Is het einde van het decentralisatiegeloof in zicht?

Door Jan-Willem Wits, adviseur public affairs

Ruim 8.600 Nederlanders wisten op woensdag 18 maart (of kort daarna) of ze een plek in de gemeenteraad van hun woonplaats kregen of konden behouden. Het is niet bepaald een politieke functie waarvoor mensen massaal in de rij staan. Afhankelijk van de grootte van de gemeente is het vaak veel werk. Er zijn fractievergaderingen, commissievergadering en natuurlijk de vergadering van de gemeenteraad als geheel. Dan heb je nog de eindeloze stroom aan stukken, af en toe een werkbezoek en de ledenvergaderingen van je eigen partij.

Ook omdat steeds minder mensen lid zijn van een politieke partij is het vinden van mensen die in de gemeenteraad willen en kunnen aanschuiven daarom een lastige klus. Het kost je al snel twintig uur per week en daar staat een zeer bescheiden vergoeding tegenover. De meeste raadsleden hebben er nog een betaalde baan naast. Ga er maar aan staan. Zeker als je ook nog een gezin met (jonge) kinderen hebt of een carrière aan het opbouwen bent.

Zakkenvullers!

Wat niet meehelpt, is dat er nou niet echt talloze juichende kiezers langs de weg staan als de lokale volksvertegenwoordigers naar de raadszaal lopen. Er is vast wel iemand die het leuk vindt, maar veel lokale politici beschouwen ook het ‘flyeren’ tijdens de plaatselijke verkiezingscampagne als corvee waar weinig eer aan valt te behalen. De meeste mensen behandelen je als opdringerige Jehovah’s Getuige en lopen stug door. Sommigen worden zelfs agressief. “Er komen zeker weer verkiezingen aan dat je je op straat durft te vertonen! Anders zien we jullie nooit! Zakkenvullers!”. Gezelligheid. Ook lokale verkiezingsdebatten worden meestal alleen bezocht door partijleden die hun eigen kandidaten komen steunen. Veel kiezers geloven het wel en laten hun keuze toch vooral bepalen door wat er in Den Haag gebeurt.

Bewegingsruimte

Misschien nog wel het lastigste van lokale politiek bedrijven, is dat je zo weinig bewegingsruimte hebt om echt beleid te maken. Ik ben zelf betrokken geweest bij de collegeonderhandelingen voor een van de grote steden. De verkiezingen hadden de kaarten binnen de raad behoorlijk opgeschud en de grootste en nogal felle oppositiepartij stond te trappelen om het nu helemaal anders te gaan doen. Totdat de hoogste financiële ambtenaar aanschoof die zuinigjes een paar miljoen op tafel legde na de vraag hoeveel ruimte er was voor nieuw beleid. Een snelle rekenaar merkte verbijsterd op: ‘Maar dat is nauwelijks één procent van de totale begroting!?’. Klopt, bevestigde de ambtenaar. De rest van het geld zat vast in eerdere toezeggingen, structurele personeelskosten, landelijke regelingen, huisvesting en gemeentelijke voorzieningen zoals speeltuinen en het wagenpark van de plaatselijke vuilnisdienst.

Hoofdpijndossier

Het grootste hoofdpijndossier is daarbij het sociaal domein, dat in veel gemeenten meer dan de helft van de begroting opeet. Met name de jeugdzorg blijft steeds meer geld vragen, met een verwachte jaarlijkse groei van negen procent in de komende jaren! In 2000 kreeg één kind in iedere schoolklas jeugdzorg. Volgens deskundigen ligt dat in 2029 op negen kinderen… Omdat het gaat om wettelijke aanspraken en indicatiestellers buiten de gemeentelijke organisatie, valt er door de gemeente nauwelijks op te sturen. De financiële bijdrage van het Rijk groeit niet mee. Integendeel, vanaf 2028 wordt een forse bezuiniging verwacht.

Gaten met gaten vullen

Het gevaar is groot dat steeds meer gemeenten het ene gat in het sociaal domein gaan vullen door ergens anders gaten te slaan. Dat doen ze al volop. En dat terwijl je juist zou willen dat kwetsbare groepen worden gestut met integraal beleid, bijvoorbeeld door inkomensondersteuning te bieden voor arme gezinnen zodat problemen bij de kinderen kunnen worden voorkomen die weer leiden tot extra kosten voor jeugdzorg. Ook de betere samenwerking tussen gemeenten en bewindvoerders door de convenanten kan weer onder druk komen te staan wanneer gemeenten moeten bezuinigen op de schuldhulpverlening waardoor de doorstroming van bewind naar schuldhulp gaat haperen. Je kunt het vervolg al uittekenen.

