Verslag commissiedebat Armoede- en schuldenbeleid

Uit het archief

Woensdag 5 juli 2023 was het schuldendebat. Er was vooral veel aandacht voor koopkrachtmaatregelingen en het rapport van de commissie sociaal minimum, om maatregelen om het sociaal minimum te versterken.

Hierbij een aantal highlights van het debat.

  • Kat (D66) kondigde tijdens debat een nieuwe initiatiefnota aan over bewindvoering. Hiermee wil zij het volgende realiseren: afschaffen van schuldenbewind als grond voor toewijzing, malafide bewindvoerders aanpakken en meer toezicht van de kantonrechters.
  • In het najaar volgt er een onderzoek naar de financiering en de effectiviteit van bewindvoering. De Minister gaat met de minister van Justitie en Veiligheid, die verantwoordelijk is voor dit onderzoek, in gesprek of ook de wenselijkheid van publieke bewindvoering hierin kan worden meegenomen.
  • Van Kent (SP) en Kat (D66) zullen in het tweeminutendebat een motie indienen waarin een voorstel voor een meer publieke vormgeving van bewindvoering wordt gedaan.
  • In het najaar worden voorstellen gepresenteerd over kwaliteitseisen voor schuldhulpverlening en de vormgeving van nazorg. De gesprekken om tot deze voorstellen te komen worden onder andere gevoerd met de VNG, Divosa en de NVVK.

Tweeminutendebat

De SP heeft, mede namens de D66, een motie ingediend en “Verzoekt de regering om in samenspraak met rechtspraak, gemeenten en bewindvoerders te onderzoeken of er voor het toezicht op bewindvoerders sprake is van toereikende financiering, capaciteit en middelen. En verzoekt de regering om de voor- en nadelen te onderzoeken van het publiek organiseren van bewindvoering bijvoorbeeld door gemeenten.”

Minister Schouten heeft in het middag debat aangegeven dat in het najaar al een onderzoek en gesprekken zullen plaatsvinden en dat het Ministerie van J&V de verantwoordelijke hiervoor is. In het tweeminutendebat heeft ze de ingebrachte motie ontraden.

Internetconsultatie

Verder is vandaag een internetconsultatie over Besluit wijziging vergoeding bewindvoerder schuldsanering gepubliceerd. Dit voorontwerp verhoogt het looptijdonafhankelijke deel van de vergoeding van Wsnp-bewindvoerders met 40%. Tot 1 augustus is er de mogelijkheid om op deze internetconsultatie te reageren.

NBBI en Horus Brengen Belangrijke Kwestie Onder de Aandacht van Tweede Kamer Woordvoerders

Uit het archief

De NBBI (Brancheorganisatie voor Financiële en Maatschappelijke Zorgverlening) en Horus (Nederlandse Branchevereniging voor Wettelijk Vertegenwoordigers) hebben samengewerkt om een belangrijk vraagstuk onder de aandacht te brengen van de woordvoerders van de Tweede Kamer.

Deze actie is ondernomen in aanloop naar het aankomende commissiedebat over Armoede- en Schuldenbeleid, dat gepland staat voor 5 juli aanstaande. Een belangrijk agendapunt van dit debat is het door SEO uitgevoerde onderzoek ‘Bekostiging en beloning van beschermingsbewind bij schulden’, een onderzoek waaraan onze brancheorganisaties hebben meegewerkt.

In onze brief benadrukken we de waarde en noodzaak van beschermingsbewind. Daarnaast vestigen we de aandacht op de kwaliteitsproblemen en financiële uitdagingen waarmee onze sector te maken heeft. Cruciaal in onze boodschap zijn de voorgestelde maatregelen die we essentieel achten om de toekomst van onze dienstverlening te garanderen.

We zijn hoopvol dat deze inspanningen zullen leiden tot een constructief debat en de nodige veranderingen om de kwaliteit en stabiliteit van onze branche te verbeteren.

Blijf onze website volgen voor updates en laatste nieuws over onze voortdurende inspanningen in dit belangrijke onderwerp.

