd er ook bezuinigd op de Rechtspraak. Je moet de schaarste dus verdelen en dan gaat strafrecht vaak voor. Het strafrecht heeft een grotere maatschappelijke impact en is dan ook voortdurend in het nieuws. Er werd afgeroomd bij de afdeling civiel en dus ook bij bewind. Zo wilde men het strafrecht goed in de steigers houden. Ook wij moeten dan een afweging gaan maken in het toegenomen werk en de beschikbare ondersteuning. We moeten dan gaan beknibbelen op onze kwaliteit, door bijvoorbeeld meer te delegeren dan wij eigenlijk willen en veel schriftelijk af te handelen. Heel veel zaken zie ik tegenwoordig niet meer. Je kunt je afvragen wanneer kwalitatief gezien de bodem bereikt is. Bewindvoerders worden hier ook mee geconfronteerd. Je wil kwaliteit leveren met een beloning die onvoldoende is voor het steeds meer groeiende takenpakket. Er is weliswaar een indexering op de beloning, maar die weegt niet op tegen het extra werk dat gedaan moet worden. In deze situatie ontkomen bewindvoerders er ook niet aan om bepaalde afwegingen maken. Neem je bijvoorbeeld Hbo-geschoolden aan, of zoek je het meer in de administratieve ondersteuning? “

Wat delegeren jullie allemaal?
“Wij hebben drie niveaus, namelijk de administratie, de juridisch medewerkers en de rechters. De werkzaamheden waarbij het gaat om de controle van de rekening en verantwoordingen (R&V), vallen nu onder de administratieve ondersteuning. Dat geldt ook voor het opvragen van de vijfjaarlijkse evaluaties. Je kunt erover twisten of het beoordelen van de rapportages wel een taak is voor de administratieve ondersteuning. Maar veel kan worden gedelegeerd. Indien er onduidelijkheden zijn dan gaat de R&V naar de juridisch medewerker. Die is bevoegd om meer beslissingen te nemen en kan ook de bewindvoerder uitnodigen voor een gesprek. Gelukkig speelt dit bij professionele bewindvoerders niet zo vaak, maar bij familiaire bewindvoerders juist heel veel. Dikwijls weten mensen te weinig af van het maken van een rekening en verantwoording. Als er dan nog geen duidelijkheid komt op onze vragen dan gaan we ‘opschalen’ en komt de zaak op zitting bij de kantonrechter. Heel veel dossierwerk, en met name het schriftelijk afdoen, zijn bij ons gedelegeerd aan de juridisch medewerker. Dat gebeurt bijvoorbeeld al bij het instellen van schuldenbewinden.

Bewindsvoeringszaken met keurige schuldenlijsten en akkoordverklaringen van rechthebbenden en anderen en een professionele bewindvoerder doen wij schriftelijk af. Deze zaken zie ik zelf dus helemaal niet meer.”

Zal de rechtbank in de toekomst meer tijd krijgen voor toezicht in bewindvoeringszaken?
“Dat gaat er hopelijk wel komen, maar daarvoor heb je mensen nodig en die hebben wij nu niet. Het moet immers uit de lengte of uit de breedte komen. Als we dat zouden willen doen dan zouden wij op andere taken moeten inperken om hier mensen voor vrij te maken. Afgesproken is dat wij zeker op het gebied van schuldenbewinden meer gaan doen. Als bij de eerste rekening en verantwoording al duidelijk is dat de schuldenlast nog steeds hetzelfde is als bij aanvang van het bewind, dan gaan wij vragen stellen. Juist omdat een schuldenbewind uitgesproken wordt voor vijf jaar, zou in principe na een of twee jaar de zaak aangemeld moeten kunnen zijn bij de gemeente voor een schuldenregeling. Als wij in de vervolgrapportages hier niets over lezen dan gaan wij hierover vragen stellen.”

Moet het uitvoeren van een schuldenbewind een taak van een bewindvoerder of van de gemeente zijn?
“Dat maakt mij eigenlijk niks uit. Ik vind toezicht sowieso geen rechterlijke taak. Wij moeten oordelen bij geschillen en geen toezicht houden. Pas als er een geschil ontstaat, kun je bij de rechter komen en die zegt: ‘Zo zit het volgens mij en zo moet u verder gaan.’ Dat hoort bij het rechterlijke werk. De wetgever heeft echter besloten dat wij een toezichthoudende functie erbij hebben. Rond 1980 is bewind in het Burgerlijk Wetboek gekomen, toen voornamelijk gericht op de
familiaire bewinden. “

“Destijds deden een aantal gemeenten zelf het beschermingsbewind voor hun inwoners maar door de groeiende aantallen en complexiteit werd het voor de gemeenten te veel. Die wilden het vervolgens niet meer zelf doen en lieten het over aan de markt of kozen ervoor om het te gaan outsourcen. “

