Beschermingsbewind en de overheid

Uit het archief

Beschermingsbewind kan door de kantonrechter worden ingesteld indien iemand in financieel opzicht hulp en bescherming nodig heeft. De kantonrechter benoemt daarbij tevens een bewindvoerder die vervolgens met de betrokkene een plan van aanpak opstelt om de financiën weer op orde te krijgen. Misschien minder zichtbaar voor de buitenwereld is dat ook de overheid een rol vervult bij het bewind.

Vanuit de landelijke overheid zijn regels opgesteld voor het bewind. Op deze regelgeving wordt later in gegaan. Daarnaast is financiering van de bewindvoering nodig. De beloning van een bewindvoerder komt voor rekening van de persoon die onder bewind is gesteld. Indien de betrokkene de kosten van beloning zelf niet kan dragen, komen die kosten in aanmerking voor vergoeding uit de bijzondere bijstand. Hierdoor zijn ook de lokale overheden, de gemeenten, betrokken bij het bewind. Tevens heeft de landelijke overheid een (beleids)verantwoordelijkheid voor de bijzondere bijstand en de gemeenten. Verderop wordt de relatie tussen bewindvoerders en gemeenten verder uitgediept.

Regels voor beschermingsbewindvoerders
Het beschermingsbewind is in het Burgerlijk Wetboek opgenomen onder de naam ‘onderbewindstelling ter bescherming van meerderjarigen’. Een bewind kan worden ingesteld indien de betrokkene zijn financiële belangen niet behoorlijk kan waarnemen vanwege zijn lichamelijke of geestelijke toestand (toestandsbewind) of als gevolg van verkwisting of het hebben van problematische schulden (schuldenbewind).

De wet maakt verder een onderscheid tussen professionele bewindvoerders en familiebewindvoerders. Voor professionele bewindvoerders – dat zijn bewindvoerders die het bewind voeren ten behoeve van drie of meer personen – geldt dat zij moeten voldoen aan bepaalde kwaliteitseisen. Tevens voorziet de wet in controle op het voldoen aan de kwaliteitseisen door een accountant. Het Landelijke Kwaliteitsbureau CBM (LKB), een onderdeel van de rechtspraak, beoordeelt of de professionele bewindvoerder tot bewindvoerder kan worden benoemd (het toelatingsverzoek) en aan de eisen blijft voldoen (het handhavingsverzoek).

De kwaliteitseisen voor de genoemde professionele bewindvoerders zijn uitgewerkt in het Besluit kwaliteitseisen curatoren, beschermingsbewindvoerders en mentoren. Het besluit stelt eisen over de werving (integriteit), opleiding, scholing en begeleiding, de omgang met de betrokkene, de klachtenregeling, de dossiervorming, de bedrijfsvoering en eisen ter voorkoming van belangenverstrengeling.

Per 1 januari 2022 is het Besluit kwaliteitseisen gewijzigd. De wijziging heeft onder meer betrekking op het plan van aanpak dat de bewindvoerder opstelt. Hierin worden het doel van het bewind en de wederzijdse afspraken met de betrokkene vastgelegd. De wijziging van het besluit brengt mee dat de bewindvoerder het doel en de gemaakte afspraken tussentijds – dus gedurende de looptijd van het bewind – kan aanpassen. De mogelijkheid van een tussentijds aanpassing van het plan van aanpak biedt gelegenheid om bijvoorbeeld de toegenomen zelfredzaamheid van betrokkene hierin te verwerken. Daarmee wordt het plan van aanpak een meer ‘levend’ document en kan meer maatwerk worden geleverd. Op die manier kan, waar mogelijk, de zelfredzaamheid van de betrokkene worden bevorderd.

Eerder is er al op gewezen dat de bewindvoerder recht heeft op een beloning. Dat is uitgewerkt in de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren. Uitgangspunt is dat de bewindvoerder adequaat wordt beloond voor de uitoefening van zijn taken. De hoogte ervan hangt af van de situatie of sprake is van ‘standaardwerkzaamheden’ of van extra werkzaamheden in verband met ‘problematische schulden’. De jaarbeloning geldt daarbij als een gemiddelde: een forfaitaire beloning dus. Het ene bewind zal immers meer tijd vergen dan het andere. Zoals eerder aangegeven, is het ook de taak van de bewindvoerder om de zelfredzaamheid van de rechthebbende te bevorderen, voor zover dat in de situatie van betrokkene mogelijk is. Bij de hoogte van de jaarbeloning zijn drie uren meegerekend voor het bevorderen van de financiële zelfredzaamheid van betrokkene.

Samenwerking tussen bewindvoerders en gemeenten
In de laatste jaren is er meer aandacht gekomen voor de samenwerking tussen bewindvoerders en gemeenten. Dat past bij het gegeven dat zowel de bewindvoerder als de gemeente een rol vervult bij een persoon met problematische schulden. Ik herinner daarbij ook aan de Brede Schuldenaanpak van het kabinet en de afgeronde, lopende of nog te starten onderzoeken en pilots waarmee meer inzicht wordt gezocht in de aansluiting en doorstroom tussen bewind, de schuldhulpverlening (MSNP) en de wettelijke schuldsanering (WSNP). Ik wijs daarnaast op de volgende ontwikkelingen.

Op 1 januari 2021 is een wet in werking getreden die voorziet in een adviesrecht voor gemeenten. Daarin is geregeld dat de gemeente de mogelijkheid krijgt om een advies aan de rechter te geven ‘over de vraag of een voldoende behartiging van de belangen van rechthebbenden kan worden bewerkstelligd met een meer passende en minder verstrekkende voorziening dan met de voortzetting van bewind.’ De gemeente kan daarmee aan de rechter uiteenzetten welke ondersteuning naast of in plaats van het door de rechter ingestelde bewind kan worden aangeboden aan mensen met problematische schulden en waarom dit aanbod meer passend is dan het ingestelde bewind.

