Aegis blij met Kamerbrief over de CBM-sector

Aegis, de grootste brancheorganisatie voor bewindvoerders, curatoren en mentoren, heeft met instemming kennisgenomen van de brief van de staatssecretaris Rechtsbescherming die hij mede namens de staatssecretaris Participatie & Integratie op 17 april 2025 aan de Tweede Kamer heeft gestuurd. Voorzitter Gert Boeve van Aegis spreekt over “een betekenisvolle eerste stap die ik zeer waardeer”.
Iedere dag zetten bewindvoerders, curatoren en mentoren (CBM) zich samen met inkomensbeheerders in om kwetsbare groepen te beschermen en te ondersteunen. De brief geeft blijk van grote waardering voor hun werk. Een professional in de CBM-sector heeft een uitdagend en veeleisend beroep maar krijgt ook volop kansen om maatschappelijke en menselijke betrokkenheid in de praktijk te brengen. Wij zijn heel blij dat het kabinet dat ziet.

Zelfredzaamheid

Een beschermingsbewind, curatele of mentoraat heeft altijd een verdrietige aanleiding: mensen zijn niet meer (volledig) in staat om op eigen benen te staan. Wij zien dagelijks dat voor een deel van de samenleving zelfredzaamheid tijdelijk of zelfs levenslang een illusie is. Het aanstellen van een wettelijk vertegenwoordiger kan voor veel mensen rust bieden, maar ook als een forse ingreep op de handelingsvrijheid worden ervaren. Daarom is steeds grote zorgvuldigheid geboden.

Kwaliteit

Terecht signaleert de staatssecretaris dat er zelfs binnen de beroepsgroep verschillende beelden bestaan wat van een bewindvoerder, curator of mentor verwacht mag worden. Dat maakt het gesprek over de kwaliteit van het werk binnen de sector, maar ook met anderen, soms lastig. Wij verwachten met de staatssecretaris dat het onderzoek van de stichting Stride Consortium daarom een belangrijke bijdrage kan leveren aan de dialoog over taken en de kwaliteit van ons werk. Wat ons betreft is het cliëntenperspectief daarbij steeds leidend. Aegis werkt mede daarom aan de instelling van een cliëntenraad.

Jaarthema

Aegis heeft voor 2025 kwaliteit als het centrale jaarthema benoemd. De Kamerbrief bevat tal van concrete aanknopingspunten voor het gesprek rond dat thema. Daarom zoeken wij graag de dialoog met de staatssecretaris en alle ketenpartijen wat we nu precies verstaan onder kwaliteit, wat er moet gebeuren om die kwaliteit te borgen en of de bestaande kwaliteitseisen wel toereikend zijn. Met de staatssecretaris willen we onderstrepen dat het daarbij niet alleen over bewindvoerders zou moeten gaan, zoals vaak gebeurt, maar ook over mentoren en curatoren.

Eerste stap

Kwaliteit heeft te maken met kennis, vaardigheden, intrinsieke motivatie en een professionele instelling. Er bestaat ook een relatie tussen kwaliteit, het aantal uren dat een CBM-professional kan inzetten en de beloning die daar tegenover staat. Wij zijn blij dat de staatssecretaris begrip toont dat op het punt van uren en beloning echt iets moet gebeuren en daarvoor een eerste, betekenisvolle stap wil zetten door de tarieven te verhogen.

Convenanten

Met de staatssecretaris juichen wij het toe dat steeds meer gemeenten convenanten afsluiten met bewindvoerders, onder meer door afspraken te maken over de doorstroming van mensen met een schuldenbewind naar de gemeentelijke schuldhulpverlening. Wij steunen het voorstel om een schuldenbewind zo mogelijk tot drie jaar te verkorten, al zien wij dat de mensen die alléén vanwege problematische schulden een schuldenbewind hebben heel beperkt is. Wij verwachten daarom dat het aantal toestandenbewinden zal toenemen als de criteria voor een schuldenbewind veranderen.

