Algemeen
29 augustus 2025
Een rechter moet altijd de mogelijkheid hebben om voor een beschermingsbewind te kiezen, zelfs als een gemeente vindt dat dit overdreven is.
Gemeentelijke regie op bewindvoering gaat te ver. De rechter moet onafhankelijk beslissen om kwetsbaren te beschermen waar gemeenten tekortschieten.
‘Gemeenten krijgen de regie over bewindvoering’, stellen GroenLinks en de PvdA voor in hun nieuwe verkiezingsprogramma. Betere samenwerking tussen gemeenten, bewindvoerders én de rechtbanken is prima. Maar een beschermingsbewind blijft een onmisbaar vangnet dat de rechter zelfstandig moet kunnen inzetten, juist in die gevallen waar de gemeente de deur voor kwetsbare groepen dichthoudt.
Het beschermingsbewind is in de jaren tachtig van de vorige eeuw ingevoerd voor mensen die niet in staat zijn hun financiën zelfstandig op orde te houden. Een door de rechter benoemde wettelijk vertegenwoordiger neemt dan het stuur over. Aanvankelijk dacht de overheid daarbij vooral aan bewindvoerders uit de persoonlijke kring, maar gaandeweg zijn er steeds meer professionele bewindvoerders gekomen. Hetzelfde geldt voor mentoren en curatoren die kwetsbare mensen ondersteunen. Na de invoering van het schuldenbewind in 2014 is het aantal beschermingsbewinden sterk gestegen. Omdat schuldenbewinden uit de bijzondere bijstand worden betaald als mensen dat zelf niet kunnen, zien veel gemeenten het beslag van deze bewinden op het budget voor de bijzondere bijstand flink toenemen.
Kwetsbare mensen die een beschermingsbewind nodig hebben om overeind te blijven, hebben recht op optimale samenwerking tussen alle instanties die hen daarbij kunnen helpen
Vanuit het financiële belang dat gemeenten hebben, is het begrijpelijk dat de vraag opkomt of de rechter niet te makkelijk een bewind oplegt en een lichter en goedkoper instrument een alternatief biedt. Ook zouden veel gemeenten graag door de rechtbank worden geraadpleegd vóórdat een schuldenbewind wordt uitgesproken. Daarnaast willen gemeenten afspraken met bewindvoerders maken, met name rond een soepele instroom van bewind naar schuldhulpverlening.
Meer samenwerking en overleg tussen gemeenten, rechtbanken en bewindvoerders is een goede zaak. Daarom is het verstandig dat de Rijksoverheid momenteel onderzoekt of het adviesrecht van gemeenten verbeterd kan worden. We zouden ook eens kunnen kijken naar de financiering, zoals GroenLinks en PvdA bepleiten, zodat de rekening niet eenzijdig bij de gemeente terechtkomt. Bovendien sluiten steeds meer gemeenten convenanten af met bewindvoerders en dat leidt tot meer wederzijds vertrouwen en betere resultaten. Veel gemeenten zien en waarderen het werk van bewindvoerders inmiddels als een onmisbare aanvulling op het gemeentelijke aanbod.
Gemeentelijke regie over bewindvoering, zoals GroenLinks en PvdA willen, gaat een brug te ver. Natuurlijk is het goed te bekijken of een beschermingsbewind de beste maatregel is om mensen te helpen. Een beschermingsbewind grijpt diep in op de persoonlijke levenssfeer van kwetsbare mensen. Zij raken de vrijheid om over hun eigen geld te beschikken vrijwel volledig kwijt. Een beschermingsbewind kan daarom alleen gelden als ‘laatste remedie’.
Toch moet een rechter altijd de mogelijkheid hebben om voor een beschermingsbewind te kiezen, zelfs als een gemeente vindt dat dit overdreven is. Een schuldenbewind komt vaak pas in beeld nadat mensen bij de gemeentelijke schuldhulpverlening niet terechtkunnen. Die extra bescherming als de gemeente geen thuis geeft, was ook precies de bedoeling van de wetgever.
Kwetsbare mensen die een beschermingsbewind nodig hebben om overeind te blijven, hebben recht op optimale samenwerking tussen alle instanties die hen daarbij kunnen helpen. Discussies over wie daarbij de baas is, helpen niemand.