Een andere impuls aan de samenwerking tussen bewindvoerders en gemeenten is het Landelijk Platformoverleg Schuldenbewind dat eind 2020 van start is gegaan. In dit platformoverleg komen vertegenwoordigers van de bewindvoerdersorganisaties en gemeenten periodiek bijeen om de ontwikkelingen op het gebied van schuldenbewinden te bespreken. Bij het overleg zijn ook vertegenwoordigers vanuit de rechtspraak en de overheid aanwezig. Het primaire doel van het platformoverleg is kennisuitwisseling, met de mogelijkheid om “best practices” en ervaringen te delen. De insteek is dat hetgeen in het platformoverleg wordt besproken uiteindelijk effect krijgt in de praktijk op lokaal niveau. Als het gaat om informatie-uitwisseling op lokaal niveau is het bijvoorbeeld van belang dat voor beschermingsbewindvoerders duidelijk is welke vormen van ondersteuning gemeenten aanbieden. De bewindvoerder kan dan beter inschatten of de betrokkene op enig moment verder door de gemeente kan worden ondersteund en dus kan uitstromen uit schuldenbewind.

Ten slotte
Bewindvoerders hebben op tal van manieren – direct en indirect – te maken met de landelijke en lokale overheid. Voorop staat dat de persoon die te maken heeft met problematische schulden zo goed mogelijk moet worden geholpen. Daarvoor is kwaliteit nodig en een goede samenwerking tussen de professionals. De landelijke en lokale overheden vervullen hierbij een eigen rol. Dat samenspel tussen bewindvoerders en overheden duurt voort en is nog niet af. Het blijft dus ‘werken aan bewind’.

Reactie op brief indexatie wettelijke vertegenwoordigers

Uit het archief
Vorig jaar hebben wij het Ministerie aangeschreven om kenbaar te maken dat het uitblijven van een indexatie voor wettelijke vertegenwoordigers mogelijk voor grote problemen in de branche gaat zorgen. De Minister van Rechtsbescherming heeft in zijn brief aangegeven dat onze brief zijn aandacht heeft en verwacht in het eerste kwartaal van 2023 met een inhoudelijk antwoord te kunnen komen. Hopelijk krijgt de branche van wettelijke vertegenwoordigers binnenkort een positief geluid te horen.

NBBI lost bankenproblematiek op met branche-eigen betaaloplossing Modura

Uit het archief

Modura is een baanbrekende oplossing voor financieel zorgverleners die op zoek zijn naar een eenvoudige, efficiënte en betaalbare manier om bankrekeningen voor hun cliënten te openen en beheren. Het is opgericht door de brancheorganisatie NBBI samen met financieel zorgverleners uit het werkveld (budgetbeheerders en bewindvoerders), met als enige doel het bieden van een hoogwaardige dienst tegen een aantrekkelijke prijs.

Met Modura is het mogelijk om binnen een uur meerdere bankrekeningen voor een cliënt te openen. Dit kan een beheerrekening zijn of een combinatie van een beheer- en leefgeldrekening desgewenst aangevuld met een spaarrekening. Bij de leefgeldrekening wordt standaard een betaalpas en de Modura-app voor de cliënt geleverd, waarmee deze zelfstandig bankzaken kan verrichten.

Een van de grote voordelen van Modura is dat financieel zorgverleners voor hun cliënten zoveel rekeningen kunnen openen als ze willen. Dit gebeurt direct, zonder dat er hoeft te worden gewacht op goedkeuring of verwerking. Hierdoor kunnen financieel zorgverleners snel en efficiënt aan de slag met hun cliënten. Modura is een non-profit organisatie die ervoor zorgt dat de kosten laag blijven en dat al het geld naar verbetering van de dienst gaat, dit maakt het voor financieel zorgverleners mogelijk om te werken met een zeer betaalbare oplossing, zonder dat er op kwaliteit wordt ingeleverd. Modura is uitsluitend voor de branche opgericht waarbij de diverse brancheorganisaties een zetel kunnen krijgen binnen de stichting om te waarborgen dat de kwaliteit en functionaliteiten blijven voldoen aan ieders wens.

Modura is een innovatieve oplossing die financieel zorgverleners helpt hun werk efficiënter en kosteneffectiever te doen. Door de focus op een zo laag mogelijke prijs, hoge kwaliteit en eenvoudige beheer, biedt het een uitstekende keuze voor financieel zorgverleners die op zoek zijn naar een betrouwbare partner voor hun bankzaken. De kosten voor de rekeningouder (cliënt) zijn dan ook al vanaf 3 euro per rekening per maand. Voor de bewindvoerder worden er geen openingskosten in rekening gebracht.

 

Update indexatie en gesprekken met ministeries

Uit het archief

Onlangs hebben wij namens de betrokken brancheorganisaties een brief gestuurd naar de betrokken bewindspersonen van Szw en J&V om hen aan te spreken over (het achterwege blijven van) de indexatie van vergoedingen voor wettelijk vertegenwoordigers. Gelukkig is hier snel op gereageerd en hadden we ook een overleg gepland staan met een brede afvaardiging van ambtenaren. In dit gesprek werd duidelijk dat men onze bezwaren erkent en heel goed begrijpt. Zoals wellicht te verwachten konden zij ons (nog) niets beloven en daarom zijn we als branche allesbehalve gerust.