Doorstroming

Wij zien nu al de vruchten van de convenanten, met name dat meer mensen sneller bij het gemeentelijke loket voor schuldhulpverlening worden aangemeld. Een positieve prikkel als een doorstromingsbeloning kan dat versterken. Wij wijzen er wel op dat in onze ervaring het noodzakelijk is dat een gemeente de eigen schuldhulpverlening goed op orde moet hebben om een effectieve doorstroming te laten plaatsvinden. Het schuldenbewind is immers ontstaan omdat rechters zagen dat de deur naar gemeentelijke schuldhulpverlening vaak klem zat zodat het schuldenbewind soms als een laatste vangnet functioneert. Gemeenten, bewindvoerders, kantonrechters en anderen hebben steeds de gedeelde verantwoordelijkheid om te voorkomen dat mensen nergens terecht kunnen. We gaan ook samen met Bureau Bartels een onderzoek doen over het adviesrecht. In dit onderzoek wordt gekeken naar de werking van het adviesrecht maar ook naar mogelijke alternatieven, zoals convenanten.

Toezicht

Om de kwaliteit van CBM-dienstverlening te borgen, dient er ook effectief toezicht te zijn zodat snel wordt ingegrepen als een CBM-professional tekortschiet of zelfs onrechtmatig handelt. Als brancheorganisaties willen we daar een eigen bijdrage aan leveren, onder meer te werken aan vroegsignalering van CBM-professionals die onder de maat functioneren. Daarnaast denken we na over een laagdrempelig loket waar mensen zich kunnen melden met klachten. Dat kan gaan om ernstige fouten die we zullen doorgeleiden naar de rechtbank maar ook om klachten over de hulpverlening die niet direct onder de wettelijke normen vallen. Bovendien is Aegis bezig met een verzekering en calamiteitenfonds voor slachtoffers van frauderende bewindvoerders die bij Aegis zijn aangesloten.

Accountantscontrole

Wij steunen het voorstel om de (verplichte) accountantscontrole en de kwaliteitseisen te herijken. Natuurlijk moeten we er wel voor zorgen dat dit niet ten koste gaat van de kwaliteit van het toezicht. Wij zien daarvoor ook onze eigen verantwoordelijkheid, bijvoorbeeld door het houden van audits bij de leden. Daarnaast willen we met de leden in gesprek gaan hoe we het ‘vier ogen’-principe sector breed vorm zouden kunnen geven, ook voor eenpitters.

Routekaart

Wat ons betreft biedt deze brief een belangrijke en uitdagende routekaart voor het gesprek dat we de komende tijd zullen blijven voeren, steeds met als leidraad dat we kwetsbare burgers die niet op eigen benen kunnen staan bescherming en ondersteuning bieden. Onze ambitie is om niet alleen te verhelderen wat cliënten en anderen van ons kunnen en mogen verwachten maar ook om de kwaliteit van ons werk goed te borgen en waar mogelijk te verbeteren.

De Kamerbrief van de staatssecretarissen Struycken en Nobel vindt u hier: https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2025Z07592&did=2025D17242

Aegis in actie: update over onze lobby voor betere beloningssystematiek

Als branchevereniging Aegis (voorheen NBPM, Horus en NBBI) zetten wij ons al jaren in om de beloning voor jullie werkzaamheden als bewindvoerders, mentoren en curatoren te verbeteren. Dit gaat zowel om een hoger uurtarief of meer beschikbare uren, als om indirecte oplossingen die jullie werk financieel haalbaar en aantrekkelijk houden.

De uitdagingen zijn groot: geen indexering, stijgende kosten, toenemende complexiteit en soms inconsistente regels van rechtbanken en gemeenten maken het werk zwaar. Toch boeken we stap voor stap vooruitgang. Hieronder lichten we toe wat we hebben gedaan en waar we nu staan.