Inzet NBBI en Horus over beloning bewindvoerders

Uit het archief

Op 15 maart hebben wij (NBBI en Horus) een bespreking gehad met vertegenwoordigers/beleidsmakers van de ministeries van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Justitie en Veiligheid over de beloning van beschermingsbewindvoerders. Inmiddels heeft ook een gesprek plaatsgevonden tussen NVVK, VNG en beide departementen. In het afgelopen jaar heeft onderzoeksbureau SEO, ook door middel van interviews onder leden van NBBI, Horus en NVVK, onderzoek gedaan naar de beloning(ssystematiek). Alhoewel het onderzoek een aantal waardevolle inzichten geeft, komen wij als brancheorganisaties echter tot een andere analyse en geeft het rapport geen handvatten voor de problemen van de branche. De urgentie is alleen hoog: gezien de huidige ontwikkelingen, versterkt doordat er geen inflatiecorrectie is toegepast, hebben we het eigenlijk niet meer gehad over het SEO-onderzoek zelf, maar alleen over onze analyse van en voorstellen voor de beloning.

Onze analyse leidt tot de volgende voorstellen:

  1. Urenberekening/-tekort
  2. Formule indexatie
  3. Looptijd-onafhankelijke-vergoeding
  4. Alternatieve financieringsbron
  5. Suggesties op kwaliteitsverbetering
  6. Salaris bewindvoerder en bijbehorend tarief
  7. Begeleiding zelfredzaamheid

Ad. 1: Urenberekening/-tekort

Rechtbanken geven aan dat een bewindvoerder, zonder ondersteuning, maximaal tussen de 60 en 80 reguliere bewinddossiers aan kan. Aangezien een bewindvoerder daarvoor 17 uur per jaar krijgt, betekent dit op maandbasis 1,4 uur (17 : 12=1,4). Als we uitgaan van 70 dossiers, dan kun je zeggen dat 98 uur (70 x 1,4) per maand declarabel is. Aangezien er 173,3 uur per maand gewerkt wordt, komt een bewindvoerder dus afgerond 75 uur tekort (173,3 – 98). Laten we hier nu de vakantiedagen (25 per jaar) en ziekte (2 dagen per jaar) eraf halen dan komen we uit op (75 – (16,7 + 1,3)) 57 uur die een bewindvoerder niet kan “declareren”. Een heldere analyse, die ook duidelijk maakt waarom het zo knelt! Deze uren moeten ons inziens beloond worden. NB. Bij schuldenbewinden en meerpersoonshuishoudens ligt dit weer net anders, maar daar staan ook meer uren tegenover; het gaat echter om de berekeningssystematiek. En ja, als bewindvoerder heb je altijd te maken met een mix van dossiers, die meer of minder tijd vragen. Vandaar dat we uitgaan van een gemiddeld aantal van 70 dossiers in deze berekening.

Ad. 2: Formule indexatie

De jaarlijkse indexatiemethode moet wat ons betreft aangepast worden van T-2 naar T-1 en gebaseerd worden op de loonindexering. Immers, bewindvoerders hebben lonen als grootste kostenpost. Een nieuwe indexatieformule moet wel gepaard gaan met een correctie met terugwerkende kracht. We zien wel dat dit problemen met zich meebrengt in het kader van de bijzondere bijstand (cliënt betaalt). Wij streven een nieuwe regeling na die eerlijk is voor de branche, maar niet per se ingewikkeld is in de uitvoering. (Stel dat per 1 juli 2023 alsnog geïndexeerd zou worden, dan moeten bewindvoerders wederom bijzondere bijstand aanvragen voor de toename van de kosten. Dat is ook voor gemeenten weer extra werk. Wij willen met de overheid werken aan een nieuwe regeling.)

Ad. 3: Looptijd-onafhankelijke-vergoeding

Wij pleiten ervoor om bij schuldenbewinden over te stappen naar een looptijdonafhankelijk tarief, waarbij ook nog gekeken kan worden naar andere bijzondere vergoedingen voor bepaalde handelingen, zoals dossieroverdracht naar schuldhulpverlening, of nazorg/recidive-begeleiding. Dit vormt tegelijkertijd een prikkel om voortgang te boeken (want looptijdonafhankelijk), wat de gedachte dat bewindvoerders hun cliënten onnodig lang vasthouden, zou moeten doen verstommen. Aanvullend op een looptijdonafhankelijk tarief, zou dit ook gecombineerd kunnen worden met een extra beloning voor het extra werk dat schuldenbewinden vraagt. Zo zou je wellicht, als alternatieve gedachte, ook alleen nog maar uit kunnen gaan van reguliere bewinden, met opties voor bepaalde werkzaamheden. Het ‘schuldendeel’ wat nu bepaalt dat iemand onder schuldenbewind komt, kan zo’n optie zijn. Zie ook ad 7.
Voorbeeld Looptijdonafhankelijke vergoeding: Normaal bewind = 125,53 per maand. Schuldenbewind = 162,44. Verschil = 36,91. Dit verschil maal 36 maanden(?) = 1328,76 euro of met 60 maanden = 2214,60 euro als eenmalige vergoeding voor de begeleiding naar schuldhulpverlening.