Volgend op dit overleg was een aangekondigd gesprek met de minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen, Carola Schouten. Met haar hadden we graag opnieuw aandacht gevraagd voor onze zorgen, en wens te komen tot een snelle tegemoetkoming. Dit gesprek stond gepland op donderdag 10 november en is helaas afgezegd omdat de minister naar de Tweede Kamer moest inzake het pensioendebat.

Uiteraard hebben we begrip voor de overvolle agenda van minister Schouten en de prioriteiten daarin. Dat neemt onze zorgen niet weg. Wij doen daarom vanuit de hele branche opnieuw een gezamenlijke oproep:

Wij vinden het erg jammer dat de afspraak niet door is gegaan. Uiteraard hebben we alle begrip voor de overbezette agenda van minister Schouten. Graag willen wij, Horus, NVVK, NBBI en NBPM, wel attenderen op de komende verlengingsronde voor de bijzondere-bijstand-aanvragen naar gemeenten, die wettelijk vertegenwoordigers altijd uitvoeren in december. De eventuele verhoging die nog doorgevoerd gaat worden zou dan voor 1 december bekend gemaakt moeten worden. Anders levert dit ook bij gemeentes extra correctiewerk op.

Indien een online meeting niet meer mogelijk is voor 1 december, dan stellen wij voor om een eerste voorschot te geven op de verhoging die anders eind 2023 toch ingevoerd gaat worden. Niemand zit namelijk te wachten op een verhoging eind 2023 van ruim tien procent. Daarnaast plannen wij graag vervolggesprekken, om met beide bewindspersonen tot afspraken te komen om voor 1 juli 2023 nog een definitieve verhogingsronde door te kunnen voeren. Hiermee is de eerste druk wat van de ketel, zodat er bij wettelijk vertegenwoordigers enige ademruimte ontstaat en zij hun personeel toch een kleine salarisverhoging kunnen geven. Gezien de huidige economische omstandigheden wijzen we op het grote belang dat ook voor onze sector een gepaste verhoging van de salarissen per 1-1-2023 doorgevoerd kan worden.

Reactie Horus, NBBI en NBPB op conceptrapport SEO

Uit het archief

Vorige week kregen wij het conceptrapport van SEO Economisch Onderzoek over de financiering en bekostiging van schuldenbewind onder ogen. Als brancheverenigingen Horus, NBBI en Beroepsvereniging NBPB reageerden we hier gezamenlijk op door middel van een brief aan het onderzoeksbureau ​met daarin een aantal aanbevelingen.

Wij gaan ervan uit dat onze input meegenomen wordt in de verdere uitwerking van het concept en houden je op de hoogte van verdere ontwikkelingen over dit onderzoek.

In de brief vertellen we dat we het onderzoek van SEO als een belangrijke stap zien om de samenwerking tussen branche, Rijk, rechtspraak en gemeenten te versterken. Ook zien we een mogelijkheid om nu duidelijk te krijgen op welke manier de inzet van de branche ook geldelijk gewaardeerd mag en zou moeten worden.

En toch; we kunnen ons maar gedeeltelijk vinden in de uitkomsten van het onderzoek. Daarom roepen we gezamenlijk op om tot oplossingen te komen. Ten eerste is dit een redelijke verhoging van het aantal uren voor verschillende dossiers en ten tweede een beter gesprek over hoe we toekomstbestendig zorgen dat onze belangrijke taak goed blijft bestaan.

Indexatie tarieven

Uit het archief

1 november 2022

Zojuist heeft een eerste overleg plaatsgevonden inzake de indexatie van onze tarieven. De ministeries verontschuldigen zich voor het gebrek aan communicatie, men had eerder op onze zorgen moeten ingaan. Het probleem inzake de indexering speelt bij meerdere juridische beroepsgroepen waar bewindvoering er één van is. Het probleem dat nu ontstaat binnen het werkveld is duidelijk gemaakt en er wordt getracht de noodzaak duidelijk te maken bij de verantwoordelijke bewindspersonen. Er is verzocht of het mogelijk is om de verhoging van 2024 deels naar 2023 te halen. Op 10 november zal een gesprek met de Minister volgen, dit zal een doorslaggevend moment zijn. Wij hebben ook gevraagd om te kijken naar andere oplossingen als een financiële oplossing definitief niet mogelijk is. Hierbij kan gedacht worden aan aanpassingen in de uitvoering van bepaalde werkzaamheden.

28 oktober 2022

We verstuurden een brief naar minister Schouten en minister Weerwind namens de gehele branche als reactie op het bericht over de indexatie tarieven beschermingsbewind, mentorschap en curatele 2023. Gezamenlijk met BBW Beroepsvereniging Bewindvoerders Wsnp, Horus, Beroepsvereniging NBPB, NBPM en de NVVK branchevereniging voor schuldhulpverlening, bewindvoering en sociaal bankieren willen we onderstrepen het hier niet mee eens te zijn en willen een verbeterde indexatie voor komend jaar afdwingen.

Digitale vertegenwoordiging

Uit het archief

Digitale vertegenwoordiging

Digitale vertegenwoordiging is een langgekoesterde wens van de overheid en van wettelijke vertegenwoordigers. Het Besluit verwerking persoonsgegevens generieke digitale infrastructuur geeft wettelijke vertegenwoordigers het recht om namens een ander met hun eigen inlogmiddel diensten af te kunnen nemen. Het is niet toegestaan om met de DigiD van een ander in te loggen, en andere mogelijkheden om iemand digitaal wettelijk te kunnen vertegenwoordigen zijn er niet.