Het begin: politieke aandacht en een eerste toezegging

In februari 2024 beloofde minister Weerwind, na aandringen van Kamerlid Hülya Kat, een onderzoek naar de kwaliteit, het toezicht en de bekostiging van bewindvoering. Dit zou concrete scenario’s opleveren vóór de zomer. Voor ons een belangrijk signaal: de politiek erkent dat er iets moet gebeuren. Maar zoals jullie weten, gaat verandering traag, en wij blijven druk uitoefenen om snelle oplossingen te krijgen.

Mei 2024: eerste teleurstelling, maar ook een voorstel

Op 13 mei spraken we met J&V en SZW, in de hoop op een update over het onderzoek. Helaas: we hoorden alleen dat het WODC een nieuw onderzoek start, zonder details. Dit vonden we teleurstellend, en daarom schreven we direct een brief aan ministers Weerwind en Schouten. We benadrukten de urgentie – kwetsbare mensen raken in de knel – en stelden voor om via het Landelijk Platform Bewind met ‘Future Search’-sessies tot een ‘bewindvoeringsakkoord’ te komen vóór september 2024. Dit zou sneller resultaat opleveren dan weer een langdurig onderzoek.

Juli 2024: brieven aan nieuwe bewindslieden

Met de komst van staatssecretaris Struycken en minister Van Hijum grepen we de kans om hen op 18 juli te informeren over onze sector: bijna 300.000 mensen onder beschermingsbewind, ondersteund door jullie, maar met tarieven en uren die niet meer passen bij de realiteit. We vroegen om snelle actie – een verhoging van tarieven of uren – en boden een werkbezoek aan. Het WODC-onderzoek erkennen we, maar dat lost de acute problemen niet op. Jullie zien het zelf: kantoren sluiten, nieuwe cliënten worden geweigerd. Dit kan zo niet doorgaan.

Oktober 2024: een creatieve ‘quick-fix’

In oktober presenteerden we een slim voorstel: schrap de BTW (21%) op onze diensten en gebruik dat geld als compensatie. Dit levert 2,55 uur per jaar per cliënt + vooraftrekcompensatie van de BTW. Geen extra budget nodig, wel direct resultaat. We pleiten voor een verplichte BTW-vrijstelling per 1 januari 2026, met heldere regels voor iedereen. Op 22 oktober spraken we hierover met J&V en deelden we een bericht voor jullie.

November 2024: overleg en bredere knelpunten

Tijdens het overleg op 28 november met de Expertgroep CBM en andere partijen brachten we meerdere punten in. We kaartten het ‘nulaanbod’ van Tilburg aan, dat mogelijk strijdig is met VNG- en NVVK-richtlijnen en extra werk oplevert. Ook steunden we het NVVK-voorstel om de korting bij gecombineerde taken (bewind + mentorschap) te schrappen – een achterhaalde regel die jullie beloning drukt. Verder vroegen we om minder belasting door herhaalde, ongegronde klachten van cliënten. Dit alles raakt jullie werklast én portemonnee.

Maart 2025: waar staan we nu?

In ons recente document aan de Expertgroep hebben jullie zorgen centraal gestaan: geen beschikkingen bij extra uren, wisselende rechtbankbesluiten (bijv. verhuiskosten), onnodige zittingen, PGB-kosten die cliënten zelf moeten dragen, en te lage urennormen (60-80 dossiers). We pleiten voor: digitale beschikkingen, realistische dossiernormen, versimpelde Rekening & Verantwoording, en extra uren voor complexe gevallen zoals problematische schulden bij jongeren. De BTW-quick-fix blijft een speerpunt, net als uniforme regels voor machtigingsverzoeken.

Wat betekent dit voor jullie?

We vechten op twee fronten: directe beloningsverbetering (uren/tarieven) en indirecte oplossingen (BTW, efficiëntere processen). Het gaat niet snel genoeg, maar we boeken vooruitgang. Momenteel wordt gewerkt aan een Kamerbrief, een teken dat onze stem wordt gehoord. Samen blijven we druk zetten, want jullie werk verdient een eerlijke beloning.

Heb je vragen of suggesties? Laat het ons weten via het ledenportaal. Of volg ons forum voor de tijdlijn.

