Coalitieakkoord schetst contouren voor sociaal domein en armoedebeleid

Door Jan-Willem Wits, adviseur public affairs

“In overleg met gemeenten werken we aan vereenvoudiging en een basisniveau van aanvullende gemeentelijke (inkomens)regelingen, zodat je kan rondkomen ongeacht je postcode. Dit maakt voor mensen het aanbod en de aanvraag van regelingen overzichtelijker.” Dat schrijven D66, VVD en CDA in het coalitieakkoord dat op vrijdag 30 januari is gepresenteerd. Ook wil het nieuwe kabinet een vaste betaaldag in de maand voor alle overheidsregelingen. Er gaat jaarlijks 150 miljoen euro meer naar armoedebeleid.

“Het is tijd om aan de slag te gaan voor een beter Nederland”, luidt de eerste zin van het coalitieakkoord. Het document schetst de contouren die de drie partijen voor ogen hebben maar is geen ‘normaal’ regeerakkoord met vastomlijnde beleidsvoornemens. Het kabinet heeft geen meerderheid in de Tweede Kamer en zal naar verwachting rond deelthema’s met andere partijen akkoorden moeten sluiten om zo alsnog steun van een meerderheid in de Kamer te krijgen. Ook beoogde (extra) uitgaven en bezuinigingen kunnen daardoor nog gaan schuiven. Oppositieleider Jesse Klaver van GroenLinks-PvdA sprak daarom van een ‘openingsbod’.

Hervormingen

“Vanuit de noodzaak om tot een toekomstbestendige sociale zekerheid en zorg te komen, zijn hervormingen nodig die niet altijd voor iedereen direct een voelbare verbetering zijn”, aldus het coalitieakkoord. “Het is voor ons belangrijk dat niemand daarbij door het ijs zakt. Daarom zetten we ambitieus in om zoveel mogelijk mensen uit de armoede te halen of te voorkomen dat ze erin komen (..) We investeren in armoedebeleid en een effectieve aanpak en preventie van schulden. Ook komen we chronisch zieken tegemoet voor hun ziektekosten.”

Bestaanszekerheid

Het valt op dat in het coalitieakkoord het begrip ‘bestaanszekerheid’ ontbreekt dat bij de verkiezingen in 2023 nog een hoofdrol speelde, ook omdat het door NSC-leider Pieter Omtzigt weer in omloop was gebracht. Het kabinet lijkt meer in te zetten op activeren, participeren en preventie. Sommige critici vragen zich af of dat realistisch is, met name voor kwetsbare groepen zoals gehandicapten en langdurig werkelozen. Hoogleraar Monique Kremer van de Universiteit van Amsterdam spreekt over ‘aan de slag-optimisme’. “Hoewel het nu voor veel burgers beter gaat, is er nog altijd een grote groep kwetsbare mensen die slechts één life event verwijderd is van door de bodem zakken: flexwerkers die hun baan verliezen, ouderen die last krijgen van gezondheidsproblemen”, aldus Kremer. Ook de voorgenomen bezuinigingen op de zorg kunnen op de nodige kritiek rekenen.

Bewindspersonen

Bij de uitwerking en concretisering van het kabinetsbeleid spelen de nieuwe bewindspersonen natuurlijk een belangrijke rol. Ons eerste aanspreekpunt is Claudia van Bruggen (D66), vanaf 23 februari staatssecretaris van Justitie en Veiligheid met in haar portefeuille onder andere Rechtsbescherming. Van Bruggen is jurist en heeft onder andere voor Mesdag (een forensisch-psychiatrische zorgorganisatie), het Leger des Heils en het gevangeniswezen gewerkt. Op het departement van Sociale Zaken en Werkgelegenheid treden twee nieuwe ministers aan: Hans Vijlbrief (D66) en Thierry Aartsen (VVD) aan. Het is nog niet bekend wie van beiden zich over het armoede- en schuldenbeleid gaat ontfermen.

Kamerbrief

Alhoewel in het coalitieakkoord niet expliciet over de cbm-sector wordt gesproken, gaat Aegis graag in op de uitnodiging van het kabinet om samen met andere ketenpartijen te spreken over thema’s als armoedebeleid, schuldhulpverlening en de ondersteuning van mensen met een chronische beperking. Wij nemen aan dat de uitgebreide brief over de sector die het vorige kabinet in 2025 naar de Tweede Kamer stuurde nog steeds leidend zal zijn. Ook in de kennismakingsgesprekken die we de komende tijd met Kamerleden voeren, is de brief een belangrijk vertrekpunt. Bovendien stuurt Aegis een brief aan de vaste Kamercommissie SZW bij gelegenheid van het commissiedebat over armoede- en schuldenbeleid dat eind maart in de agenda staat.

Neem bij vragen of opmerkingen rondom politiek en lobby contact op met Jan-Willem Wits: jwits@aegis.nl of 06 131 621 36.

Linda van Arkel nieuw bestuurslid Aegis

Linda van Arkel is toegetreden tot het bestuur van Aegis. Daarmee maakt zij de overstap van de ledenraad, waarin zij zich de afgelopen periode actief heeft ingezet voor de belangen van onze leden, naar een rol binnen het bestuur.
Wij zijn verheugd met haar benoeming en hebben er vertrouwen in dat zij met haar kennis van de vereniging en haar betrokkenheid bij het werkveld een waardevolle bijdrage zal leveren aan de verdere ontwikkeling van Aegis.

In onderstaand interview stelt Linda zich nader voor en deelt zij haar motivatie en ambities binnen het bestuur.

Kun je jezelf voorstellen?

Mijn naam is Linda van Arkel, ik woon in Culemborg met mijn gezin. Ik heb Sociaal Juridische Dienstverlening afgerond aan de Hogeschool Utrecht. Daarna ben ik aan de slag gegaan als budgetbeheerder.

Ik ben momenteel directeur van de bewindvoerderskantoren binnen Verder B.V. Het gaat om drie kantoren verspreid door Nederland. Dat doe ik samen met een team van onder andere een operationeel manager en teammanagers. Ik haal vooral plezier uit de diversiteit van het werk én het werken aan langetermijnvraagstukken: hoe houden we onze dienstverlening toekomstbestendig en hoe blijven we deze verbeteren?