Het ministerie van Binnenlandse Zaken is initiatiefnemer van de proef Digitale vertegenwoordiging. De Rechtspraak beheert de informatie over wettelijke vertegenwoordigingsrelaties zoals bewindvoerders, curatoren en mentoren. In de proef Digitale vertegenwoordiging is deze informatie bij de Rechtspraak te controleren. Een register zoals het Centraal curatele- en bewindregister (CCBR) is hiervoor niet geschikt, omdat vanuit privacy niet-gepubliceerde vertegenwoordigingsrelaties en de benodigde identificerende gegevens ontbreken.

Start proef met digitale vertegenwoordiging

In augustus 2022 start de proef Digitale vertegenwoordiging met een aantal overheidsinstanties. In deze eerste fase is digitale vertegenwoordiging alleen beschikbaar voor een deel van de professioneel bewindvoerders.

Als de digitale vertegenwoordiging naar tevredenheid werkt voor professioneel bewindvoerders en deelnemende overheidsinstanties, dan wordt bekeken of uitbreiding van de proef mogelijk is. Bijvoorbeeld met particuliere bewinden en/of niet-gepubliceerde bewinden. Daarnaast loopt er een traject bij Logius om een generieke dienst te ontwikkelen, zodat professioneel bewindvoerders bij meer instanties gebruik kunnen maken van de dienst. Logius is het agentschap van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties dat zorgt voor generieke producten en diensten voor de digitale overheid.

Digitale vertegenwoordiging door professioneel bewindvoerders, wat is het?

De mogelijkheid voor een professioneel bewindvoerder om namens een cliënt digitaal aanvragen te doen of gegevens in te zien bij een gemeente en andere overheidsorganisaties.

Hoe werkt digitale vertegenwoordiging?

De professioneel bewindvoerder logt in bij een overheidsinstantie en geeft aan voor wie hij of zij een digitale dienst wil afnemen of gegevens wil inzien. De instantie controleert vervolgens online en automatisch bij de Rechtspraak of deze vertegenwoordigingsrelatie bestaat. Is dit het geval? Dan is het antwoord dat er een relatie bestaat en kan de professioneel bewindvoerder verder met de aanvraag van de digitale dienst of het raadplegen van gegevens namens degene die hij/zij vertegenwoordigt.

De controle bij de Rechtspraak vindt plaats op een beveiligde database. Informatie over de professioneel bewindvoerder wordt uit het bronsysteem Toezicht van de Rechtspraak overgenomen in deze database. In de database bevinden dan alleen de gegevens die nodig zijn om vast te kunnen stellen of er een  wettelijke vertegenwoordigingsrelatie bestaat: het KvK-nummer van de wettelijke vertegenwoordiger, het burgerservicenummer (BSN) van de betrokkene en de startdatum van de vertegenwoordiging.

Aan welke voorwaarden moet ik voldoen om in de proef van digitale vertegenwoordiging gebruik te kunnen maken?

Tijdens de proef kunnen alleen professioneel bewindvoerders (voor beschermingsbewind) gebruik maken van digitale vertegenwoordiging. Hiervoor moeten zowel de bewindvoerder als het bewind aan een aantal voorwaarden voldoen.

Als bewindvoerder moet u aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • U of uw kantoor moet digitaal zijn aangesloten op het systeem Toezicht van de Rechtspraak. De IT-leverancier van uw bewindvoerderssoftware heeft deze aansluiting voor u gerealiseerd.
  • Om in te loggen bij een deelnemende instantie heeft u een eHerkenningsmiddel nodig. Hiervoor moet hetzelfde KvK-nummer worden gebruikt als het PKIoverheid-certificaat dat u gebruikt om digitaal informatie uit te wisselen met de Rechtspraak.

Het bewind waarvoor u namens de betrokkene digitaal wilt handelen, moet aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • Het is een actief bewind waarin u als professioneel bewindvoerder door de rechter bent benoemd. U heeft voor dit bewind een beschikking ontvangen van de Rechtspraak
  • Het bewind is opgenomen in het Centraal curatele- en bewindregister (CCBR)
  • Het bewind is door de Rechtspraak gedigitaliseerd en u wisselt digitaal informatie uit met de Rechtspraak (verslagen, machtigingsverzoeken en berichten)
  • Het is een beschermingsbewind en geen curatele, mentorschap of Wsnp-bewind
  • Het is een volledig bewind en geen beperkt bewind

Bent u nog niet digitaal aangesloten op systeem Toezicht van de Rechtspraak? Neem dan contact op met de IT-leverancier van uw bewindvoerderssoftware. Of kijk op de website van de Rechtspraak welke IT-leveranciers zijn aangesloten op het Aansluitpunt Toezicht.

Bent u digitaal aangesloten op systeem Toezicht van de Rechtspraak, maar is het dossier van een betrokkene nog niet digitaal beschikbaar? Neem dan contact op met de toezichthoudende rechtbank.

Raadpleeg het Centraal curatele- en bewindregister (CCBR) om na te gaan of een bewind is opgenomen in het register.

Weet u niet wat het KVK-nummer is van het PKIoverheid-certificaat dat u gebruikt in de aansluiting op systeem Toezicht van de Rechtspraak? Neem dan contact op met de IT-leverancier van uw bewindvoerderssoftware.

Welke instanties nemen deel aan de proef, ofwel bij welke instanties kan ik op dit moment terecht voor de digitale vertegenwoordiging?