Arrest en Beleidsbesluit btw

Uit het archief

In dit bericht lichten wij toe welke beslissingen zijn genomen door de Hoge Raad in de arresten van 14 april 2023 en door de Staatssecretaris van Financiën in het Beleidsbesluit van 19 april 2023. Wij geven de gevolgen aan onderscheiden naar winstbeogende en niet-winstbeogende beschermingsbewindvoerders en curatoren.

De Hoge Raad der Nederlanden (“Hoge Raad”) heeft op 14 april 2023 drie eindarresten gewezen (ECLI:NL:HR:2023:460/568/569). In één uitspraak is het oordeel nader toegelicht en is een overweging ten overvloede opgenomen in verband met de gevolgen van de onverbindendheidsverklaring (ECLI:NL:HR:2023:460).

HR1: De Hoge Raad heeft geoordeeld dat beschermingsbewind en curatele (“hierna: bewindvoerders”) voor de heffing van omzetbelasting moeten worden beschouwd als diensten die nauw samenhangen met maatschappelijke werk en de sociale zekerheid als bedoeld in artikel 132, lid 1, onderdeel g van de btw-richtlijn (2006/112/EC).

Het gevolg van dit eerste oordeel van de Hoge Raad is dat de diensten van bewindvoerders als zodanig kwalificeren voor toepassing van de btw-vrijstelling bedoeld voor diensten die nauw samenhangen met maatschappelijk werk en de sociale zekerheid (artikel 132-1-g btw-richtlijn).

Omdat Nederland gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid om nadere voorwaarden te stellen aan toepassing van deze vrijstelling moeten ook die voorwaarden worden getoetst/beoordeeld (artikel 133 btw-richtlijn; het betreft een non-winstoogmerk criterium en een non-concurrentieverstoring als de vrijstelling wordt toegepast).

HR2: De Hoge Raad heeft ook besloten om winstbeogende bewindvoerders, zoals de procederende besloten vennootschappen en eenmanszaak, niet in aanmerking te laten komen voor deze btw-vrijstelling. De Hoge Raad motiveert deze beslissing als volgt:

  • De wetgever heeft namelijk gebruik gemaakt van de in artikel 133, onderdeel a van de btw-richtlijn opgenomen mogelijkheid om aan toepassing van deze vrijstelling de voorwaarde te verbinden dat de dienstverlener geen winst mag beogen (artikel 11-1-f Wet OB’68).
  • De door de besluitgever (algemene maatregel van bestuur) nader opgenomen uitzondering dat deze voorwaarde niet van toepassing is voor bepaalde – nader aangewezen – diensten is onverbindend omdat die bevoegdheid niet aan de besluitgever is toegekend.

Het gevolg van dit laatste oordeel van de Hoge Raad is dat alle winstbeogende ondernemers die diensten verlenen die onder de onverbindend verklaarde regeling van de besluitgever vallen, geen beroep op de vrijstelling kunnen doen. Het gaat om wijkverpleging, dagbesteding voor gehandicapten, jeugdhulp, ketenzorg, schuldhulpverlening en alle diensten die nauw samenhangen met (bedrijfs)maatschappelijk werk.

De Staatssecretaris van Financiën heeft op 19 april 2023 een beleidsbesluit uitgevaardigd (2023-9003) dat op 20 april 2023 is gepubliceerd in de Staatscourant (Nr. 12111). In dit beleidsbesluit is een tweetal goedkeuringen opgenomen, waarvan één goedkeuring betrekking heeft op het verleden (daar wordt niet op teruggekomen) en de andere goedkeuring het mogelijk maakt voor winstbeogende instellingen toch een beroep op de btw-vrijstelling te kunnen (blijven) doen.

Door deze goedkeuring zullen winst-beogende ondernemers in de genoemde sectoren die de betreffende werkzaamheden verrichten de keuze hebben hun diensten te belasten met btw (wettelijke regeling) of hun diensten vrij te stellen van btw (buitenwettelijke goedkeuring en het vertrouwensbeginsel).