Roze olifant

De roze olifant in de kamer van het sociaal domein lijkt dat er steeds meer aarzelingen komen of de decentralisatie van het sociaal domein die ruim tien jaar geleden op gang kwam met de invoering van onder andere de Wmo, de Jeugdwet en de Participatiewet wel heeft bereikt wat werd beoogd. Daarvoor waarschuwde het SCP al in 2020 en sindsdien is het er niet beter op geworden. De gemeente zou meer maatwerk kunnen bieden en er zouden synergievoordelen ontstaan, was het idee. Maar door onbegrensde aanspraken wettelijk te borgen en structureel onvoldoende geld vanuit het Rijk lopen gemeenten tegen een muur aan die niet wil wijken.

Postcode

Ook het nieuwe kabinet lijkt het heilige geloof in de decentralisatie te hebben opgegeven. Iedereen moet rond kunnen komen ongeacht je postcode, staat er in het coalitieakkoord, en daarom wil het kabinet een ‘basisniveau’ van aanvullende gemeentelijke regelingen en een ‘uniformering’ van armoede-, schulden- en re-integratiebeleid. Als Aegis steunen we dit van harte omdat iedere CBM-professional veel te veel tijd kwijt is in het doorgronden van gemeentelijke regelingen die overal net een beetje anders zijn. Laat staan wanneer je het als burger moet doen zonder professionele hulp.

Confectiewerk

Maar het eerlijke verhaal is wel dat als het kabinet inzet op stroomlijning en uniformering het hele idee van gemeentelijke autonomie om het sociaal domein in te richten steeds verder onder druk komt te staan. Dan kunnen we beter opnieuw aan de tekentafel gaan onderzoeken hoe we kwetsbare mensen zo goed mogelijk kunnen ondersteunen. Het maatpak dat met landelijke decentralisatiewetten aan gemeenten is verkocht, is steeds meer goedkoop confectiewerk geworden. Dat knelt.

Titanic

In het sociaal domein beginnen meerdere Titanics op ramkoers naar elkaar toe varen. Daar kunnen, of misschien gewoon zullen, ook wij last van krijgen. Toch kan een fundamentele herijking van het sociaal domein voor de relatie tussen CBM-professionals en gemeenten eveneens een kans opleveren.

Kwaliteit

Het gesprek tussen gemeenten, bewindvoerders en mentoren over de ondersteuning van kwetsbare burgers en hoe gemeenten en CBM-professionals daarbij het beste kunnen samenwerken, is in het verleden altijd sterk gekleurd geweest door de gevolgen voor de bijzondere bijstand-kas. Vanuit gemeenteperspectief is dat begrijpelijk. Sommige gemeenten dachten zelfs goedkoper uit te zijn door het zelf te gaan doen. Wanneer we dat gesprek niet meer hoeven te voeren, kunnen we het eindelijk gaan hebben waar het over zou moeten gaan: kwaliteit.

Neem bij vragen of opmerkingen rondom politiek en lobby contact op met Jan-Willem Wits: jwits@aegis.nl of 06 131 621 36.

Onderzoek naar het Adviesrecht gemeenten bij schuldenbewind

Op 13 mei heeft Aegis overleg gevoerd met Bureau Bartels over de evaluatie van de Wet adviesrecht gemeenten bij schuldenbewind. Bureau Bartels is door het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) geselecteerd om deze evaluatie uit te voeren. Wij informeren jullie graag over de inhoud en voortgang van dit onderzoek, en nodigen jullie uit om actief bij te dragen.

Achtergrond van het onderzoek

De Wet adviesrecht, die op 1 januari 2021 in werking trad, geeft gemeenten de mogelijkheid om binnen vier maanden na de instelling van een schuldenbewind advies uit te brengen aan de kantonrechter. Dit advies kan bijvoorbeeld gaan over de wenselijkheid om het bewind voort te zetten of te beëindigen ten gunste van schuldhulpverlening. Doel is dat gemeenten hun regierol beter kunnen invullen en dat kantonrechters alternatieve hulpvormen kunnen overwegen.

Het ministerie heeft Bureau Bartels gevraagd deze wet te evalueren. De centrale onderzoeksvraag luidt:

 

“In hoeverre worden met de Wet adviesrecht gemeenten bij schuldenbewind de beoogde doelen gerealiseerd en wat zijn lessen voor de toekomst?”