Wat heeft je gemotiveerd om bestuurslid van Aegis te worden?

Mijn grootste motivatie is om actief bij te dragen aan de verdere ontwikkeling van onze branchevereniging. Ik vind het belangrijk dat we als beroepsgroep samen optrekken, onze kwaliteit blijven versterken en duidelijk zichtbaar zijn richting politiek, ketenpartners en samenleving.

Er ligt een mooie kans om het gezamenlijke verhaal van onze beroepsgroep zichtbaar te maken richting politiek, professionals en het brede publiek. Juist nu maatschappelijke vraagstukken complexer worden en digitalisering en AI onze werkprocessen veranderen, kan Aegis een verbindende en richtinggevende rol spelen.

Wat breng jij mee aan kennis, ervaring of perspectief?

Ik werk al vijftien jaar in het werkveld van schuldhulpverlening, budgetbeheer en beschermingsbewind/mentorschap. Daardoor breng ik veel inhoudelijke kennis mee, maar ook ervaring in strategie en organisatieontwikkeling. Ik kijk graag vooruit: wat betekent beleid, technologie en maatschappelijke verandering voor ons vak?

Wat hoop je in jouw bestuursperiode te kunnen betekenen of bereiken?

Ik hoop bij te dragen aan een branchevereniging met zichtbare impact: een vereniging die leden verbindt, kwaliteit stimuleert en een duidelijke stem heeft richting politiek en ketenpartners. Ik zie kansen in het versterken van onze gezamenlijke positionering en het actief uitdragen van het belang van ons werk.
Mijn combinatie van geduld en daadkracht komt in deze functie goed van pas: goed luisteren, belangen afwegen en tegelijk doorpakken waar nodig. Ik ben geduldig, maar ook daadkrachtig. Ik luister goed en geef anderen de ruimte, maar ik ben ook duidelijk wanneer het nodig is. Ik werk graag samen en krijg energie van verbinding en vooruitgang.

Een paar onderwerpen hebben daarbij in het bijzonder mijn aandacht, zoals beschermingsbewind en de toekomstige ontwikkelingen binnen ons werkveld, zoals kwaliteit, professionalisering en de impact van digitalisering en AI.

Hoe zou je jouw manier van samenwerken omschrijven?

Ik ben een verbinder en luister goed naar verschillende belangen. Ik geloof in open communicatie, duidelijkheid en samen zoeken naar oplossingen die het geheel verder brengen.
Samenwerken is voor mij geslaagd wanneer iedereen zich gehoord voelt, er duidelijke afspraken zijn en we gezamenlijk resultaten behalen waar we trots op kunnen zijn.

Wat vind jij belangrijk in een goed bestuur?

Ik vind het belangrijk dat een bestuur transparant en betrouwbaar is, met duidelijke doelen en heldere besluitvorming. Daarnaast moet er ruimte zijn voor verschillende perspectieven, maar ook de kracht om knopen door te hakken.

Ik kijk uit naar een mooie samenwerking binnen het bestuur en naar het ontmoeten van de leden. Ik heb er zin in om samen verder te bouwen aan Aegis.

Lobbycolumn | Werkbezoek 

Door Jan-Willem Wits, adviseur public affairs

Het politieke handwerk is, kort door de bocht, het samenbrengen van feiten en argumenten om op basis daarvan vanuit een ideologisch kader een visie te ontwikkelen. Het vergaren van betrouwbare en relevante informatie is daarbij essentieel. Politici laten zich voeden door onder andere ambtelijke notities, (onafhankelijke) onderzoeken, technische briefings en berichten in de media. Ook lobbyisten kunnen een belangrijke rol spelen om feiten, argumenten en visies aan te reiken. Iedereen begrijpt dat daarbij eigen belangen meespelen. Maar liegen in de lobby is een doodzonde. Dan hoef je nooit meer terug te komen.

Eigen ogen

Ook een werkbezoek is een belangrijk instrument voor politici om met eigen ogen te zien hoe er in een bepaalde sector gewerkt wordt. Je kunt met mensen van de werkvloer spreken en vragen stellen naar de uitdagingen en problemen waarmee zij iedere dag te maken krijgen. Politici zullen met name geïnteresseerd zijn in de vraag hoe beleid zich vertaalt in de praktijk. Ook in het sociaal domein klinkt vaak de kritiek dat in Den Haag ontwikkelde beleidsregels, vaak met de beste bedoelingen, in de uitvoering niet werken of zelfs het tegenoverstelde bereiken van wat aanvankelijk beoogd werd. Het bekendste voorbeeld is misschien wel het toeslagenstelsel dat werd ontwikkeld om mensen met bijzondere noden extra steun te bieden, maatwerk dus. Inmiddels staat dit stelsel bekend als een van de grootste nachtmerries die de overheid ooit over tienduizenden burgers heeft uitgestort. Ik weet niet of we dat met meer werkbezoeken hadden kunnen voorkomen. Maar het had er misschien wel toe geleid dat in Den Haag eerder alarm was geslagen.

Vlieg op de muur

De beste werkbezoeken geven de deelnemer het gevoel dat zij of hij even echt een spreekwoordelijke ‘vlieg op de muur’ mag zijn en achter de schermen kan kijken van de dagelijkse praktijk. Dat heb ik zelf ervaren toen ik ter kennismaking met de CBM-sector een dag heb meegedraaid met twee jonge bewindvoerders. Tijdens het telefonische spreekuur kon ik meeluisteren met de gesprekken en was ik onder de indruk hoe professioneel dat ging: empathisch, geduldig maar ook door duidelijke grenzen te trekken wanneer dat nodig was. Ook voor die ene cliënt met verslavingsproblematiek die iedere week belde om meer geld te krijgen dan er op zijn rekening stond. Er was geen manager bij en ze spraken vrijuit over hun ervaringen. Werkbezoeken waarbij de gast een gepolijste rondleiding krijgt over de werkvloer, waar netjes gekamde werknemers achter opgeruimde bureaus beleefd de bezoeker(s) groeten waarna de gasten achter een gesloten deur in de directiekamer verdwijnen – dat wil je dus niet…

Deur

Aegis houdt voor bewindspersonen, Kamerleden, beleidsambtenaren en anderen altijd graag de deur open om eens langs te komen bij een bewindvoerderskantoor. Dat kunnen bewindvoerders natuurlijk ook op lokaal niveau doen met wethouders, gemeenteraadsleden en ambtenaren. Het is dan wel goed om na te denken over de vraag die vast zal komen: ‘Hoe kunnen we jullie helpen om beter jullie werk te doen?’ Dan is het zaak om iets te brengen waar zij vanuit hun eigen verantwoordelijkheid mee aan de slag kunnen. Dus niet tegen een gemeenteraadslid zeggen dat het uurtarief omhoog moet, maar wijzen op de moeite die het kost om bij de plaatselijke schuldhulpverlening gehoor te krijgen.