Ad. 4: Alternatieve financieringsbron

Gemeenten en bewindvoerders moeten onafhankelijk van elkaar staan; de bewindvoerder is er in de eerste plaats voor om de belangen van zijn of haar cliënt te behartigen. Bewindvoerders én gemeenten zouden zich niet druk hoeven te maken over de financiering/bekostiging van het bewind. Praktijk is dat gemeenten veel geld kwijt zijn aan beschermingsbewind, het aanvragen van bijzondere bijstand soms complex is cq gemaakt wordt en als het niet op tijd gebeurt (wat soms niet eens mogelijk is!), de bewindvoerder soms zelfs niet eens betaald wordt voor bepaalde handelingen. Vanwege de gevoeligheid over wel-betalen-maar-niet-bepalen en de forse uitnutting van de bijzondere bijstand, zou de Raad voor de Rechtsbijstand, die ook de financiering van de Wsnp-bewindvoerders regelt, als alternatieve plek voor de financiering van beschermingsbewind kunnen zijn. Weg bij gemeenten, maakt ons inziens ook de weg vrij voor betere samenwerking binnen het lokale sociaal domein!

Ad. 5: Suggesties op kwaliteitsverbetering

Wij pleiten voor meer duidelijkheid over het minimumaantal uur te volgen scholing per jaar. Nu is één training van tien minuten bij wijze van spreken al voldoende. Als we eerlijk durven te kijken naar scholing dan is zestien uur per jaar niet heel gek, mits dit onafhankelijk is qua vorm (klassikaal, e-learning, gastspreker, seminars, etc.). Het proces van puntentoekenning zou belegd kunnen worden bij de brancheorganisaties. De brancheorganisaties zien nu ook al toe op de kwaliteit van aangeboden opleidingen en het behalen van PE-punten.

Ad. 6: Salaris bewindvoerder en bijbehorend tarief

Helaas zien wij als brancheorganisaties dat veel van onze medewerkers binnen een paar jaar een overstap maken naar gemeenten. Dit komt niet zozeer omdat ze het werk als bewindvoerder niet leuk vinden, maar omdat gemeenten nou eenmaal veel betere arbeidsvoorwaarden hebben. Ook de lagere werkdruk bij gemeenten speelt hierbij een rol. De werkzaamheden zijn echter vergelijkbaar en bovendien hebben gemeenten, schuldhulpverlening en bewindvoerders elkaar nodig. Daarom zou het salaris van de bewindvoerder meer in lijn moeten liggen met de salarissen zoals deze geboden worden bij gemeenten. Dit moet doorgerekend worden in de oorspronkelijke berekening van het tarief.

Ad. 7: Begeleiding zelfredzaamheid

Zodra een cliënt schuldenvrij is, moet er tijd beschikbaar gesteld worden voor begeleiding naar zelfredzaamheid om recidive te voorkomen. Er is een hoog recidivecijfer, dit neemt al toe doordat steeds vaker het bewind stop wordt gezet op het moment dat de schulden zijn opgelost. Bij het simpelweg verkorten van het schuldhulpverleningstraject zal het recidivecijfer waarschijnlijk nog meer toenemen. Om toch het verkorte schuldhulpverleningstraject te kunnen laten slagen, is zelfredzaamheidsbegeleiding van wezenlijk belang. Wij steken dan ook in om dit traject in te zetten op het moment van de afronding Msnp of na de “schone lei”-verklaring. Hier moet een onderzoek voor ingesteld worden over hoeveel uur meer beschikbaar moet komen en hoelang gemiddeld een traject duurt. Ook dient er een onafhankelijke tool te komen die zelfredzaamheid kan meten (MESIS-instrument is daarvoor een voorbeeld).

Tot slot

We hebben de ambtenaren van beide departementen met klem verzocht om binnen vier weken met een inhoudelijke reactie op onze voorstellen te komen. Duidelijkheid is geboden, nu de branche zo onder druk staat. Als partijen hebben we ook gevraagd om de beloning van mentoren niet te vergeten. Zij hebben, net als beschermingsbewindvoerders, te maken met onderbetaling en een 0-lijn in de indexatie.