 

Belangrijke thema’s in het onderzoek

De evaluatie richt zich op:

  • De bekendheid en het gebruik van het adviesrecht bij gemeenten.
  • De meerwaarde en effecten van het adviesrecht, o.a. op samenwerking met bewindvoerders en doorstroom naar schuldhulpverlening.
  • De toekomstbestendigheid van het adviesrecht, inclusief mogelijke alternatieven.

Onderzoeksvragen vanuit Aegis

Namens onze leden hebben wij alvast twee aanvullende vragen aan Bureau Bartels meegegeven:

  • De rechtbank heeft bij invoering van het adviesrecht opgemerkt dat gemeenten al inspraak hebben bij de totstandkoming van het schuldenbewind. Kan dit niet als alternatief dienen voor het adviesrecht, en hoe kan dat er in de praktijk uit gaan zien?
  • Bij een gemeentelijke oproep voor een intake-/adviesgesprek: hoeveel tijd kost dit voor de cliënt en de bewindvoerder?

Oproep aan leden: deel jullie ervaringen en vragen

Wij willen alle leden vragen om het volgende aan te leveren:

  1. Aanvullende onderzoeksvragen die in dit evaluatieonderzoek zouden moeten worden meegenomen.
  2. Ervaringen of inzichten over het functioneren van het adviesrecht: positief, negatief of gemengd – alles is waardevol.
  3. Informatie over convenanten: geef in het bedrijfsportaal aan met welke gemeenten jullie convenanten hebben gesloten. Zo helpen we Bureau Bartels om het gemeentelijke landschap goed in kaart te brengen.

Alle input wordt meegenomen in onze gesprekken met Bureau Bartels en draagt bij aan een eerlijke, volledige evaluatie van het adviesrecht.

Heb je input? Laat het ons weten via het portaal of neem contact op via info@aegis.nl

Beschermingsbewind en de overheid

Uit het archief

Beschermingsbewind kan door de kantonrechter worden ingesteld indien iemand in financieel opzicht hulp en bescherming nodig heeft. De kantonrechter benoemt daarbij tevens een bewindvoerder die vervolgens met de betrokkene een plan van aanpak opstelt om de financiën weer op orde te krijgen. Misschien minder zichtbaar voor de buitenwereld is dat ook de overheid een rol vervult bij het bewind.

Vanuit de landelijke overheid zijn regels opgesteld voor het bewind. Op deze regelgeving wordt later in gegaan. Daarnaast is financiering van de bewindvoering nodig. De beloning van een bewindvoerder komt voor rekening van de persoon die onder bewind is gesteld. Indien de betrokkene de kosten van beloning zelf niet kan dragen, komen die kosten in aanmerking voor vergoeding uit de bijzondere bijstand. Hierdoor zijn ook de lokale overheden, de gemeenten, betrokken bij het bewind. Tevens heeft de landelijke overheid een (beleids)verantwoordelijkheid voor de bijzondere bijstand en de gemeenten. Verderop wordt de relatie tussen bewindvoerders en gemeenten verder uitgediept.

Regels voor beschermingsbewindvoerders
Het beschermingsbewind is in het Burgerlijk Wetboek opgenomen onder de naam ‘onderbewindstelling ter bescherming van meerderjarigen’. Een bewind kan worden ingesteld indien de betrokkene zijn financiële belangen niet behoorlijk kan waarnemen vanwege zijn lichamelijke of geestelijke toestand (toestandsbewind) of als gevolg van verkwisting of het hebben van problematische schulden (schuldenbewind).

De wet maakt verder een onderscheid tussen professionele bewindvoerders en familiebewindvoerders. Voor professionele bewindvoerders – dat zijn bewindvoerders die het bewind voeren ten behoeve van drie of meer personen – geldt dat zij moeten voldoen aan bepaalde kwaliteitseisen. Tevens voorziet de wet in controle op het voldoen aan de kwaliteitseisen door een accountant. Het Landelijke Kwaliteitsbureau CBM (LKB), een onderdeel van de rechtspraak, beoordeelt of de professionele bewindvoerder tot bewindvoerder kan worden benoemd (het toelatingsverzoek) en aan de eisen blijft voldoen (het handhavingsverzoek).

De kwaliteitseisen voor de genoemde professionele bewindvoerders zijn uitgewerkt in het Besluit kwaliteitseisen curatoren, beschermingsbewindvoerders en mentoren. Het besluit stelt eisen over de werving (integriteit), opleiding, scholing en begeleiding, de omgang met de betrokkene, de klachtenregeling, de dossiervorming, de bedrijfsvoering en eisen ter voorkoming van belangenverstrengeling.