Praktijk

Blijf vooral dicht op de praktijk. Laat een gast eens zelf een aanvraag voor een bijstandsuitkering of bijzondere toeslag bij verschillende gemeenten invullen (‘zoek de tien verschillen’), proberen om bij de Belastingdienst iemand aan de lijn te krijgen of met een mentor meelopen bij een huisbezoek (natuurlijk altijd wel even nadenken over privacyaspecten). Ik weet zeker dat zulke werkbezoeken voor meer begrip en waardering voor ons vak zullen zorgen en gasten vooral ook onder de indruk zullen zijn van de manier waarop wij kwetsbare mensen helpen om het hoofd boven water te houden. Gewoon door te doen wat gedaan moet worden, met gedegen vakkennis en maatschappelijke gedrevenheid.

‘Horizontale’ werkbezoeken

Een andere vorm is wat ik maar even ‘horizontale’ werkbezoeken noem. De NVVK bracht onlangs een werkbezoek aan een rechtbank. Bij zo’n bezoek heb je een ander gesprek dan wanneer je voor individuele dossiers langskomt. Het leverde nuttige observaties en tips voor de leden op. En ook andere stakeholders vinden het altijd sympathiek wanneer je langskomt met de simpele vraag: ‘Hoe vinden jullie eigenlijk dat wij het doen?’

Hoe werkt Den Haag?

Bij een werkbezoek gaat het vaak om een Haagse politicus die het land intrekt. Aegis verkent mogelijkheden om het eens om te draaien. Bijvoorbeeld met een aanbod voor de leden Den Haag te bezoeken en te zien en horen hoe het nu eigenlijk werkt in de landelijke politiek. Wat doet een Kamerlid nou eigenlijk de hele dag? Waar halen beleidsambtenaren hun informatie op wanneer ze aan nieuwe wetgeving werken? Hoe werken lobbyisten en journalisten? En welke beelden bestaan er over bewindvoerders, mentoren en curatoren? Wordt vervolgd!

Neem bij vragen of opmerkingen rondom politiek en lobby contact op met Jan-Willem Wits: jwits@aegis.nl of 06 131 621 36.

Vacature: beleidsmedewerker bij Aegis

Aegis is de branchevereniging voor bewindvoering, mentorschap, curatele en inkomensbeheer. Wij zetten ons in voor de belangen van onze leden door kennisdeling, beleidsontwikkeling en ondersteuning in de praktijk. Aegis is een compacte, professionele organisatie met korte lijnen en een sterke focus op kwaliteit en ontwikkeling in het sociaal-juridische domein.
Als directie blijven wij graag zelf dicht op de dagelijkse praktijk en het contact met leden. Waar we behoefte aan hebben, is stevige ondersteuning op strategisch beleid en vooral het schrijven en uitwerken van stukken. Daarom zoeken wij een Beleidsmedewerker die beleid en standpunten helpt vormgeven en bestuurlijk “af” maakt.

De functie
Als Beleidsmedewerker ontwikkel, formuleer en verwoord je het (meerjaren)beleid en de standpunten van Aegis. Je vertaalt ontwikkelingen in wet- en regelgeving, toezicht en ketensamenwerking naar heldere analyses en concrete beleidsvoorstellen. Je adviseert de directie en zorgt dat besluitvorming wordt voorbereid met scherpe, goed geschreven stukken.

Wat ga je doen?
  • Signaleren en duiden van relevante ontwikkelingen in het (sociaal-)juridische domein en vertalen naar impact voor Aegis en haar leden.
  • Opstellen van beleidsnotities, voorstellen en bestuursstukken (helder, consistent en besluitvormingsgericht).
  • Schrijven en coördineren van standpunten, consultatiereacties en brieven/memo’s richting stakeholders.
  • Adviseren van directie over koers, prioriteiten en risico’s; bijdragen aan een duidelijke “rode draad” in de beleidslijn.
  • Input ophalen bij leden en relevante netwerken en dit vertalen naar concrete beleidsinitiatieven.

Vereisten


Wie zoeken we?
  • Je bent analytisch sterk en vooral: je kunt complexe inhoud vertalen naar heldere, bestuurlijk bruikbare teksten.
  • Je beweegt je makkelijk in omgevingen met verschillende belangen.
  • WO werk- en denkniveau (of aantoonbaar gelijkwaardig).
  • Meerdere jaren ervaring met strategische beleidsontwikkeling en bestuurlijke advisering.
  • Uitstekende schrijfvaardigheid (beleid, position papers, memo’s, besluitstukken).
  • Politiek-bestuurlijke sensitiviteit en een proactieve, zelfstandige werkstijl.
  • Affiniteit met bewindvoering/mentorschap/curatele/inkomensbeheer is een pré.

Voordelen


Wat bieden wij?
  • Een inhoudelijk stevige rol met zichtbare impact binnen een landelijk relevant werkveld.
  • 24 uur per week, flexibel in te delen; (vrijwel) volledig thuiswerken is mogelijk.
  • Salaris conform Cao Sociaal Werk, schaal 10 (Staf-/Beleidsmedewerker 3).
  • € 3.935 – € 6.321 bruto per maand (op basis van 36 uur).
  • Een moderne organisatie met veel ruimte voor ontwikkeling
  • Een leuk “jong” team met veel energie en passie voor de branche

Solliciteren
  • Stuur je cv en een korte motivatie. Als je 1–2 (beleids)schrijfvoorbeelden mag delen, ontvangen we die graag (mag geanonimiseerd). Solliciteer kan via deze website of door te mailen naar info@aegis.nl.