Schuldenbewinden
“De oorzaak van het ontstaan van deze schuldenbewinden ligt, denk ik, bij de gemeenten. Die hebben de taak ten aanzien van de schuldenproblematiek niet opgepakt of konden het niet aan, terwijl die krachtens de wet wel aan hen toebehoorde. De toenmalige rechtbank Assen heeft zich heel lang op het standpunt gesteld dat het bij schulden niet om een lichamelijke of geestelijke toestand gaat. De rechtbank sprak daarom überhaupt geen schuldenbewinden uit. De rechtbank Groningen, alsook vele andere rechtbanken, deden dat al wel. Assen was een van de laatste rechtbanken die uiteindelijk ook overstag ging. In 2014 heeft de wetgever de grondslag van het
schuldenbewind in het BW opgenomen, wat in feite een codificatie van de praktijk was. We hebben daarom nu twee soorten bewinden. Bewind in verband met een lichamelijke en/of geestelijke toestand en het schuldenbewind. “

“Om terug te komen op de vraag wie het schuldenbewind behoort uit te voeren: als gemeenten het evengoed kunnen doen als private bewindvoerderskantoren, vind ik dat prima. Zij hebben immers de wettelijke taak om voor hun inwoners te zorgen. Daarbij heeft de gemeente bovendien het voordeel dat zij op multidisciplinaire wijze
aan de schuldenproblematiek kan werken. Het gaat immers ook dikwijls om multi-probleemgezinnen. Als er een partij is die de regie kan voeren over een gezin, dan is het de gemeente. “

“Gemeenten, en met name de gemeente Groningen, beweren dat ze dit werk net zo goed en goedkoper kunnen doen. Dat laatste geloof ik niet zo snel. Ik heb nog geen gemeente gezien die efficiënter en goedkoper weet te werken dan een private bewindvoerder. Ik ben het ermee eens als de gemeente zegt: ‘Wij betalen bijzondere bijstand maar hebben geen enkel zicht op wat er in het dossier gebeurt’. Dat is een terecht punt, maar dat heb je als gemeente aan jezelf te wijten. Eigenlijk moet je niet bij de bewindvoerders aankloppen, maar bij de rechtbank en vragen wat voor toezicht zij eigenlijk op de dossiers houdt.”

Wie zou er volgens u toezicht moeten houden?
“Ik vind het toezicht geen rechterlijke taak en zou er voor pleiten om hiervoor een apart orgaan in het leven te roepen.”

Maakt u zich zorgen over het toezicht van de rechtbank?
“Wij hebben een aantal moeilijke jaren achter de rug, maar door de digitalisering beginnen wij er nu steeds meer grip op te krijgen. Wij hebben de werkprocessen inmiddels beter georganiseerd. In 2013-2014 ontstonden enorme achterstanden in het toezicht, omdat wij de groei niet zagen aankomen. Bovendien mochten we van de Raad voor de Rechtspraak geen nieuwe medewerkers aannemen. Henk Jongsma, teamleider in Assen, heeft zich hiertegen met succes verzet. Op een gegeven moment zag het bestuur ook de noodzaak in en gelukkig hebben we toen het beleid echt goed weten neer te zetten.”

Zelfredzaamheid is een hot item tegenwoordig; je hoort het overal. Als bewindvoerder word je geacht hieraan te werken. Hoe kijkt u tegen zelfredzaamheid aan.

“Zelfredzaamheid is enerzijds een containerbegrip. De Rechtspraak heeft hier heel lang geen aandacht voor gehad, omdat wij volop bezig waren onze eigen processen op orde te krijgen. Wij hebben nu gelukkig voldoende mensen en is de wet geëvalueerd door het Bureau Bartels. Uit deze evaluatie kwam voort dat zodra het bewind eindigt de betrokkene ook de kans moet hebben gehad om het zelf te leren. Toen ontstond er ook meer aandacht voor zelfredzaamheid. Ook wij vinden dat heel belangrijk en we gaan hier meer vragen over stellen tijdens onze tweejaarlijkse gesprekken met de bewindvoerderskantoren. Sommige kantoren hebben stappenplannen, terwijl andere kantoren aan maatwerk de voorkeur geven. Wat wij van alle bewindvoerders horen, is dat er bij de betrokkene in het hoofd geen ruimte is om aan zelfredzaamheid te werken zolang er nog schulden zijn. Het heeft pas zin als de schulden zijn gesaneerd, maar dan krijg je de situatie dat de grond voor de onderbewindstelling is komen te vervallen.

Mr. G.J.J. Smits is in Noord-Nederland terecht gekomen als sectorvoorzitter Kanton onder de vorige organisatiestructuur van de Rechtspraak. Er waren toen nog sectoren: Straf, Civiel, Bestuur en Kanton. In 2011 is hij gestopt met het sectorvoorzitterschap en is hij kantonrechter geworden in de rechtbank in Assen. Daar is hij zich steeds meer gaan bezighouden met curatele, bewind en mentorschap. In 2013 is hij gevraagd om deel uit te maken van de landelijke Expertgroep CBM