Per 1 januari 2022 is het Besluit kwaliteitseisen gewijzigd. De wijziging heeft onder meer betrekking op het plan van aanpak dat de bewindvoerder opstelt. Hierin worden het doel van het bewind en de wederzijdse afspraken met de betrokkene vastgelegd. De wijziging van het besluit brengt mee dat de bewindvoerder het doel en de gemaakte afspraken tussentijds – dus gedurende de looptijd van het bewind – kan aanpassen. De mogelijkheid van een tussentijds aanpassing van het plan van aanpak biedt gelegenheid om bijvoorbeeld de toegenomen zelfredzaamheid van betrokkene hierin te verwerken. Daarmee wordt het plan van aanpak een meer ‘levend’ document en kan meer maatwerk worden geleverd. Op die manier kan, waar mogelijk, de zelfredzaamheid van de betrokkene worden bevorderd.

Eerder is er al op gewezen dat de bewindvoerder recht heeft op een beloning. Dat is uitgewerkt in de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren. Uitgangspunt is dat de bewindvoerder adequaat wordt beloond voor de uitoefening van zijn taken. De hoogte ervan hangt af van de situatie of sprake is van ‘standaardwerkzaamheden’ of van extra werkzaamheden in verband met ‘problematische schulden’. De jaarbeloning geldt daarbij als een gemiddelde: een forfaitaire beloning dus. Het ene bewind zal immers meer tijd vergen dan het andere. Zoals eerder aangegeven, is het ook de taak van de bewindvoerder om de zelfredzaamheid van de rechthebbende te bevorderen, voor zover dat in de situatie van betrokkene mogelijk is. Bij de hoogte van de jaarbeloning zijn drie uren meegerekend voor het bevorderen van de financiële zelfredzaamheid van betrokkene.

Samenwerking tussen bewindvoerders en gemeenten
In de laatste jaren is er meer aandacht gekomen voor de samenwerking tussen bewindvoerders en gemeenten. Dat past bij het gegeven dat zowel de bewindvoerder als de gemeente een rol vervult bij een persoon met problematische schulden. Ik herinner daarbij ook aan de Brede Schuldenaanpak van het kabinet en de afgeronde, lopende of nog te starten onderzoeken en pilots waarmee meer inzicht wordt gezocht in de aansluiting en doorstroom tussen bewind, de schuldhulpverlening (MSNP) en de wettelijke schuldsanering (WSNP). Ik wijs daarnaast op de volgende ontwikkelingen.

Op 1 januari 2021 is een wet in werking getreden die voorziet in een adviesrecht voor gemeenten. Daarin is geregeld dat de gemeente de mogelijkheid krijgt om een advies aan de rechter te geven ‘over de vraag of een voldoende behartiging van de belangen van rechthebbenden kan worden bewerkstelligd met een meer passende en minder verstrekkende voorziening dan met de voortzetting van bewind.’ De gemeente kan daarmee aan de rechter uiteenzetten welke ondersteuning naast of in plaats van het door de rechter ingestelde bewind kan worden aangeboden aan mensen met problematische schulden en waarom dit aanbod meer passend is dan het ingestelde bewind.

Een andere impuls aan de samenwerking tussen bewindvoerders en gemeenten is het Landelijk Platformoverleg Schuldenbewind dat eind 2020 van start is gegaan. In dit platformoverleg komen vertegenwoordigers van de bewindvoerdersorganisaties en gemeenten periodiek bijeen om de ontwikkelingen op het gebied van schuldenbewinden te bespreken. Bij het overleg zijn ook vertegenwoordigers vanuit de rechtspraak en de overheid aanwezig. Het primaire doel van het platformoverleg is kennisuitwisseling, met de mogelijkheid om “best practices” en ervaringen te delen. De insteek is dat hetgeen in het platformoverleg wordt besproken uiteindelijk effect krijgt in de praktijk op lokaal niveau. Als het gaat om informatie-uitwisseling op lokaal niveau is het bijvoorbeeld van belang dat voor beschermingsbewindvoerders duidelijk is welke vormen van ondersteuning gemeenten aanbieden. De bewindvoerder kan dan beter inschatten of de betrokkene op enig moment verder door de gemeente kan worden ondersteund en dus kan uitstromen uit schuldenbewind.