Maatwerk bij knellende situaties

Op de foto’s: Stella-regisseur Marleen (l) en -behandelaar Sandra (r).

Bron: de Belastingdienst

Ook het Stella-team (Belastingdienst) helpt mensen weer vooruit te kijken

Wellicht een herkenbaar beeld voor mensen: dat je tijdelijk minder te besteden hebt door een levensgebeurtenis, het huishoudboekje even niet op orde kunt krijgen of zelfs een schuld hebt bij een organisatie. Meestal kunnen mensen dit betrekkelijk ‘eenvoudig’ zelfstandig oplossen.

Maar wat gebeurt er met je als de schulden zorgen voor knellende financiële situaties? Word de huurachterstand bijvoorbeeld te hoog, dan kan zelfs een acute uithuisplaatsing dreigen. “Mensen belanden dan vaak in een overlevingsmodus. Wij zien dat aan de steeds grotere betalingsachterstanden die zij bij de Belastingdienst hebben”, vertelt Stella-behandelaar Sandra. Zij werkt met ruim 25 collega’s in het Stella-team van de Belastingdienst.

Daadkracht bij knellende situaties

Het Stella-team wil mensen met individuele ondersteuning een nieuw perspectief bieden. “We behandelen casussen van mensen met complexe schulden bij de Belastingdienst, soms met een belastingachterstand van zo’n 40.000 euro, omdat zij bijvoorbeeld jarenlang geen aangifte hebben gedaan. Tel daar de andere schulden nog eens bij op, zoals bij het CAK, de SVB, de zorgverzekeraar of bij particuliere webshops”, vertelt Stella-regisseur Marleen. Zij begeleidt de werkprocessen voor het Stella-team. “Met daadkracht kunnen we gezamenlijk deze knellende situaties bij mensen oplossen. Daarom ben ik blij dat onder andere sociaal raadslieden, bewindvoerders en budgetcoaches ons goed weten te vinden voor mensen met een belastingachterstand.”

Werkwijze Stella-team

De doorlooptijd voor het behandelen van een Stella-casus varieert. Samenwerking en maatwerk staan voor het team voorop. Sandra bekijkt bij de start altijd de beschikbare ruimte binnen de wet- en regelgeving. “Hebben mensen bijvoorbeeld een verwijtbare schuld of niet? En in hoeverre komen zij in aanmerking voor een kwijtschelding van verzuimboetes of voor een speciale betalingsregeling? Als vast contactpersoon bespreek ik in alle rust hoe mensen aangiftes uit vorige jaren kunnen doen. Na alle definitieve aanslagen start vaak het overleg met de afdeling invordering binnen Stella voor een passende oplossing binnen de Belastingdienst. Dat is bijvoorbeeld een betalingsregeling op maat, daarna kunnen mensen hun leven opnieuw oppakken en vooruit kijken. Het geeft mij veel voldoening als je ziet dat mensen deze kans met beide handen aangrijpen”, legt Sandra uit.

Mensen eerder in beeld

Medewerkers van het Stella-team merken dat mensen zich dikwijls schamen voor hun situatie. Zij melden zich pas bij een wijkteam of sociaal raadslid als zij financieel met de rug tegen de muur staan. Marleen: “We horen het binnen het Stella-team dagelijks: de financiën werden onoverzichtelijk of jaren niet bijgehouden na het overlijden van een partner, een echtscheiding, het verliezen van een betaalde baan of door grote onvoorziene uitgaven. Dit kan iedereen overkomen, maar zonder vangnet kunnen óók de financiële gevolgen enorm zijn. Mensen raken in paniek en stellen acties uit. Maar durf die drempel voor hulp te nemen.”

“Net zoals gemeenten, energieleveranciers, woningcorporaties, banken en zorgverzekeraars zetten wij in op vroegsignalering. We helpen mensen graag vóórdat hun financiële problemen zich opstapelen. Daarom nemen we ook zélf contact op met mensen als we zien dat zij over meerdere jaren geen belastingaangifte hebben gedaan. Door te bellen of een contactkaartje te sturen, krijg je mensen met betalingsachterstanden eerder in beeld. Op zo’n moment ervaren we de voordelen van zowel maatwerk en korte lijnen binnen het Stella-team als een goede samenwerking met alle partners”, schetst Marleen de voor het team ideale werkwijze.

Ook een Stella-casus aanmelden? Mail naar stella.maatschappelijk.dienstverleners@belastingdienst.nl. Voorwaarde is dat een burger zelf actief meewerkt aan een mogelijke oplossing. Lees hier meer over Stella.

 

Samenwerking mentor en cliëntondersteuner: ‘We vullen elkaar aan om het beste voor de cliënt te bereiken.’

Bron: BCMB.nl

Als mentor en cliëntondersteuner hebben Sandra Luth en Nienke te Velde ieder hun eigen rol. Maar het is juist hun samenwerking die voor cliënten het verschil maakt. Ze kennen elkaar inmiddels goed, vertrouwen op elkaars expertise en weten precies wanneer ze met elkaar moeten schakelen. Ze delen hoe hun samenwerking tot stand kwam, waarom die zo belangrijk is en hoe ze elkaar én hun cliënten verder helpen.

Sandra werkt al sinds haar 17e in de zorg en kwam via verschillende functies uiteindelijk te werken als mentor. Nu is ze eigenaar van Mijn Mentor. “Na een burn-out ben ik opnieuw gaan kijken naar wat écht bij mij past. Ik ontdekte hoe belangrijk het is dat mensen met een verstandelijke beperking een stem hebben. Dat ze iemand hebben die naast ze staat; die luistert, afstemt en beslissingen neemt wanneer dat nodig is.” Op verzoek van naasten benoemt de rechtbank Sandra als mentor en zij vertegenwoordigt vervolgens de cliënten als ze dat zelf niet meer kunnen.

