Aegis ondersteunt incidenteel leden bij procedures waarvan de uitkomst van belang kan zijn voor de branche als geheel. In uitzonderlijke gevallen levert Aegis daarbij ook een financiële bijdrage aan de juridische ondersteuning van een lid. Op 26 mei 2026 heeft het Gerechtshof Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak die Aegis om die reden heeft ondersteund. De uitspraak geeft belangrijke duidelijkheid over de aansprakelijkheid van bewindvoerders en het begrip schade.

Wat speelde er?

De zaak betrof een cliënt die onder beschermingsbewind stond en als zelfstandig ondernemer werkzaam was. Door de aard van zijn werkzaamheden waren de inkomsten sterk wisselend.
Bij aanvang van het bewind was duidelijk afgesproken dat de administratie van de onderneming en het verzorgen van de belastingaangiften niet tot de werkzaamheden van de bewindvoerder zouden behoren. De cliënt zou daarvoor een boekhouder inschakelen. Ondanks herhaalde verzoeken van de bewindvoerder gebeurde dit pas na langere tijd. Ook ontving de bewindvoerder onvoldoende informatie over de actuele inkomsten.
Toen uiteindelijk een boekhouder werd ingeschakeld, bleek dat de cliënt gedurende een langere periode te veel toeslagen en uitkeringen had ontvangen. Deze bedragen moesten worden terugbetaald.

Oordeel van de kantonrechter

De kantonrechter oordeelde dat de bewindvoerder onvoldoende zorgvuldig had gehandeld. Volgens de kantonrechter had de bewindvoerder eerder moeten onderkennen dat de wisselende inkomsten gevolgen konden hebben voor de hoogte van toeslagen en uitkeringen.
De bewindvoerder werd daarom veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van € 1.914,22, een bedrag dat ongeveer overeenkwam met twaalf maanden bewindvoerdersbeloning.

Waarom ondersteunde Aegis deze procedure?

Aegis zag in deze zaak een principiële vraag die verder reikt dan het individuele dossier. De centrale vraag was niet alleen of de bewindvoerder voldoende zorgvuldig had gehandeld, maar vooral of een bewindvoerder kan worden veroordeeld tot betaling van schadevergoeding wanneer geen sprake is van daadwerkelijke vermogensschade.
Daarnaast speelde de vraag of de reguliere bewindvoerdersbeloning kan worden beschouwd als schade die moet worden terugbetaald wanneer achteraf wordt vastgesteld dat een bewindvoerder een fout heeft gemaakt.
Deze vragen zijn van belang voor alle professionele bewindvoerders.

Oordeel van het Gerechtshof

Het Gerechtshof Amsterdam kwam gedeeltelijk tot een ander oordeel dan de kantonrechter.
Het hof bevestigde dat van een bewindvoerder een actieve en proactieve houding mag worden verwacht. Volgens het hof had de bewindvoerder meer zicht moeten houden op de inkomensontwikkeling van de cliënt en op de verhouding tussen de ontvangen inkomsten en de voorschotten op toeslagen en uitkeringen. Het hof oordeelde daarom dat sprake was van een toerekenbare tekortkoming in de zorg van een goed bewindvoerder.
Vervolgens beoordeelde het hof echter de vraag of daardoor ook schade was ontstaan.

Het hof stelde vast dat de ontvangen toeslagen en uitkeringen bedragen waren waarop geen recht bestond. Dat deze bedragen later moesten worden terugbetaald, betekende volgens het hof niet dat de vermogenspositie van de rechthebbenden was verslechterd. Per saldo hadden zij geen vermogensschade geleden. Het hof merkte daarbij op dat dit anders kan zijn wanneer bijvoorbeeld boetes of rente verschuldigd worden als gevolg van een toerekenbare tekortkoming van een bewindvoerder.

Daarnaast verwierp het hof het oordeel dat de betaalde bewindvoerdersbeloning als schade zou moeten worden aangemerkt. Die vergoeding is immers betaald voor alle werkzaamheden die de bewindvoerder heeft verricht en kan niet zonder meer worden gezien als schade die voortvloeit uit een specifieke tekortkoming.
Op grond daarvan vernietigde het hof de beschikking van de kantonrechter en wees het de verzoeken tot schadevergoeding alsnog af.

Belang voor de branche

De uitspraak bevestigt dat een tekortkoming van een bewindvoerder niet automatisch leidt tot aansprakelijkheid voor schadevergoeding. Voor een succesvolle schadevordering moet niet alleen worden vastgesteld dat een bewindvoerder tekort is geschoten, maar ook dat daadwerkelijk schade is geleden en dat er een voldoende verband bestaat tussen die schade en de gemaakte fout.

Tegelijkertijd onderstreept de uitspraak dat van bewindvoerders een actieve rol wordt verwacht bij het signaleren van financiële risico’s, zeker wanneer sprake is van wisselende inkomsten, ondernemerschap en inkomensafhankelijke regelingen.

De uitspraak biedt daarmee belangrijke handvatten voor de dagelijkse praktijk van professionele bewindvoerders en verduidelijkt de grenzen van aansprakelijkheid binnen het beschermingsbewind.