De volgende overheidsinstanties nemen deel aan de proef met digitale vertegenwoordiging:

1. Vijf gemeenten: Den Haag, Rotterdam, Almelo, Lelystad, Werk en Inkomen Lekstroom (WIL). De gemeenten schrijven zelf een beperkt aantal bewindvoerders aan. Deze bewindvoerders kunnen tijdens de proef bij de gemeenten gebruik maken van een beperkt aantal diensten. Het aantal af te nemen diensten zal na verloop van tijd worden uitgebreid.

2. De Belastingdienst maakt de portalen één voor één geschikt voor inloggen door een professioneel bewindvoerder namens de betrokkene. De proef start met het toegang verschaffen tot Mijn Belastingdienst en wordt daarna uitgebreid naar andere portalen van de Belastingdienst.
De Belastingdienst start als eerste. Zodra de gemeenten gebruik gaan maken van digitale vertegenwoordiging worden bewindvoerders hierover geïnformeerd.

Wat is het verschil met DigiD en met het huidige DigiD Machtigen?

Als professioneel bewindvoerder mag u de persoonlijke DigiD van een cliënt niet gebruiken. Een burger kan iemand anders machtigen via DigiD Machtigen zonder het persoonlijk DigiD af te geven. De persoon die de machtiging ontvangt is ‘de gemachtigde’. In tegenstelling tot machtiging die een burger zelf aanmaakt bij DigiD, wordt een bewindvoeringsrelatie na een uitspraak door de rechtbank geregistreerd. De onderbewindgestelde mag dan zelf geen machtiging via DigiD meer afgeven. Als eerder een machtiging is afgegeven, komt deze formeel te vervallen bij aanstelling van een wettelijk vertegenwoordiger.

Met digitale vertegenwoordiging kan de professioneel bewindvoerder digitaal zaken regelen namens de onderbewindgestelde.

 Waarom moet een professioneel bewindvoerder digitaal zijn aangesloten op systeem Toezicht van de Rechtspraak om gebruik te kunnen maken van digitale vertegenwoordiging?

Om de privacy van de cliënt te waarborgen moet zowel u als uw cliënt eenduidig kunnen worden geïdentificeerd wanneer u inlogt als vertegenwoordiger. De gegevens die hiervoor nodig zijn, staan geregistreerd en geverifieerd in het systeem Toezicht van de Rechtspraak, het systeem waarmee u digitaal communiceert met de Rechtspraak. Doordat u zich als bewindvoerder digitaal moet aanmelden met een PKIoverheid-certificaat voor de koppeling met dit systeem bent u geïdentificeerd. En omdat u via dit systeem digitaal informatie uitwisselt met de Rechtspraak over de bewindszaak zijn gegevens over het bewind in dit systeem door u geverifieerd.

Ik communiceer nog niet digitaal met de Rechtspraak. Wat moet ik doen om dat te regelen?

Om digitaal informatie uit te wisselen met de rechtbank moet uw IT-leverancier zijn aangesloten op het Aansluitpunt Toezicht van de Rechtspraak. Op de website van de Rechtspraak vindt u een overzicht van IT-leveranciers.

Heeft uw IT-leverancier wel een aansluiting op systeem Toezicht van de Rechtspraak gerealiseerd maar nog niet voor uw bewindvoerderskantoor? Neem dan contact op met uw IT-leverancier.

Is uw aansluiting gerealiseerd? Neem dan contact op met de rechtbank(en) met het verzoek om uw zaken te digitaliseren. Houd er rekening mee dat dit, afhankelijk van het aantal zaken, enige tijd in beslag neemt. De rechtbank informeert u over de planning.

Waarom kan ik alleen gebruik maken van digitale vertegenwoordiging als het bewind is opgenomen in het CCBR?

De wetgeving die het mogelijk moet maken om alle bewinden te kunnen controleren is nog niet van kracht. Daarom zijn in de proef alleen gegevens van openbare bewinden te controleren.

Ik ben een particuliere bewindvoerder. Waarom kan ik nog geen gebruik maken van digitale vertegenwoordiging?

De proef digitale vertegenwoordiging richt zich in eerste instantie op een deel van de professioneel bewindvoerders. Als dit goed werkt voor professioneel bewindvoerders en deelnemende overheidsinstanties, wordt bekeken of en wanneer uitbreiding mogelijk is. Bijvoorbeeld met particuliere bewinden en/of niet-gepubliceerde bewinden.

Ik ben een curator of een mentor. Waarom kan ik nog geen gebruik maken van digitale vertegenwoordiging?

De proef digitale vertegenwoordiging richt zich in eerste instantie op een deel van de professioneel bewindvoerders. Als dit goed werkt voor professioneel bewindvoerders en deelnemende overheidsinstanties, wordt bekeken of en wanneer uitbreiding mogelijk is. Bijvoorbeeld met curatele zaken, mentorschappen en/of niet-gepubliceerde bewinden.

Welk eHerkenningsmiddel moet ik aanvragen?

U heeft een eHerkenningsmiddel nodig van minimaal betrouwbaarheidsniveau 3.

Let op: Een eHerkenningsmiddel is gebonden aan een medewerker. U moet daarom eerst bepalen welke medewerkers digitaal zaken gaan en mogen doen met de overheidsinstanties namens een cliënt. Deze medewerkers moeten beschikken over eHerkenning en daaraan gekoppeld een autorisatie om namens de organisatie te handelen als bewindvoerder in het digitaal contact met de overheidsinstanties. Lees hierover mee op de website van eHerkenning: https://www.eherkenning.nl/nl/eherkenning-gebruiken .

Hoe zorg ik er als professioneel bewindvoerder voor dat mijn medewerker namens een cliënt kan handelen bij een digitale aanvraag of inzage bij overheidsinstanties?