Bovenstaande wordt uitgedragen door de NBBI en Horus.

Een interview met een kantonrechter van de rechtbank Noord-Nederland in Assen

Uit het archief

De samenwerking tussen de bewindvoerders en de rechtbank is in de afgelopen jaren flink verbeterd. Op welke manier zouden beide nog beter kunnen samenwerken?
“Het is lastig om met kortere lijnen te werken. We hebben in Noord-Nederland immers te maken met ruim tweehonderd bewindvoerderskantoren en daarnaast nog een groot aantal familiaire bewindvoerders. Daarbij worden wij als kantonrechter bewust wat afgeschermd. Ik vind dat de bewindvoerders al wel kortere lijnen hebben met de juridische medewerkers. Ik spoor onze medewerkers ook vaak aan om te bellen met bewindvoerders als er specifieke vragen zijn. Dit werkt vaak sneller en prettiger. Nogal eens worden formulieren niet goed aangeleverd. Er worden daardoor veel stukken heen en weer gestuurd, omdat zaken niet zijn ingevuld bijvoorbeeld.”

De beloning van de bewindvoerder is niet meer passend gezien de hoeveelheid werkzaamheden die wij de afgelopen jaren erbij hebben gekregen. Hoe kijkt u daar tegen aan?
“Dat geldt helaas overal, ook voor ons. Wij hebben eigenlijk meer mensen nodig om ons werk volgens de standaarden op een kwalitatief goede manier te doen. Dit geldt al helemaal voor bewind. Bewind is in het verleden een ondergeschoven kindje geweest, zowel in deze regio als in de Rechtspraak als geheel. We hebben onvoldoende budget gekregen om gelijke pas te houden met de groei. Deze groei was niet voorzien en tegelijkertijd werd er ook bezuinigd op de Rechtspraak. Je moet de schaarste dus verdelen en dan gaat strafrecht vaak voor. Het strafrecht heeft een grotere maatschappelijke impact en is dan ook voortdurend in het nieuws. Er werd afgeroomd bij de afdeling civiel en dus ook bij bewind. Zo wilde men het strafrecht goed in de steigers houden. Ook wij moeten dan een afweging gaan maken in het toegenomen werk en de beschikbare ondersteuning. We moeten dan gaan beknibbelen op onze kwaliteit, door bijvoorbeeld meer te delegeren dan wij eigenlijk willen en veel schriftelijk af te handelen. Heel veel zaken zie ik tegenwoordig niet meer. Je kunt je afvragen wanneer kwalitatief gezien de bodem bereikt is. Bewindvoerders worden hier ook mee geconfronteerd. Je wil kwaliteit leveren met een beloning die onvoldoende is voor het steeds meer groeiende takenpakket. Er is weliswaar een indexering op de beloning, maar die weegt niet op tegen het extra werk dat gedaan moet worden. In deze situatie ontkomen bewindvoerders er ook niet aan om bepaalde afwegingen maken. Neem je bijvoorbeeld Hbo-geschoolden aan, of zoek je het meer in de administratieve ondersteuning? “

Wat delegeren jullie allemaal?
“Wij hebben drie niveaus, namelijk de administratie, de juridisch medewerkers en de rechters. De werkzaamheden waarbij het gaat om de controle van de rekening en verantwoordingen (R&V), vallen nu onder de administratieve ondersteuning. Dat geldt ook voor het opvragen van de vijfjaarlijkse evaluaties. Je kunt erover twisten of het beoordelen van de rapportages wel een taak is voor de administratieve ondersteuning. Maar veel kan worden gedelegeerd. Indien er onduidelijkheden zijn dan gaat de R&V naar de juridisch medewerker. Die is bevoegd om meer beslissingen te nemen en kan ook de bewindvoerder uitnodigen voor een gesprek. Gelukkig speelt dit bij professionele bewindvoerders niet zo vaak, maar bij familiaire bewindvoerders juist heel veel. Dikwijls weten mensen te weinig af van het maken van een rekening en verantwoording. Als er dan nog geen duidelijkheid komt op onze vragen dan gaan we ‘opschalen’ en komt de zaak op zitting bij de kantonrechter. Heel veel dossierwerk, en met name het schriftelijk afdoen, zijn bij ons gedelegeerd aan de juridisch medewerker. Dat gebeurt bijvoorbeeld al bij het instellen van schuldenbewinden.