Nienke werkte jaren als fysiotherapeut in de geriatrische revalidatie, maar zes jaar geleden maakte ze de overstap naar cliëntondersteuning. “Ik wilde op een andere manier bezig zijn met de ‘complexe zorgpuzzel’ en samen met cliënten en hun naasten zoeken naar passende oplossingen voor al hun zorgvragen.” Inmiddels runt ze haar eigen bedrijf Co in Zorg en werkt ze als cliëntondersteuner voor Thuis in Cliëntondersteuning.

Blind vertrouwen

Sandra en Nienke leerden elkaar via LinkedIn kennen en besloten te gaan lunchen. “Netwerken is belangrijk, maar bij ons was er direct een klik,” vertelt Nienke. Inmiddels spreken ze elkaar wekelijks, soms zelfs dagelijks, over cliënten, casussen en dilemma’s. Ze vullen elkaar goed aan.
Sandra: “Als ik merk dat een Wlz-indicatie niet meer past, of als er een verhuisvraagstuk ligt, dan schakel ik Nienke in. Zij kent het veld, weet waar de zorgorganisaties zitten en kan de juiste afstemming verzorgen. Ik vertrouw volledig op haar expertise.”
Nienke: “We hebben ieder onze eigen rol, maar we overleggen veel. We kunnen samen sparren, elkaar kritische vragen stellen en ook prikkelen. Dat maakt de samenwerking heel sterk.”

Passende zorg voor iedereen

Nienke en Sandra delen dezelfde missie: passende zorg voor iedere cliënt, hoe complex de situatie ook is. Dat vraagt niet alleen om kennis van regels en wetten, maar ook om doorzettingsvermogen, creativiteit en samenwerking.
Sandra: “Zo had ik een keer een cliënt met complexe, meervoudige problematiek die op een plek woonde die totaal niet aansloot bij zijn behoeften. Helaas kwam zijn toenmalige mentor onvoldoende voor hem op. Samen met Nienke stelde ik een brief op voor de rechtbank, waarna ik als nieuwe mentor werd toegewezen. Vervolgens vonden we een veel beter passende woonplek voor deze man. En toen bleek dat de man de huur niet zomaar kon betalen, zorgden we er samen voor dat hij bijzondere bijstand kreeg. Ik heb nog steeds contact met hem en het gaat veel beter met hem. Daar doe je het voor.”
Nienke: “Het gaat erom dat iemand weer perspectief ervaart. Dat hij voelt: er wordt naar me geluisterd.”

Regelmatig afstemmen is key

Sandra legt regelmatig huisbezoeken af bij cliënten. “Als een cliënt bijvoorbeeld wil verhuizen, dan ga ik eerst kijken wat er op de groep speelt en doe zelf een onderzoek. Als iemand vervolgens wel kan en mag verhuizen, dan hangt daar een Wlz-indicatie aan. Op dat moment schakel ik Nienke in om te kijken waar de juiste organisaties in onze omgeving zitten. Want die kent Nienke dan weer. Samen brengen we in kaart wat de cliënt nodig heeft en Nienke bekijkt vervolgens naar wat het best passend is. Zij doet de aanmeldingen en de afstemming, heel waardevol dus.”
Nienke: “Die afstemming is erg belangrijk, dus wat doe ik en wat doet Sandra. Je moet goed contact houden met elkaar, want we moeten regelmatig puzzelen. We hebben wel duidelijk ieder ons eigen gedeelte, maar het is fijn om met elkaar te kunnen sparren.”

Onafhankelijke ondersteuning hard nodig

De wereld van de zorg is complex, vinden beiden. De regelgeving verandert voortdurend en het is voor cliënten vaak niet te overzien. Of ze nu hoog of laag opgeleid zijn. Juist daarom is cliëntondersteuning zo belangrijk.
Nienke: “We zeggen weleens: eigenlijk zou ik overbodig moeten zijn. Maar de realiteit is anders. Mensen staan er vaak alleen voor. Dan is het zó waardevol om iemand naast je te hebben die meedenkt en de juiste wegen kent.”
Sandra: “Als mentor krijg ik per cliënt zeventien uur per jaar. Dat is heel weinig. Dan is het fijn als iemand zoals Nienke zaken verder kan onderzoeken en kan regelen. Denk aan aanvullende uitkeringen, juridische procedures of het vinden van de juiste woonplek. Ik heb haar hard nodig, cliëntondersteuners in het algemeen zijn hard nodig.”

Toekomstbestendige samenwerking

Volgens Sandra en Nienke is het nodig dat de samenwerking tussen mentoren en cliëntondersteuners in de toekomst nóg beter en slimmer wordt geregeld. Steeds meer cliënten hebben geen netwerk of haken af in het woud van regels. Gespecialiseerde cliëntondersteuners kunnen hierin een belangrijke rol spelen en Sandra verwacht dat deze gespecialiseerde cliëntondersteuning nog verder uitgebreid gaat worden.
Sandra: “Soms kun je een situatie niet veranderen, maar dan bekijk je: wat kan wél? Hoe maken we iemands dag een beetje beter? Zo heb ik een cliënt die op een plek woont die niet helemaal geweldig past. Maar in die setting ga ik wel kijken hoe ik haar dag beter kan maken. Al zijn dat kleine dingen, die maken ook al een verschil.”
Nienke: “We zijn afhankelijk van wat er in Den Haag wordt besloten, maar binnen onze invloedsfeer kunnen we veel betekenen. Zolang we maar blijven samenwerken en denken in mogelijkheden.”

Lees hier wat de overeenkomsten en verschillen zijn tussen een mentor en een cliëntondersteuner

 

Lobbycolumn | Mazzel

Door Jan-Willem Wits, adviseur public affairs

“Wie fluistert er in de oren van onze politici?’, was de kop van een recente opiniebijdrage in de Volkskrant. De auteur pleitte voor meer transparantie over het werk van lobbyisten en een einde aan de “oude achterkamertjespolitiek”.

Er hangt een hardnekkige wolk van geheimzinnigheid rond lobbyen. Veel mensen denken dat lobbyisten de hele dag door recepties bezoeken om bij bewindspersonen, Kamerleden en andere beleidsmakers informeel hun zaak te bepleiten. Persoonlijke contacten en een goed netwerk kunnen zeker helpen. Maar dat een lobby alleen gebaat is bij heimelijke gespreken en dubieuze deals is niet meer van deze tijd.