Hiervoor moet worden geregeld dat de medewerker via eHerkenning geautoriseerd is om de betreffende dienstverlening bij de verschillende overheidsinstanties aan te vragen of in te zien.

Dit kan door bij de aanvraag van eHerkenning aan te geven dat de medewerker het product ‘Aanvragen en regelen producten en diensten als bewindvoerder’ (bij gemeenten) of ’Intermediairdienst’ (bij Belastingdienst) mag afnemen. De leverancier van het eHerkenningsmiddel kan u meer informatie geven over de autorisatie voor diensten bij de verschillende instanties.

Zorg dat het KvK-nummer waarmee het eHerkenningsmiddel wordt aangevraagd, overeenkomt met het KvK-nummer van het PKIoverheid-certificaat dat u gebruikt in de aansluiting op systeem Toezicht van de Rechtspraak. Weet u niet wat het KvK-nummer van uw PKIoverheid-certificaat is? Neem dan contact op met de IT-leverancier van uw bewindvoerderssoftware.

Kan de bewindvoerder na het inloggen voor meerdere cliënten tegelijkertijd bij die instantie handelen?

Nee, dit kan niet. Per cliënt keert u terug naar het inlogscherm en vult u, na het inloggen als bewindvoerder, het BSN van de betreffende cliënt in. De bewindvoeringsrelatie tussen de organisatie (KvK) en de cliënt (BSN) wordt vervolgens gecontroleerd. Controleer bij digitale vertegenwoordiging goed of u het juiste BSN van de cliënt, waarvoor u op dat moment wilt inloggen, invult.

De rechter benoemt een andere bewindvoerder voor een betrokkene. Wat betekent dit voor de digitale vertegenwoordiging?

Zodra een nieuwe bewindvoerder is benoemd, wijzigt de toezichthoudende rechtbank dit in het systeem Toezicht van de Rechtspraak. De oude bewindvoerder kan vanaf dat moment geen digitale diensten meer aanvragen of gegevens inzien namens de cliënt. De nieuwe bewindvoerder kan dit wel wanneer deze aan de voorwaarden voldoet.

Reactie Horus op amendement over beschermingsbewind

Uit het archief

Vanochtend stuurde Gert Boeve, namens Horus, een e-mail naar kamerlid Michiel van Nispen (SP) als reactie op zijn amendement over beschermingsbewind.

Gert Boeve:
“Met verbazing, teleurstelling én zorg heb ik kennisgenomen van uw amendement over beschermingsbewind (35 915 nr 9).

Laat ik beginnen met de door u genoemde perverse prikkel. In het kader van een lopend onderzoek in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid door onderzoeksbureau SEO naar de financieringssystematiek en bekostiging bij schuldenbewind heb ik, als voorzitter van branchevereniging Horus, aangegeven dat ik graag hiervan af wil. Al was het maar, omdat de huidige financieringssystematiek met zich meebrengt dat sommige politici, zoals u, vermoeden dat bewindvoerders hun cliënten onnodig lang onder bewind houden. In die zin vinden wij elkaar. Wel merk ik hierbij op dat de huidige financieringssystematiek zo vormgegeven is, om de administratieve lasten voor cliënten, hun bewindvoerders en de eventueel meebetalende overheid, zo beperkt mogelijk te houden. Elk ander systeem zal kostenverhogend werken.

Mijn verbazing, teleurstelling en zorg zit in de gevolgtrekking van uw constatering. Namelijk verbindt u er het voorstel aan dat voortaan gemeenten zelf beschermingsbewind gaan uitvoeren en dat beschermingsbewindvoerders verder onder toezicht van de gemeenten hun werk moeten doen. Horus vindt beschermingsbewind, net als u, een vergaande maatregel. Wij vinden het dan ook van belang om te benadrukken dat, omdat het zo’n vergaande maatregel is, beschermingsbewind niet voor niets door een rechter opgelegd wordt en dat elke bewindvoerder jaarlijks verantwoording aflegt bij de rechter. Rechters besluiten ook jaarlijks of een bewindvoerder nog benoembaar is. Uw amendement roeit door deze verantwoordings- en controlesystematiek heen. Bent u bekend met deze systematiek? Mocht u vinden dat meer of anders toezicht gehouden moet worden, dan moet u dát regelen. Als Horus staan wij open voor gesprek.

Beschermingsbewind is een echt vak, wat niet iedereen kan en ligt. Graag nodig ik u uit om bij een van de leden van Horus op werkbezoek te komen, om dit zelf te ervaren. Helaas wordt daar soms makkelijk over gedacht – door nieuwkomers in de branche, maar ook door gemeenten. Zo is de gemeente Deventer niet voor niets ontslagen als bewindvoerder – zie daar trouwens de toegevoegde waarde van onafhankelijk toezicht! Het is ook niet onze ervaring dat gemeenten vaak ingewikkelde dossiers moeten oplossen, omdat ‘commerciële bewindvoerders de “moeilijke” zaken laten liggen’. Sterker, wij zien bij Horus juist vaak het omgekeerde, dat juist gemeenten relatief makkelijke dossiers oppakken en moeilijke dossiers doorschuiven naar een bewindvoerder. U verwijst naar de Dordtse aanpak. Wij hebben hiervan ook kennisgenomen. Wat wij zien, is dat sommige gemeenten cliënten onder het motto ‘effectief en efficiënt’ het liefst zo snel mogelijk naar ‘lichtere’ vormen, zoals budgetbeheer brengen. Maar hoe effectief is dit? Wij zien in toenemende mate dat cliënten na een paar jaar terugkeren onder bewind. Dat is niet effectief én helpt deze kwetsbare bewoners ook niet. Bovendien zijn gemeenten en budgetbeheerders onder regie van gemeenten niet goedkoper, terwijl financiële overwegingen vaak wel een grote rol spelen (zo werft Dordrecht bewindvoerders in schaal 9; een schaal die bewindvoerders helaas niet kunnen betalen aan hun medewerkers). Wij zien overigens ook wel dat gemeenten leeglopen op bewind en delen hun zorgen en frustraties. Wij zijn dan ook voor een andere financiering van bewind. De bijzondere bijstand is bedoeld voor ‘bijzondere’ gevallen en daar hoort bewind niet bij. Het lopende onderzoek van SEO zal daar ook een antwoord op moeten geven, wat Horus betreft.