Ten slotte
Bewindvoerders hebben op tal van manieren – direct en indirect – te maken met de landelijke en lokale overheid. Voorop staat dat de persoon die te maken heeft met problematische schulden zo goed mogelijk moet worden geholpen. Daarvoor is kwaliteit nodig en een goede samenwerking tussen de professionals. De landelijke en lokale overheden vervullen hierbij een eigen rol. Dat samenspel tussen bewindvoerders en overheden duurt voort en is nog niet af. Het blijft dus ‘werken aan bewind’.

Hoger beroep gemeente Den Bosch

Uit het archief

Gisteren vond de mondelinge behandeling plaats van het hoger beroep dat de gemeente Den Bosch heeft aangespannen tegen de beslissing van de rechtbank Rotterdam om het destijds genomen algemeen belang besluit te vernietigen.

Aan de orde kwam onder meer de vraag welk belang de gemeente Den Bosch nu bij het hoger beroep heeft, aangezien ze reeds een nieuw algemeen belang besluit heeft genomen. Als de gemeente geen procesbelang heeft, kan het zijn dat het College van beroep voor het bedrijfsleven (Cbb) de zaak (nog) niet inhoudelijk kan behandelen.

Dan wat betreft de inhoud. Kort gezegd was er weinig nieuws onder de zon. Ook nu was geen deugdelijke nadere onderbouwing voorhanden waarop de kostenbesparing en de in-/uitstroomcijfers werd gebaseerd. Er werd alleen gekeken naar de casus Groningen en het grote “succes” dat in die gemeente bereikt zou zijn met gemeentelijke bewindvoering.

De raadsheren van het Cbb waren bijzondere kritisch op de gemeente Den Bosch. Zo kon de gemeente bijvoorbeeld niet (goed) verklaren waarom de wet Markt en Overheid een sterfhuisconstructie van bewindvoerderskantoren in de regio Den Bosch kan faciliteren. Ook gaf de gemeente een andere lezing aan een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep waarin werd bepaald dat de keuzevrijheid van een onderbewindgestelde om een eigen bewindvoerder te kunnen kiezen belangrijk was.

Daarnaast is het belang van het sluiten van convenanten als alternatief nadrukkelijk besproken, waaronder het convenant van het @LOBCM. Veel gemeenten hebben dergelijke akkoorden gesloten met bewindvoerderskantoren en de ervaringen daarmee zijn zeer positief te noemen. De gemeente Den Bosch heeft tot nu toe een dergelijk convenant niet willen sluiten met de branche.

Aan het einde van de zitting gaven de raadsheren aan de gemeente Den Bosch mee hierover nogmaals na te denken. Het kan zijn dat, met deze vingerwijzing in het achterhoofd, de gemeente alsnog een gesprek met de (branche)partijen wenst. Mocht dat zo zijn, dan zullen wij jullie daarover informeren. Zo nee, dan volgt op 25 januari 2023 uitspraak.

Wordt vervolgd…

Basisafspraken bewind vragen om meer wederkerigheid

Uit het archief

Deze week is tijdens een studiedag van NVVK een presentatie gehouden over ‘samenwerkingsafspraken tussen VNG en bewindvoerdersorganisaties’ en binnenkort worden deze basisafspraken verspreid door het land. Alhoewel wij, als brancheorganisatie voor beschermingsbewindvoerders, samenwerking met gemeenten belangrijk vinden en een landelijk convenant die die samenwerking regelt toejuichen, moeten we nu echter constateren dat er nog geen gedragen samenwerkingsafspraken gemaakt zijn.

In de afgelopen maanden zijn dus pogingen ondernomen om tot een nieuw model-convenant te komen. We zeggen bewust ‘nieuw’, omdat in 2017 onder de noemer ‘Samen Verder’ al een landelijk convenant tot stand is gekomen (zie de documenten onderaan dit bericht). In convenanten leg je afspraken van de overheid met een of meer partijen vast gericht op het behalen van bepaalde doelstellingen. Convenanten zijn per definitie wederkerig; je draagt beiden bij en/of hebt er allebei voordeel bij. Wederkerig is het document dat vandaag gepresenteerd wordt, in onze visie nog niet. Daarnaast bestaat er dus al een goed modelconvenant, dat wél op instemming van partijen kon rekenen, maar die wellicht alleen niet meer bij iedereen in zicht is.