Bewindsvoeringszaken met keurige schuldenlijsten en akkoordverklaringen van rechthebbenden en anderen en een professionele bewindvoerder doen wij schriftelijk af. Deze zaken zie ik zelf dus helemaal niet meer.”

Zal de rechtbank in de toekomst meer tijd krijgen voor toezicht in bewindvoeringszaken?
“Dat gaat er hopelijk wel komen, maar daarvoor heb je mensen nodig en die hebben wij nu niet. Het moet immers uit de lengte of uit de breedte komen. Als we dat zouden willen doen dan zouden wij op andere taken moeten inperken om hier mensen voor vrij te maken. Afgesproken is dat wij zeker op het gebied van schuldenbewinden meer gaan doen. Als bij de eerste rekening en verantwoording al duidelijk is dat de schuldenlast nog steeds hetzelfde is als bij aanvang van het bewind, dan gaan wij vragen stellen. Juist omdat een schuldenbewind uitgesproken wordt voor vijf jaar, zou in principe na een of twee jaar de zaak aangemeld moeten kunnen zijn bij de gemeente voor een schuldenregeling. Als wij in de vervolgrapportages hier niets over lezen dan gaan wij hierover vragen stellen.”

Moet het uitvoeren van een schuldenbewind een taak van een bewindvoerder of van de gemeente zijn?
“Dat maakt mij eigenlijk niks uit. Ik vind toezicht sowieso geen rechterlijke taak. Wij moeten oordelen bij geschillen en geen toezicht houden. Pas als er een geschil ontstaat, kun je bij de rechter komen en die zegt: ‘Zo zit het volgens mij en zo moet u verder gaan.’ Dat hoort bij het rechterlijke werk. De wetgever heeft echter besloten dat wij een toezichthoudende functie erbij hebben. Rond 1980 is bewind in het Burgerlijk Wetboek gekomen, toen voornamelijk gericht op de
familiaire bewinden. “

“Destijds deden een aantal gemeenten zelf het beschermingsbewind voor hun inwoners maar door de groeiende aantallen en complexiteit werd het voor de gemeenten te veel. Die wilden het vervolgens niet meer zelf doen en lieten het over aan de markt of kozen ervoor om het te gaan outsourcen. “

Schuldenbewinden
“De oorzaak van het ontstaan van deze schuldenbewinden ligt, denk ik, bij de gemeenten. Die hebben de taak ten aanzien van de schuldenproblematiek niet opgepakt of konden het niet aan, terwijl die krachtens de wet wel aan hen toebehoorde. De toenmalige rechtbank Assen heeft zich heel lang op het standpunt gesteld dat het bij schulden niet om een lichamelijke of geestelijke toestand gaat. De rechtbank sprak daarom überhaupt geen schuldenbewinden uit. De rechtbank Groningen, alsook vele andere rechtbanken, deden dat al wel. Assen was een van de laatste rechtbanken die uiteindelijk ook overstag ging. In 2014 heeft de wetgever de grondslag van het
schuldenbewind in het BW opgenomen, wat in feite een codificatie van de praktijk was. We hebben daarom nu twee soorten bewinden. Bewind in verband met een lichamelijke en/of geestelijke toestand en het schuldenbewind. “

“Om terug te komen op de vraag wie het schuldenbewind behoort uit te voeren: als gemeenten het evengoed kunnen doen als private bewindvoerderskantoren, vind ik dat prima. Zij hebben immers de wettelijke taak om voor hun inwoners te zorgen. Daarbij heeft de gemeente bovendien het voordeel dat zij op multidisciplinaire wijze
aan de schuldenproblematiek kan werken. Het gaat immers ook dikwijls om multi-probleemgezinnen. Als er een partij is die de regie kan voeren over een gezin, dan is het de gemeente. “

“Gemeenten, en met name de gemeente Groningen, beweren dat ze dit werk net zo goed en goedkoper kunnen doen. Dat laatste geloof ik niet zo snel. Ik heb nog geen gemeente gezien die efficiënter en goedkoper weet te werken dan een private bewindvoerder. Ik ben het ermee eens als de gemeente zegt: ‘Wij betalen bijzondere bijstand maar hebben geen enkel zicht op wat er in het dossier gebeurt’. Dat is een terecht punt, maar dat heb je als gemeente aan jezelf te wijten. Eigenlijk moet je niet bij de bewindvoerders aankloppen, maar bij de rechtbank en vragen wat voor toezicht zij eigenlijk op de dossiers houdt.”