Ik vind – tot slot – uw voorstel ook ernstig bezwaarlijk, omdat u voorbijgaat aan de bedoeling van beschermingsbewind: namelijk het bewaken en beschermen van (de financiële belangen van) diegenen die zo kwetsbaar zijn, dat ze zelfs tegen zichzelf beschermd moeten worden. Beschermingsbewindvoerders staan enkel voor de belangen van hun cliënt en niet voor die van derden. Niet zelden is juist de overheid een belangrijke veroorzaker van de financiële problemen waar onze cliënten mee te maken hebben. Ik hoef u in dat kader alleen maar te wijzen op de toeslagenaffaire. Deze kwetsbare Nederlanders verdienen een eerlijke en onafhankelijke belangenbehartiger – geen uitvoerder van of namens de overheid!

Het hoeft dan ook geen betoog dat ik u verzoek om uw amendement in te trekken. Een verdiepend gesprek ga ik graag met u (en uw collega’s) aan – al dan niet tijdens een werkbezoek aan een van onze leden. Graag verneem ik uw reactie en van uw belangstelling.”

LC Bewindvoering tegen Rabobank

Uit het archief

Uitspraak rechter: Rabobank is verplicht om rekeningen voor cliënt te openen

Wat doe je als je van de bank geen beheer- en/of leefgeldrekening mag openen voor jouw cliënt? Bewindvoerders hebben hier doorlopend mee te maken. Dat is een probleem, want geen leefgeldrekening kunnen openen, komt er in de praktijk op neer dat je als bewindvoerder het leefgeld wekelijks contant aan je cliënt moet geven. Dat gold ook voor LC Bewindvoering, een klein kantoor uit Rotterdam. Tot 2020 was deze werkwijze nog wel te doen, maar toen kwam corona en dat was een perfecte aanleiding om de kwestie met de rekeningen aan de kaak te stellen.

Elvira Kattestaart, bestuurder van LC Bewindvoering, vertelt over het ‘avontuur’ van haar kleine kantoor tegen de grote Rabobank.

Wat was de aanleiding om met de procedure tegen de Rabobank te starten?

Elvira: ‘LC Bewindvoering bestaat sinds 2018. Onze cliënten staan voornamelijk onder bewind vanwege de b-grond: naast financiële problemen hebben ze ook doorgaans een ‘turbulent’ financieel verleden. Voor deze groep is het lastig om zelf te bankieren, maar dat wij als bewindvoerder dit ook niet voor hen konden, dat leek ons onwaarschijnlijk. Toch lopen wij hier al vanaf de start van het bedrijf tegenaan: voor elke cliënt kost het veel tijd en energie om bij de Rabobank (de bank waar wij een zakelijke overeenkomst mee hebben gesloten) rekeningen te openen. Vaak lukt het om uiteindelijk wel een beheerrekening te openen, maar krijgt een cliënt geen leefgeldrekening.

Als een cliënt geen leefgeldrekening heeft, moeten wij de cliënt het leefgeld wekelijks contant overhandigen. Dit is een zeer ongewenste situatie, omdat dit wekelijks een ‘extra’ contactmoment betekent, hetgeen gepaard gaat met de nodige uren. Toen de coronamaatregelen kwamen, werd het een nog groter probleem. We moesten immers zoveel mogelijk op afstand werken en cliënten mochten eigenlijk niet op kantoor komen. Natuurlijk is dit wel door de vingers te zien, maar alleen over contant geld beschikken, levert in coronatijd al de nodige problemen op. Want hoe kun je online bestellen en betalen? En in steeds meer winkels werd pinnen de norm; contant geld wilde niet iedereen meer aannemen.

Voor steeds meer cliënten konden we geen leefgeldrekening openen. Voor een enkele cliënt mochten we beide rekeningen niet openen, dus zelfs geen beheerrekening. En dat is een probleem, want dan kan je het geld van je cliënt op geen enkele wijze beheren.
We konden zo niet langer ons werk goed doen en dus was het tijd om te praten met de Rabobank.’

Hoe ging het contact met de Rabobank over deze kwestie?

‘Het was maart 2020 toen we de Rabobank voor het eerst aanschreven. Daarop kwam geen (inhoudelijke) reactie. Vervolgens stuurden we een dagvaarding, maar op de rolzitting liet Rabobank verstek gaan. Dat wilden we natuurlijk niet: we wilden immers het gesprek op een meer juridisch niveau kunnen voeren. Uiteindelijk lukte het ons om telefonisch contact met de juristen en advocaten van de Rabobank te krijgen.
We hebben daarna lang gepraat en getracht de Rabobank in te laten zien dat twee rekeningen, beheer- en leefgeldrekening, noodzakelijk is om ons werk naar behoren te kunnen uitoefenen. Zij erkenden onze behoefte voor twee rekenen, maar het Convenant Basisbankrekening bleef een heikel punt voor de Rabobank. Voor alle banken. Als de Rabobank onze cliënten (met hun achtergrond) aanneemt, is de Rabobank de ‘laatste’ bank en zit zij met deze groep ‘opgescheept’ in de verdere toekomst, ook na bewind. De cliënten verspreiden zich hierdoor niet langer over andere banken, althans dat was de vrees van de Rabobank, terwijl dat juist de bedoeling is van het convenant.