Op drie punten zien wij graag aanvullingen in de basisafspraken die NVVK en VNG vandaag presenteren:

1. Wederkerigheid
2. Vermindering bureaucratie
3. Bijzondere bijstand

ad 1. Horus vindt het van belang dat het model-convenant meer wederkerigheid tussen gemeenten en beschermingsbewindvoerders laat zien. Een goed voorbeeld vinden wij het convenant + werkafspraken dat de gemeente Den Haag momenteel ontwikkelt. Zeker in combinatie met de werkafspraken versterkt dit Haagse convenant de wederkerigheid in de samenwerking. Je verlangt van elkaar goede informatie, kwaliteit en vanuit samenwerking bouwen aan een relatie. Dat zou meer onderdeel ook kunnen zijn van het landelijke convenant in wording.

ad 2. Als Horus willen wij investeren in de werkrelatie met gemeenten en schuldhulpverlening. Op de branche van beschermingsbewind wordt uitvoerig toezicht gehouden – en dat is prima. We zien echter in diverse convenanten die gemeenten met de branche sluiten, een steeds grotere uitvraag richting beschermingsbewindvoerders ontstaan. Op verschillende momenten wordt informatie en/of om overleg gevraagd. Dat dat nodig is, daarvoor hebben wij begrip. Wat wij echter willen voorkomen, is dat wij teveel tijd kwijt raken aan bureaucratie / overleggen en aan een stapeling van verantwoordingsmomenten. Onze toezichthouder is de rechtspraak. Als het door de rechtspraak gehanteerde kwaliteitskader niet passend is voor gemeenten, dan moeten gemeenten het Rijk om andere kwaliteitscriteria vragen. Over het gewenste kwaliteitskader, denken wij graag mee. Wel vragen we aandacht voor onze beperkte mogelijkheden om ‘extra’ te leveren. Elke extra inzet moet betaald worden uit de 17 of 22 uur die wij als branche per cliënt per jaar vergoed krijgen.

ad 3. Onze branche ervaart nu dat het regelen van bijzondere bijstand lang niet altijd soepel loopt en dat er groot verschil tussen gemeenten bestaat. Wij pleiten daarom voor het opnemen van passende afspraken. Dat kan verstrekking zijn voor de duur van het ingestelde bewind, maar andere pragmatische oplossingen zijn voor ons ook bespreekbaar.

Gert Boeve,
voorzitter Horus, Nederlandse Branchevereniging Wettelijk vertegenwoordigers, bestuurder van stichting CAV, lid NVVK

en tevens:
Erwin Bel,
bestuurder van stichting CAV, lid NVVK

Marcel Kooi,
directeur Kompas Zuidlaren, lid NVVK

Reactie Horus op amendement over beschermingsbewind

Uit het archief

Vanochtend stuurde Gert Boeve, namens Horus, een e-mail naar kamerlid Michiel van Nispen (SP) als reactie op zijn amendement over beschermingsbewind.

Gert Boeve:
“Met verbazing, teleurstelling én zorg heb ik kennisgenomen van uw amendement over beschermingsbewind (35 915 nr 9).

Laat ik beginnen met de door u genoemde perverse prikkel. In het kader van een lopend onderzoek in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid door onderzoeksbureau SEO naar de financieringssystematiek en bekostiging bij schuldenbewind heb ik, als voorzitter van branchevereniging Horus, aangegeven dat ik graag hiervan af wil. Al was het maar, omdat de huidige financieringssystematiek met zich meebrengt dat sommige politici, zoals u, vermoeden dat bewindvoerders hun cliënten onnodig lang onder bewind houden. In die zin vinden wij elkaar. Wel merk ik hierbij op dat de huidige financieringssystematiek zo vormgegeven is, om de administratieve lasten voor cliënten, hun bewindvoerders en de eventueel meebetalende overheid, zo beperkt mogelijk te houden. Elk ander systeem zal kostenverhogend werken.

Mijn verbazing, teleurstelling en zorg zit in de gevolgtrekking van uw constatering. Namelijk verbindt u er het voorstel aan dat voortaan gemeenten zelf beschermingsbewind gaan uitvoeren en dat beschermingsbewindvoerders verder onder toezicht van de gemeenten hun werk moeten doen. Horus vindt beschermingsbewind, net als u, een vergaande maatregel. Wij vinden het dan ook van belang om te benadrukken dat, omdat het zo’n vergaande maatregel is, beschermingsbewind niet voor niets door een rechter opgelegd wordt en dat elke bewindvoerder jaarlijks verantwoording aflegt bij de rechter. Rechters besluiten ook jaarlijks of een bewindvoerder nog benoembaar is. Uw amendement roeit door deze verantwoordings- en controlesystematiek heen. Bent u bekend met deze systematiek? Mocht u vinden dat meer of anders toezicht gehouden moet worden, dan moet u dát regelen. Als Horus staan wij open voor gesprek.