Wie zou er volgens u toezicht moeten houden?
“Ik vind het toezicht geen rechterlijke taak en zou er voor pleiten om hiervoor een apart orgaan in het leven te roepen.”

Maakt u zich zorgen over het toezicht van de rechtbank?
“Wij hebben een aantal moeilijke jaren achter de rug, maar door de digitalisering beginnen wij er nu steeds meer grip op te krijgen. Wij hebben de werkprocessen inmiddels beter georganiseerd. In 2013-2014 ontstonden enorme achterstanden in het toezicht, omdat wij de groei niet zagen aankomen. Bovendien mochten we van de Raad voor de Rechtspraak geen nieuwe medewerkers aannemen. Henk Jongsma, teamleider in Assen, heeft zich hiertegen met succes verzet. Op een gegeven moment zag het bestuur ook de noodzaak in en gelukkig hebben we toen het beleid echt goed weten neer te zetten.”

Zelfredzaamheid is een hot item tegenwoordig; je hoort het overal. Als bewindvoerder word je geacht hieraan te werken. Hoe kijkt u tegen zelfredzaamheid aan.

“Zelfredzaamheid is enerzijds een containerbegrip. De Rechtspraak heeft hier heel lang geen aandacht voor gehad, omdat wij volop bezig waren onze eigen processen op orde te krijgen. Wij hebben nu gelukkig voldoende mensen en is de wet geëvalueerd door het Bureau Bartels. Uit deze evaluatie kwam voort dat zodra het bewind eindigt de betrokkene ook de kans moet hebben gehad om het zelf te leren. Toen ontstond er ook meer aandacht voor zelfredzaamheid. Ook wij vinden dat heel belangrijk en we gaan hier meer vragen over stellen tijdens onze tweejaarlijkse gesprekken met de bewindvoerderskantoren. Sommige kantoren hebben stappenplannen, terwijl andere kantoren aan maatwerk de voorkeur geven. Wat wij van alle bewindvoerders horen, is dat er bij de betrokkene in het hoofd geen ruimte is om aan zelfredzaamheid te werken zolang er nog schulden zijn. Het heeft pas zin als de schulden zijn gesaneerd, maar dan krijg je de situatie dat de grond voor de onderbewindstelling is komen te vervallen.

Mr. G.J.J. Smits is in Noord-Nederland terecht gekomen als sectorvoorzitter Kanton onder de vorige organisatiestructuur van de Rechtspraak. Er waren toen nog sectoren: Straf, Civiel, Bestuur en Kanton. In 2011 is hij gestopt met het sectorvoorzitterschap en is hij kantonrechter geworden in de rechtbank in Assen. Daar is hij zich steeds meer gaan bezighouden met curatele, bewind en mentorschap. In 2013 is hij gevraagd om deel uit te maken van de landelijke Expertgroep CBM

Reactie op brief indexatie wettelijke vertegenwoordigers

Uit het archief
Vorig jaar hebben wij het Ministerie aangeschreven om kenbaar te maken dat het uitblijven van een indexatie voor wettelijke vertegenwoordigers mogelijk voor grote problemen in de branche gaat zorgen. De Minister van Rechtsbescherming heeft in zijn brief aangegeven dat onze brief zijn aandacht heeft en verwacht in het eerste kwartaal van 2023 met een inhoudelijk antwoord te kunnen komen. Hopelijk krijgt de branche van wettelijke vertegenwoordigers binnenkort een positief geluid te horen.

Tarieven bewindvoering 2023

Uit het archief

De nieuwe tarieven voor 2023 zijn op 13 oktober 2021 bekend gemaakt, zijn voor 2023 gelijk gebleven en wij hebben ze alvast voor jullie doorgerekend (inclusief BTW). Onderstaand zijn de tarieven.​​

Bewindvoering

Eenpersoonsbewind
Standaard: € 125,53
Problematische schulden: €162,44
​Opstartkosten: € 709,06​

Tweepersoonsbewind
Standaard: € 150,54
Problematische schulden een persoon: € 172,72
Problematische schulden beide personen: € 194,81
​Opstartkosten: € 850,63

De opstartkosten worden verlaagd indien de bewindvoerder voorafgaand aan het bewind budgetbeheer heeft gevoerd:
Bij eenpersoonbewind € 531,19
Bij tweepersoonsbewind € 636,46
Bij een van de tweepersoonsbewinden € 745,36

​Extra werkzaamheden
Uurloon: € 88,61
Opstellen Eindrekening en Verantwoording 1P: € 266,20
Opstellen Eindrekening en Verantwoording 2P: € 319,44
PGB-beheer: € 664,29
Woningontruiming, verkoop of verhuizing bij geen mentor: € 442,86

Is de bewindvoerder ook benoemd tot mentor, zie dan de tarieven voor curatele.