Dat steeds vaker de term ‘public affairs’ wordt gebruikt wanneer het over lobby gaat, onderstreept die ontwikkeling. Lobby is een vorm van communicatie geworden, net als een openbare brief aan de Tweede Kamer of een persbericht voor journalisten. In het beste geval versterken al die middelen elkaar alleen maar. Sommige organisaties hebben zelfs hun volledige lobby-agenda op hun website staan, met daarin een helder overzicht van alle thema’s waar zij zich mee bezighouden en de standpunten die zij daarbij uitdragen.

Een mooi voorbeeld van een effectieve lobby die niets te maken had met geheimzinnigheid is de rol van bewindvoerders bij het Centraal Register Uitsluiting Kansspelen (CRUKS). Het geeft ook aan dat je soms een beetje mazzel moet hebben. Enige tijd geleden werd Aegis uitgenodigd op het ministerie voor Justitie & Veiligheid. Ambtenaren waren bezig met een evaluatie van het register waar gokverslaafden zich bij kunnen aanmelden. Wie in CRUKS staat, kan niet meer bij een casino binnenlopen of op een Nederlandse goksite terecht. Het is de bedoeling dat door deze ‘gokstop’ mensen aan de slag gaan met hun gokproblematiek.

In de wandelgangen hadden de ambtenaren signalen opgevangen dat bewindvoerders CRUKS nu vaak links laten liggen, omdat het uitgangspunt is dat mensen zich op vrijwillige basis zelf moeten aanmelden. Waarom zou je als bewindvoerder niet ook de mogelijkheid krijgen om een (nieuwe) cliënt bij CRUKS in te schrijven, wanneer je ziet dat iemand steeds problematischer gokgedrag gaat vertonen? Natuurlijk heb je liever dat een cliënt zelf op de rem gaat staan, maar een ‘onvrijwillige’ aanmelding door een bewindvoerder zou best weleens een zetje in de goede richting kunnen bieden zodat iemand hulp gaat zoeken. De ambtenaren beaamden dat het best vreemd is dat iemand onder een beschermingsbewind staat maar een bewindvoerder niet alle instrumenten in handen heeft om iemand tegen zichzelf te beschermen.

In diezelfde tijd belde de redactie van het onderzoeksprogramma Pointer over het nieuwe beleid van de Belastingdienst om niet langer aan de RDW door te geven wanneer iemand onder een bewind werd gesteld. Bewindvoerders zagen dat bij sommige cliënten meerdere voertuigen stonden geregistreerd en dat er bovendien veel mutaties plaatsvonden. Dat zou een signaal kunnen zijn dat iemand werd misbruikt als ‘katvanger’. Daarom zouden bewindvoerders graag zien dat de RDW toch de mogelijkheid krijgt om kentekenregistratie te weigeren wanneer iemand onder bewind staat én geen toestemming heeft van een bewindvoerder om een voertuig te hebben.

Rond de gesprekken met de redactie over de uitzending kwam terloops ook het gokregister ter sprake. De redactie vond dit meteen interessant genoeg om als nieuw onderwerp voor een toekomstige uitzending te gebruiken. Bij de voorbereiding van het item belde de redactie ook nog even met de Kansspelautoriteit die de beheerder is van CRUKS. Daar viel het kwartje meteen en dus had Pointer mooi nieuws voor de uitzending: voortaan zou de Kansspelautoriteit vertrouwen op het professionele oordeel van een bewindvoerder en binnen twee weken iemand inschrijven bij CRUKS wanneer een bewindvoerder daarom vroeg. Ook voor ons kwam dit als een plezierige verrassing. Vaak is lobby een kwestie van lange adem, veel overleggen en het geduldig herhalen van je boodschap. Maar soms is een telefoontje van een journalist voldoende om iets in beweging te krijgen.

Neem bij vragen of opmerkingen rondom politiek en lobby contact op met Jan-Willem Wits: jwits@aegis.nl of 06 131 621 36.

Lobbycolumn | Armoededebat in Rijswijk

Door Jan-Willem Wits, adviseur public affairs

“Ik zie vooral een tragiek van goede bedoelingen waarbij politici zeggen dat ze maatwerk willen maar daardoor regels zo ingewikkeld maken dat niemand ermee uit de voeten kan. Vraag mensen zelf en de hulpverleners die hen ondersteunen wat zij nodig hebben om verder te komen.” Dat zei D66 kandidaat-Kamerlid Nathalie van Berkel tijdens het Armoededebat op 14 oktober jongstleden in Rijswijk. Negen kandidaten voor de komende Tweede Kamerverkiezingen gingen op uitnodiging van onder andere het Leger des Heils, Humanitas en de Voedselbanken in discussie over het armoedebeleid.

Twee jaar geleden was bestaanszekerheid nog hét leidende thema in de verkiezingscampagne maar daarna is er weinig concreets mee gebeurd, zeiden veel politici. Een rapport van de werkgroep sociaal minimum dat voorstelde om mensen in de bijstand een hogere uitkering te geven, verdween in een diepe la. Daardoor heeft een groot aantal uitkeringsgerechtigden een te laag inkomen om rond te komen en kan dat op den duur leiden tot steeds meer problematische schulden. Ook de inrichting van het toeslagensysteem en de bijzondere bijstand is heel erg ingewikkeld, waardoor veel aanvragen worden afgewezen. Dan moet je een beroep doen op particuliere fondsen, bijvoorbeeld om de ontruiming van een woning te voorkomen of een kapotte wasmachine te vervangen. Dat is mooi, maar daarmee neemt het maatschappelijk middenveld eigenlijk taken van de overheid op zich, klonk als kritiek.