Beschermingsbewind is een echt vak, wat niet iedereen kan en ligt. Graag nodig ik u uit om bij een van de leden van Horus op werkbezoek te komen, om dit zelf te ervaren. Helaas wordt daar soms makkelijk over gedacht – door nieuwkomers in de branche, maar ook door gemeenten. Zo is de gemeente Deventer niet voor niets ontslagen als bewindvoerder – zie daar trouwens de toegevoegde waarde van onafhankelijk toezicht! Het is ook niet onze ervaring dat gemeenten vaak ingewikkelde dossiers moeten oplossen, omdat ‘commerciële bewindvoerders de “moeilijke” zaken laten liggen’. Sterker, wij zien bij Horus juist vaak het omgekeerde, dat juist gemeenten relatief makkelijke dossiers oppakken en moeilijke dossiers doorschuiven naar een bewindvoerder. U verwijst naar de Dordtse aanpak. Wij hebben hiervan ook kennisgenomen. Wat wij zien, is dat sommige gemeenten cliënten onder het motto ‘effectief en efficiënt’ het liefst zo snel mogelijk naar ‘lichtere’ vormen, zoals budgetbeheer brengen. Maar hoe effectief is dit? Wij zien in toenemende mate dat cliënten na een paar jaar terugkeren onder bewind. Dat is niet effectief én helpt deze kwetsbare bewoners ook niet. Bovendien zijn gemeenten en budgetbeheerders onder regie van gemeenten niet goedkoper, terwijl financiële overwegingen vaak wel een grote rol spelen (zo werft Dordrecht bewindvoerders in schaal 9; een schaal die bewindvoerders helaas niet kunnen betalen aan hun medewerkers). Wij zien overigens ook wel dat gemeenten leeglopen op bewind en delen hun zorgen en frustraties. Wij zijn dan ook voor een andere financiering van bewind. De bijzondere bijstand is bedoeld voor ‘bijzondere’ gevallen en daar hoort bewind niet bij. Het lopende onderzoek van SEO zal daar ook een antwoord op moeten geven, wat Horus betreft.

Ik vind – tot slot – uw voorstel ook ernstig bezwaarlijk, omdat u voorbijgaat aan de bedoeling van beschermingsbewind: namelijk het bewaken en beschermen van (de financiële belangen van) diegenen die zo kwetsbaar zijn, dat ze zelfs tegen zichzelf beschermd moeten worden. Beschermingsbewindvoerders staan enkel voor de belangen van hun cliënt en niet voor die van derden. Niet zelden is juist de overheid een belangrijke veroorzaker van de financiële problemen waar onze cliënten mee te maken hebben. Ik hoef u in dat kader alleen maar te wijzen op de toeslagenaffaire. Deze kwetsbare Nederlanders verdienen een eerlijke en onafhankelijke belangenbehartiger – geen uitvoerder van of namens de overheid!

Het hoeft dan ook geen betoog dat ik u verzoek om uw amendement in te trekken. Een verdiepend gesprek ga ik graag met u (en uw collega’s) aan – al dan niet tijdens een werkbezoek aan een van onze leden. Graag verneem ik uw reactie en van uw belangstelling.”

Bijzondere bijstand in Groningen weer mogelijk voor bewindvoering

Uit het archief

Na jarenlang vanuit het LOBCM (NBBI en NBPB) diverse brieven te hebben gestuurd naar de Gemeente Groningen om het beleid van uitsluiting van professionele bewindvoerders te herzien, is er nu gelukkig een positief geluid.

Een van onze leden, Baas Bewindvoering, heeft in 2019 bezwaar aangetekend tegen de afwijzing van de bijzondere bijstand voor een van haar cliënten die gedupeerd werd door het nieuwe beleid van de Gemeente Groningen. Het beleid van de gemeente was dat de cliënt, hoezeer deze ook verbonden (lees: vertrouwd) was aan de huidige bewindvoerder, gebruik moest maken van de voorlopige voorziening (GKB Groningen) van de Gemeente Groningen.

Vandaag heeft de Centrale Raad van Beroep besloten dat als een cliënt zijn vertrouwen heeft gelegd in een professionele bewindvoerder er geen verplichting van de gemeente opgelegd kan worden om gebruik te maken van de voorliggende voorziening. Goed nieuws voor alle professionele bewindvoerders die werkzaam zijn in de regio Groningen. Door het wegvallen van de verplichting om gebruik te maken van de voorliggende voorziening (GKB Groningen) dient de gemeente weer bijzondere bijstand toe te kennen.