Toen ze dat zeiden, besloten wij dat we buiten het convenant om moesten kijken wat mogelijk is. Na grondige bestudering van het convenant viel ons op dat het convenant in 2014 is afgesloten met banken en partners. Maar in 2014 zijn pas de zogenaamde a- en b-grond in de wet opgenomen. Deze partijen hadden op het moment van sluiten van het convenant nooit kunnen voorspellen wat de groep onderbewindgestelden op grond van de b-grond voor ons als bewindvoerders zou betekenen. Wij namen daarom het standpunt in dat je deze groep, inmiddels voorzien van wettelijke financiële vertegenwoordiging, niet kan scharen onder het convenant.’

Wat vond Rabobank van deze redenering?

‘Rabobank wilde meedenken, maar er was veel angst voor veiligheidsrisico’s. Ze wilde er niet in meegaan zolang deze redenering niet zwart op wit zou staan. Rabobank begreep dat dit een principieel punt betrof en wij besloten daarom dat wij verder moesten procederen. En zo kwamen we in de rechtszaal terecht.’

Wat waren de risico’s van het aanspannen van deze zaak?

‘Tijd is een risico: alle tijd die we hierin hebben gestoken, krijgen we niet terug. En omdat we procedeerden als kantoor en niet namens een cliënt, kregen we voor deze uren ook geen vergoeding.

Natuurlijk is geld ook een risico: zouden we verliezen, dan moesten we de kosten van de procedure dragen. Gelukkig was de Rabobank coulant: als grote partij begrepen zij dat zij financieel sterker stonden en dus spraken we – op voorhand – af dat ieder de eigen proceskosten zou dragen.’

Hoe was het om met de Rabobank voor de rechter te staan?

‘Het was erg informeel. Het was meer een soort gesprek, waarbij veel kritische vragen gesteld werden. Natuurlijk gingen die vragen ook over waarom wij als klein kantoor daar alleen zaten. We vertelden dat juist kleine kantoren dit probleem met de rekeningen kennen, omdat grotere kantoren, ‘makkelijker’ met meerdere banken kunnen contracteren en zo bij de ‘laatste’ bank van hun cliënt kunnen aankloppen. Daarbij komt dat wij waarschijnlijk voldoende juridische expertise in huis hebben om deze stap te durven zetten.’

Waarom was het belangrijk om juist als bewindvoerder de zaak aan te spannen, en niet namens je cliënt?

‘Als bewindvoerder heb je de wettelijke (zorg)plicht om rekeningen, beheer- én leefgeldrekening, te openen voor de cliënt. Alleen zo kan je het beheer op een juiste wijze uitvoeren. We hebben daarmee primair ingezet op de belangen die een bewindvoerder heeft om toegang te krijgen tot beide rekeningen. De indirecte belangen van de cliënt hebben we uiteraard ook meegenomen, om nog beter duidelijk te maken, welke problemen deze situatie in de praktijk oplevert. Juist deze invalshoek maakte waarschijnlijk dat we het convenant hebben kunnen omzeilen.’

Horus in gesprek met Betaalvereniging Nederland

Uit het archief

Op 3 december 2021 voerde Gert Boeve namens Horus overleg met Betaalvereniging Nederland. Hij zegt hierover: ‘Van onze leden krijg ik helaas veel signalen over haperende dienstverlening door banken. Maar daarnaast krijg ik ook te veel signalen dat cliënten – bewust of meer naïef – zich laten gebruiken als geldezels. Nu snap ik dat fraude met bankrekeningen opgelost moet worden, maar geldezels zijn meestal alleen hulpje van de daarachter verschuilende criminelen. Als daarna deze cliënten uitgesloten worden door banken, helpt dat deze cliënten en hun financiële zorgverlener niet. Bovendien is het niet hebben van toegang tot bankrekeningen in strijd met basisbeginselen om in de samenleving mee te kunnen doen.

Ernstiger is het als een cliënt wél bij een bankrekening kan komen, terwijl hij of zij al in het Centraal curatele- en bewindsregister staat. Dit register maakt duidelijk dat een persoon zelf niet handelingsbevoegd is. Als branchevereniging van wettelijk vertegenwoordigers en inkomensbeheerders gaan wij ervan uit dat banken dit register hanteren in hun werk en ervoor zorgen dat cliënten die daarin staan, nooit zonder toestemming van hun vertegenwoordiger een rekening kunnen openen.’

De problemen van leden van Horus met banken, maar ook de problemen die cliënten hebben met banken, leveren als bijgaand probleem op dat met het oplossen van de problemen veel tijd gemoeid is. Tijd die niet besteed kan worden aan de cliënt. ‘Het is mij er dan ook alles aan gelegen dat de banken in 2022 snel werk maken van goede dienstverlening’, zegt Boeve. ‘Die mag simpel zijn, als deze ook doeltreffend is. Daarnaast ben ik pas tevreden als de Nederlandse banken er echt voor zorgen dat het Centraal curatele- en bewindsregister goed wordt gebruikt door banken. Dat register is er niet voor niets.’

Met de vertegenwoordiger van de Betaalvereniging is afgesproken om op korte termijn het gesprek te vervolgen.