Defensie

De meeste politici waren het erover eens dat het bestaansminimum hoog genoeg zou moeten zijn om in primaire levensbehoeften zoals voeding, zorg en energie te kunnen voldoen. De koppeling van uitkeringen aan de loonontwikkelingen in cao’s biedt daarvoor een goede basis, vinden veel partijen. VVD-Kamerlid Eric van den Burg was zo eerlijk om toe te geven dat zijn partij een andere keuze maakt. “Wij willen meer geld uitgeven aan Defensie en daarom kijken we naar de grootste overheidsuitgaven: zorg en sociale zekerheid. Wij willen dat de bijstand in de pas loopt met de inflatie, maar niet met de algemene loonontwikkeling. Werken moet lonen. Wanneer je het gemiddelde van alle cao’s neemt, zou iemand die aan de onderkant zit van het cao-gebouw er minder op vooruitgaan dan iemand die in de bijstand zit. Dat vinden wij niet eerlijk.”

Mondzorg

Meer discussie ontstond over de vraag of tandheelkundige zorg ook onder de basisbehoeften valt en dus vergoed zou moeten worden. Linkse partijen als GroenLinks-PvdA en de SP zijn daar groot voorstander van, maar partijen van het midden en ter rechterzijde hebben aarzelingen. Dat geld moet wel ergens vandaan komen. Toch leek tijdens het debat enige consensus te ontstaan dat mondzorg een belangrijke preventieve werking heeft. “Als je uit je muil stinkt tijdens een sollicitatiegesprek omdat je al jaren niet naar de tandarts bent geweest, en daardoor die baan niet krijgt, dan spannen we het paard achter de wagen”, vindt beoogd SP-Kamerlid Gerrie Elfrink uit Arnhem. Hij had de ambtenaren in zijn gemeente eens laten berekenen hoeveel gratis mondzorg zou kosten en die kwamen uit op drie tot vier miljoen per jaar. “Die investering verdient zich snel terug”, aldus Elfrink. CDA-kandidaat en wethouder in Ermelo Sarath Hamstra zei deze voordelen te zien, maar uiteindelijk niet mee te willen gaan in gratis mondzorg. “Een politicus moet keuzes maken binnen de bestaande begroting.”

Mensbeeld

Kamerlid Esma Lahlah, de nummer twee op de lijst van GroenLinks-PvdA, sprak over een versnipperd landschap in het sociaal domein. Zij wil daarom meer harmonisatie van de gemeentelijke regelingen, zodat de basis voor iedere burger gelijk is. Daarnaast vindt Lahlah dat wantrouwen nog vaak de dominante houding is waarmee mensen door de overheid worden bejegend. Dat maakt de drempel voor hulpverlening onnodig hoog. “Je geeft mensen het gevoel dat ze hun hand moeten ophouden”, aldus Lahlah. “Als je wantrouwen zaait, oogst je wantrouwen”, viel Don Ceder (ChristenUnie) haar bij. Hij riep de overheid op om meer los te laten, bijvoorbeeld door de toeslagen af te schaffen en te vervangen door een eenvoudiger systeem. Bovendien benadrukte hij het belang van preventie “die begint in het gezin”. Relatietherapie en een cursus opvoeden zouden daarom onderdeel moeten zijn van het gemeentelijke aanbod. “De overheid lijdt aan een risico-regelreflex”, aldus Sarath Hamstra van het CDA. “Wetgeving reflecteert het mensbeeld van politici en de overheid. Wanneer je gelooft in de goedheid van iedere mens ben je minder geobsedeerd door ieder risico op misbruik weg te regelen.”

Neem bij vragen of opmerkingen rondom politiek en lobby contact op met Jan-Willem Wits: jwits@aegis.nl of 06 131 621 36.

Aegis vraagt aandacht voor autoregistratie door onder bewind gestelden

Aegis ziet dat mensen die onder bewind staan soms voertuigen verwerven en/of op hun naam registeren bij de RDW, zonder dat de bewindvoerder daarvan op de hoogte is noch daarvoor toestemming heeft gegeven. De RDW heeft vooralsnog geen juridische grondslag om dit louter op basis van het feit dat iemand onder een beschermingsbewind valt te weigeren. In een brief aan het ministerie van Infrastuctuur en Waterstaat heeft Aegis hier aandacht voor gevraagd.

Het is mogelijk dat een bewindvoerder toestemming geeft aan een onder bewind gestelde om een voertuig te behouden of te verwerven, bijvoorbeeld omdat dit nodig is voor werk. Hetzelfde geldt voor het ten naam stellen van een voertuig bij de RDW. Het probleem is dat het ook voorkomt dat een bewindvoerder niet is betrokken bij het verwerven van een voertuig en/of het ten naam stellen van een voertuig. Dat kan tot schade leiden, bijvoorbeeld wanneer er geen financiële middelen zijn om motorrijtuigenbelasting, verzekeringspremies of andere uitgaven te betalen. Het beschermingsbewind is juist bedoeld om zulke situaties te voorkomen.

Katvanger

Daarnaast signaleert Aegis dat soms bij onder bewind gestelden meerdere voertuigen geregistreerd staan (soms tot wel twintig) en/of er met grote regelmaat mutaties van voertuigen en kentekens plaatsvinden. Dan ontstaat al snel het vermoeden dat er sprake is van een zogeheten ‘katvanger’ constructie. Dergelijk misbruik van kwetsbare mensen willen we natuurlijk al helemaal voorkomen.

RDW

In een gesprek met Aegis gaf de RDW aan het beeld te herkennen en het als een (maatschappelijk) ongewenste situatie te beschouwen. Alleen ontbreekt nu de juridische grondslag om als RDW een aanvraag voor een ten naam stelling te weigeren op het enkele feit dat iemand onder een beschermingsbewind valt. Bovendien heeft de RDW geen toegang tot het Centraal curatele- en bewindregister. Zelfs wanneer een bewindvoerder zich bij de RDW zou melden en de uitspraak van de rechter kan overleggen, ontbreekt een juridische titel om een aanvraag te weigeren. Deze situatie leidt bij de RDW tot een toename van het aantal vragen bij het klant- en contactcentrum over dit onderwerp.

Evident

Wat Aegis betreft is het evident dat een beschermingsbewind niet valt te rijmen met een zelfstandige aanvraag van een ten naamstelling van een voertuig door iemand die onder bewind staat, zonder de expliciete toestemming van de bewindvoerder. Dat wij willen voorkomen dat mensen onder bewind het slachtoffer worden van ‘katvanger’-praktijken spreekt al helemaal voor zich..