Lees hier de gehele uitspraak.

LOBCM – Landelijk modelconvenant gemeenten

Uit het archief

Het LOBCM heeft een modelconvenant opgesteld dat kan worden gebruikt door gemeenten die de samenwerking met
bewindvoerders in de regio in een convenant vast wil leggen.

Het convenant is gepresenteerd aan de VNG en enthousiast ontvangen. De besluitvorming van de VNG is echter zo ingericht dat de vereniging zich nog niet aan het convenant kan committeren; voor dergelijke besluiten moet de VNG namelijk haar leden raadplegen. Wij willen je het convenant echter niet onthouden. Het convenant kan door jullie gebruikt worden om aan de bieden aan de gemeente als deze een convenant wil ontwikkelen. Ook gemeenten die contact met ons opnemen hierover krijgen het convenant toegestuurd. Wij zijn blij dat de eerste gemeente al met een convenant – gebaseerd op ons model – aan de slag gaat.

De reden voor het ontwikkelen van dit convenant door het LOBCM is tweeledig. Ten eerste vindt het LOBCM het heel belangrijk dat er in een convenant sprake is van wederkerigheid Een convenant moet voor alle partijen voordeel opleveren. Ten tweede vindt het LOBCM het zonde dat het wiel steeds weer opnieuw moet worden uitgevonden.

Vervolggesprek met de gemeente Den Haag

Uit het archief

In vervolg op het gesprek van 2 december tussen bewindvoerders en gemeente Den Haag, heeft Arie Verkerk namens Horus deze morgen een gesprek met ambtenaren van de gemeente Den Haag gehad om te komen tot een convenant tussen gemeente en brancheverenigingen. Namens LOBCM was Stephan van der Giessen aangeschoven.

Horus heeft erop aangedrongen bewindvoerders als volwaardige professionele partners te zien waarbij zowel de gemeente als bewindvoerders elkaar nodig hebben om de burger beter te kunnen helpen. Een convenant werkt alleen optimaal als de convenantpartners ervoor zorgen dat alle partners slimmer, gemakkelijker hun werk kunnen doen (what’s in it for us). Niet optreden als politieagenten, maar vertrouwen is het sleutelwoord om succes te bereiken. Horus is oprecht blij te merken dat de gemeente Den Haag zo positief op zoek is naar maximale samenwerking en dat vertrouwen als uitgangspunt wil nemen.

Onderwerpen die zijn besproken:

  • Verkorten procedure aanmeldingen bij de kredietbank en de doorlooptijden
  • Verkorten procedure Bijzondere Bijstand
  • Vereenvoudiging kwijtschelding gemeentelijke belastingen
  • Hoe kunnen de contacten worden geoptimaliseerd?
  • Is een convenant wel nodig of is een afsprakenkader al voldoende?

Zitting bij rechtbank tegen besluit gemeente Den Bosch

Uit het archief

Vandaag, 13 september 2021, is de zitting voor het beroep op het besluit van de Gemeente Den Bosch om op een oneerlijke manier te concurreren met de markt. Vanuit het LOBCM en o.a. namens de leden van NBBI zal mr. T.E. Van der Bent als onze advocaat in deze zitting het woord voeren.

Update dinsdag 14 september 2021:

Advocaat LOBCM: “Aan het einde van vorige jaar heeft de gemeente Den Bosch een besluit genomen dat beschermingsbewind alleen nog via de gemeente vergoed zal gaan worden. Professionele bewindvoerderskantoren binnen het werkgebied van Den Bosch worden daarmee feitelijk geconfronteerd met een uitsterfbeleid. Uiteraard was het LOBCM het hier helemaal niet mee eens en heeft hiertegen krachtig geprotesteerd.

Gisteren heeft het LOBCM (ten behoeve van o.a. de leden van de NBBI) samen met anderen de zitting gehad bij de rechtbank Rotterdam gericht tegen het algemeen belang besluit dat de gemeente Den Bosch heeft genomen. De rechtbank heeft vele kritische vragen gesteld aan de gemeente naar aanleiding van de beroepsgronden die het LOBCM heeft ingediend. Met name de financiële onderbouwing en de vele aannames waarop het besluit is gebaseerd zijn uitvoerig aan bod gekomen. Over zes weken zal de rechtbank uitspraak doen, dan weten we meer. Wordt vervolgd!”