Mentorschap

Eenpersoons mentorschap
Standaard: € 125,53
Psychische problemen 18-23 jaar: € 162,44
Opstartkosten: € 709,06

Tweepersoons mentorschap
Standaard: € 225,96
Psychische problemen 18-23 jaar een persoon: € 258,94
Psychische problemen 18-23 jaar beide personen: € 292,31
Opstartkosten: € 1275,34

Extra werkzaamheden
Uurloon:  € 88,61
PGB-beheer: € 664,29
Verhuizing: € 442,86

Is de mentor ook benoemd als bewindvoerder, zie dan de tarieven voor curatele.

Curatele

Eenpersoons curatele
Standaard: € 225,96
Problematische schulden: € 258,94
Jeugdhulp 18-23 jaar: € 258,94
Problematische schulden + jeugdhulp 18-23 jaar: € 292,31
Opstartkosten: € 1275,34

Tweepersoons curatele
Standaard: €326,19
Problematische schulden (1P): € 344,75
Problematische schulden (2P): € 363,20
Jeugdhulp 18-23 jaar (1P): € 355,84
Jeugdhulp 18-23 jaar (2P): € 385,38
Problematische schulden (1P)+ jeugdhulp 18-23 jaar (1P): € 374,29
Problematische schulden (2P)+ jeugdhulp 18-23 jaar (2P): € 422,29
Problematische schulden (1P)+ jeugdhulp 18-23 jaar (2P): € 403,73
Problematische schulden (2P)+ jeugdhulp 18-23 jaar (1P): € 392,64
Opstartkosten: € 1842,83

De opstartkosten worden verlaagd indien de curator voorafgaand aan het curatele budgetbeheer heeft gevoerd:
Bij eenpersoons curatele € 1116,83
Bij tweepersoons curatele € 1664,96
Bij een van de tweepersoons curatelen € 1753,29

Extra werkzaamheden
Uurloon: € 88,61
Opstellen Eindrekening en Verantwoording 1P: € 266,20
Opstellen Eindrekening en Verantwoording 2P: € 319,44
PGB-beheer: € 664,29
Woningontruiming, verkoop of verhuizing: € 442,86

​Bron: Staatscourant

Update indexatie en gesprekken met ministeries

Uit het archief

Onlangs hebben wij namens de betrokken brancheorganisaties een brief gestuurd naar de betrokken bewindspersonen van Szw en J&V om hen aan te spreken over (het achterwege blijven van) de indexatie van vergoedingen voor wettelijk vertegenwoordigers. Gelukkig is hier snel op gereageerd en hadden we ook een overleg gepland staan met een brede afvaardiging van ambtenaren. In dit gesprek werd duidelijk dat men onze bezwaren erkent en heel goed begrijpt. Zoals wellicht te verwachten konden zij ons (nog) niets beloven en daarom zijn we als branche allesbehalve gerust.

Volgend op dit overleg was een aangekondigd gesprek met de minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen, Carola Schouten. Met haar hadden we graag opnieuw aandacht gevraagd voor onze zorgen, en wens te komen tot een snelle tegemoetkoming. Dit gesprek stond gepland op donderdag 10 november en is helaas afgezegd omdat de minister naar de Tweede Kamer moest inzake het pensioendebat.

Uiteraard hebben we begrip voor de overvolle agenda van minister Schouten en de prioriteiten daarin. Dat neemt onze zorgen niet weg. Wij doen daarom vanuit de hele branche opnieuw een gezamenlijke oproep:

Wij vinden het erg jammer dat de afspraak niet door is gegaan. Uiteraard hebben we alle begrip voor de overbezette agenda van minister Schouten. Graag willen wij, Horus, NVVK, NBBI en NBPM, wel attenderen op de komende verlengingsronde voor de bijzondere-bijstand-aanvragen naar gemeenten, die wettelijk vertegenwoordigers altijd uitvoeren in december. De eventuele verhoging die nog doorgevoerd gaat worden zou dan voor 1 december bekend gemaakt moeten worden. Anders levert dit ook bij gemeentes extra correctiewerk op.