Rechter

Idealiter zouden wij zien dat de rechter bij het instellen van een beschermingsbewind en de benoeming van een bewindvoerder óók kan aangeven dat de onder bewind gestelde niet gemachtigd is om zonder toestemming van de bewindvoerder zelfstandig voertuigen ten naam te stellen bij de RDW. Daarnaast zou de RDW door de rechtbank actief moeten worden geïnformeerd over dit besluit en/of zou de RDW toegang moeten hebben tot het Centraal curatele- en bewindregister.

Neem bij vragen of opmerkingen rondom politiek en lobby contact op met Jan-Willem Wits: jwits@aegis.nl of 06 131 621 36.

Lobbycolumn | Weinig aandacht voor CBM-sector in verkiezingsprogramma’s

Door Jan-Willem Wits, adviseur public affairs

Het is weer de tijd dat politieke partijen hun verkiezingsprogramma’s presenteren. Alhoewel er weinig kiezers zijn die de moeite nemen om één of meerdere programma’s te bestuderen, die gemiddeld al snel zo’n zestig pagina’s tellen, spelen ze wel een belangrijke rol tijdens de formatiegesprekken. Wat zeggen de programma’s over thema’s als armoedebeleid, schuldhulpverlening en bewindvoering?

GroenLinks-Partij van de Arbeid (GL-PvdA) gaat het meest uitgebreid in op onderwerpen die onze sector raken, met onder meer het voorstel dat gemeenten voortaan de regie over bewindvoering krijgen. Ook schrijft de partij: “Het financieringsstelsel gaat op de schop zodat mensen niet hun eigen bewindvoering hoeven te financieren vanuit de bijzondere bijstand.” In eerdere programma’s stelde GroenLinks nog dat gemeenten de mogelijkheid moesten hebben om bewindvoering zelf te gaan doen. Dat is in het nieuwe programma niet overgenomen, al wordt het niet duidelijk wat gemeentelijke regie over bewindvoering dan precies betekent. In ieder geval vindt de partij dat schuldhulpverlening alleen mag worden uitgevoerd door partijen zonder winstoogmerk.

Deurwaarders in overheidsdienst

Verder komt GL-PvdA met allerlei voorstellen om financieel kwetsbare groepen beter te beschermen: de vaste lasten moeten omlaag, de bijstandsuitkering omhoog, er mogen geen mensen uit hun huis worden gezet vanwege een huurachterstand, het afsluiten van water, gas en elektriciteit vanwege schulden wordt verboden en de wanbetalersregeling voor zorgverzekeringen wordt afgeschaft. Ook wil de partij wetgeving om de armoede onder kinderen te verminderen. Deurwaarders komen in overheidsdienst en de gemeente moet meer doorzettingsmacht krijgen bij schuldenregelingen.

Nazorg in de wet

Ook de ChristenUnie (CU) wil een verbod op huisuitzettingen wegens huurschulden, maar beperkt dat tot huishoudens met kinderen. Daarnaast wil de partij minder verschillen tussen de gemeenten op het gebied van onder meer schuldhulpverlening. Ook zou bij schuldhulpverlening door een gemeente goede nazorg een wettelijk kader moeten krijgen. Wanneer de overheid zelf een van de schuldeisers is, dient ‘sociaal incasseren’ de norm moeten zijn. Bovendien wil de CU dat de overheid haar preferente positie als schuldeiser verliest en ‘gewoon’ aansluit bij een schuldenregeling. Het toeslagenstelsel gaat wat de CU betreft op de schop en wordt vervangen door een nieuw (fiscaal) stelsel. Dat zou mensen meer inkomenszekerheid moeten bieden.

‘Buy Now, Pay Later’

Net als GL-PvdA en de CU wil het CDA dat er een verbod komt om ‘Buy Now, Pay Later’-constructies. Ook bepleit het CDA lokale loketten waar mensen laagdrempelige informatie over financiële zaken kunnen krijgen en worden doorverwezen naar hulpinstanties. Daarnaast komt er wat het CDA betreft één overzicht met alle schulden en iemands aflossingscapaciteit. Ook stelt de partij een Nationale betaaldag voor; een vaste dag in de maand waarop alle vaste lasten worden afgeschreven.

Commissies

Vooralsnog zijn dit de enige verkiezingsprogramma’s die expliciet ingaan op armoedebeleid, schuldhulpverlening en wettelijke vertegenwoordiging, maar nog niet alle partijen hebben hun programma’s vastgesteld. Verkiezingsprogramma’s worden niet geschreven door Kamerleden, maar door speciale commissies die doorgaans ‘ad hoc’ worden samengesteld. Bij veel partijen stellen speciale ledencongressen de programma’s definitief vast, al zal er doorgaans niet veel meer in veranderen.

Standaardbrief

Sommige lobbyisten zoeken contact met de programmacommissies in de hoop dat ze zo ook een plekje krijgen in het programma. Het is lastig om te zeggen of dat heel effectief is, onder meer omdat deze commissies ook proberen om de leesbaarheid van een programma enigszins op orde te houden en zich daarom beperken tot enkele hoofdlijnen. In ieder geval heeft het geen zin om een standaardbrief naar alle politieke partijen te sturen. Het meest kansrijk is de lobby rond een concreet punt bij één partij.

Vinger aan de pols

Hoeveel er van verkiezingsprogramma’s overblijft in uiteindelijke regeerakkoorden is zeer onvoorspelbaar. De Kamerleden van mogelijke coalitiepartijen die dan aan tafel zitten, houden natuurlijk wel rekening met de verlanglijstjes van hun eigen leden. Daarnaast komen ambtenaren met tekstvoorstellen, waarbij ze eveneens met een schuin oog kijken naar verkiezingsprogramma’s maar zien wat financieel en juridisch haalbaar is. Partijen met zeer uitgesproken ideeën over bepaalde onderwerpen kunnen soms relatief meer binnenhalen, vooral als het andere partijen niet zoveel kan schelen hoe iets geregeld wordt. Daarom is het verstandig om de vinger aan de pols te houden met welke agenda’s de partijen de formatie ingaan.

Neem bij vragen of opmerkingen rondom politiek en lobby contact op met Jan-Willem Wits: jwits@aegis.nl of 06 131 621 36.