STAS1: Kennelijk gaat de Staatssecretaris van Financien ervan uit dat deze ondernemers voor de vrijstelling zullen kiezen. Immers, de andere voorwaarde die in Nederland van toepassing is (non-concurrentie tussen btw-belaste en btw-vrijgestelde diensten) is afhankelijk van de keuze die ondernemers maken. De Hoge Raad stelt immers dat op het moment dat winstbeogende marktdeelnemers in dezelfde sector btw-belaste diensten verrichten dat tot gevolg kan hebben dat niet-winstbeogende marktedeelnemers de vrijstelling mogelijk niet kunnen toepassen.

Deze situatie waarin marktdeelnemers in dezelfde sector op het btw-regime kunnen concurreren met elkaar kan zich met name voordoen bij bewindvoerders. Dat komt omdat er een aanzienlijke groep winstbeogende bewindvoerders is die btw-belast handelen en dat ook na de oordelen van de Hoge Raad zullen willen blijven doen vanwege het daarmee gemoeide financiële belang dat btw in aftrek kan worden gebracht.

Dat heeft tot gevolg dat niet-winstbeogende bewindvoerders die de btw-vrijstelling wensen toe te passen, dat mogelijk niet kunnen doen.

Om die reden zal op korte termijn nader overleg door de betrokken brancheorganisaties met de Staatssecretaris van Financiën nodig zijn teneinde alle instellingen die actief zijn binnen de keten van schuldhulpverlening, bewindvoering en curatele duidelijkheid en zekerheid te kunnen geven.

En het verleden?
STAS2: Voor bewindvoerders die eerder bezwaar hebben gemaakt tegen de op aangiften voldane omzetbelasting en waarvoor nog geen uitspraak door de inspecteur is gedaan geldt mogelijk dat voor die tijdvakken de vrijstelling van toepassing is. Immers, deze tijdvakken staan nog ‘open’. De inspecteur is gehouden met inachtneming van de stand van wet- en regelgeving en de jurisprudentie uitspraak te doen (§ 23 van het Besluit Fiscaal Bestuursrecht).

Echter, de formulering van de Staatssecretaris van Financiën is niet geheel duidelijk en wellicht meer gericht geweest op de andere sectoren dan die van de bewindvoerders. Het overleg met de Staatssecretaris van Financiën zal daarover meer duidelijkheid moeten bieden.

Btw of geen btw?

Uit het archief

Op 14 april 2023 heeft de Hoge Raad geoordeeld over de btw-plicht. Aanvullend op deze uitspraak (uitspraken) heeft de staatsecretaris een (ander) besluit van algemene strekking gepubliceerd. Het Beleidsbesluit van de Staatssecretaris van Financiën bevat twee (buitenwettelijke) goedkeuringen. De eerste goedkeuring ziet op het winstoogmerk criterium, de tweede goedkeuring ziet op het verleden.

Voor de vraag wat de huidige positie is van beschermingsbewindvoerders voor de omzetbelasting is de stand nu als volgt. De Hoge Raad (14 april 2023) geeft aan dat de dienst die door een beschermingsbewindvoerder wordt verricht is vrijgesteld van btw. Daarnaast geeft de Hoge Raad aan dat de bepaling omtrent het winstoogmerk in het Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968 onverbindend is.

Met de eerste goedkeuring in het Beleidsbesluit geeft de staatssecretaris de mogelijkheid aan winst beogende beschermingsbewindvoerders om de vrijstelling toch toe te passen (als zij dat willen). Winst beogende bewindvoerders die btw-belast hun diensten willen leveren kunnen dat blijven doen door de goedkeuring niet te gebruiken. Op grond van de wettelijke regeling zijn hun diensten belast met btw.

Niet-winstbeogende bewindvoerders hebben geen keuze; hun diensten zijn vrijgesteld van btw. Afhankelijk van individuele omstandigheden kunnen de gevolgen voor het verleden verschillend zijn. Om die reden gaan we daar nu niet op in.

Volgende week zullen we uitgebreider op dit vraagstuk in gaan.