Indien een online meeting niet meer mogelijk is voor 1 december, dan stellen wij voor om een eerste voorschot te geven op de verhoging die anders eind 2023 toch ingevoerd gaat worden. Niemand zit namelijk te wachten op een verhoging eind 2023 van ruim tien procent. Daarnaast plannen wij graag vervolggesprekken, om met beide bewindspersonen tot afspraken te komen om voor 1 juli 2023 nog een definitieve verhogingsronde door te kunnen voeren. Hiermee is de eerste druk wat van de ketel, zodat er bij wettelijk vertegenwoordigers enige ademruimte ontstaat en zij hun personeel toch een kleine salarisverhoging kunnen geven. Gezien de huidige economische omstandigheden wijzen we op het grote belang dat ook voor onze sector een gepaste verhoging van de salarissen per 1-1-2023 doorgevoerd kan worden.

Reactie Horus, NBBI en NBPB op conceptrapport SEO

Uit het archief

Vorige week kregen wij het conceptrapport van SEO Economisch Onderzoek over de financiering en bekostiging van schuldenbewind onder ogen. Als brancheverenigingen Horus, NBBI en Beroepsvereniging NBPB reageerden we hier gezamenlijk op door middel van een brief aan het onderzoeksbureau ​met daarin een aantal aanbevelingen.

Wij gaan ervan uit dat onze input meegenomen wordt in de verdere uitwerking van het concept en houden je op de hoogte van verdere ontwikkelingen over dit onderzoek.

In de brief vertellen we dat we het onderzoek van SEO als een belangrijke stap zien om de samenwerking tussen branche, Rijk, rechtspraak en gemeenten te versterken. Ook zien we een mogelijkheid om nu duidelijk te krijgen op welke manier de inzet van de branche ook geldelijk gewaardeerd mag en zou moeten worden.

En toch; we kunnen ons maar gedeeltelijk vinden in de uitkomsten van het onderzoek. Daarom roepen we gezamenlijk op om tot oplossingen te komen. Ten eerste is dit een redelijke verhoging van het aantal uren voor verschillende dossiers en ten tweede een beter gesprek over hoe we toekomstbestendig zorgen dat onze belangrijke taak goed blijft bestaan.

Indexatie tarieven

Uit het archief

1 november 2022

Zojuist heeft een eerste overleg plaatsgevonden inzake de indexatie van onze tarieven. De ministeries verontschuldigen zich voor het gebrek aan communicatie, men had eerder op onze zorgen moeten ingaan. Het probleem inzake de indexering speelt bij meerdere juridische beroepsgroepen waar bewindvoering er één van is. Het probleem dat nu ontstaat binnen het werkveld is duidelijk gemaakt en er wordt getracht de noodzaak duidelijk te maken bij de verantwoordelijke bewindspersonen. Er is verzocht of het mogelijk is om de verhoging van 2024 deels naar 2023 te halen. Op 10 november zal een gesprek met de Minister volgen, dit zal een doorslaggevend moment zijn. Wij hebben ook gevraagd om te kijken naar andere oplossingen als een financiële oplossing definitief niet mogelijk is. Hierbij kan gedacht worden aan aanpassingen in de uitvoering van bepaalde werkzaamheden.

28 oktober 2022

We verstuurden een brief naar minister Schouten en minister Weerwind namens de gehele branche als reactie op het bericht over de indexatie tarieven beschermingsbewind, mentorschap en curatele 2023. Gezamenlijk met BBW Beroepsvereniging Bewindvoerders Wsnp, Horus, Beroepsvereniging NBPB, NBPM en de NVVK branchevereniging voor schuldhulpverlening, bewindvoering en sociaal bankieren willen we onderstrepen het hier niet mee eens te zijn en willen een verbeterde indexatie voor komend jaar afdwingen.

Onderzoek financieringssystematiek en beloning van schuldenbewind

Uit het archief

Vanuit het LOBCM zullen de NBBI en NBPB deelnemen aan en starten met het onderzoek naar de financieringssystematiek en beloning van schuldenbewind. Na meerdere gesprekken hierover heeft het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid opdracht gegeven aan SEO Economisch Onderzoek om met ons hierover dieper in gesprek te gaan o.a. middels interviews. Hierbij wordt samengewerkt met het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) en met Roeland van Geuns, specialist op het gebied van armoede en schulden.

De eerste stap van het onderzoek bestaat uit het in kaart brengen van de huidige situatie en het inventariseren van voor- en nadelen en knelpunten.