Btw

Omzetbelasting, beter bekend als btw, is een onderwerp dat al jarenlang voor discussie zorgde binnen de branche van bewindvoerders, mentoren, curatoren en inkomensbeheerders.

Een complex thema voor wettelijk vertegenwoordigers en inkomensbeheerders

Bewindvoerders, mentoren, curatoren en inkomensbeheerders, de groep professionals die zich inzet voor de belangen van kwetsbare mensen, hadden jarenlang te maken met onduidelijkheid en wisselende regelgeving rondom de btw-plicht. Uitspraken en beleidsbesluiten riepen voortdurend nieuwe vragen op en gaven niet genoeg duidelijkheid.

De btw-plicht: jarenlange onduidelijkheid

Voor bewindvoerders, mentoren, curatoren en inkomensbeheerders is btw een belangrijk thema, omdat het direct invloed heeft op hun financiële positie en de kosten voor hun cliënten. Lange tijd was er onduidelijkheid over de vraag of hun dienstverlening btw-plichtig is.
De uitspraak van de Hoge Raad op 14 april 2023 bracht hierin een keerpunt. De Hoge Raad bepaalde dat de bestaande btw-vrijstelling voor instellingen zonder winstoogmerk te ruim was geformuleerd en in strijd met de wet. Dit leidde tot consternatie: winstbeogende ondernemingen zouden 21% btw in rekening moeten brengen, wat de kosten voor cliënten aanzienlijk zou verhogen.

Als reactie hierop publiceerde de staatssecretaris van Financiën een beleidsbesluit, waarin werd vastgelegd dat dienstverlening gericht op beschermingsbewind, curatele, mentorschap en budgetbeheer vrijgesteld blijft van btw. Winstbeogende ondernemingen – te onderscheiden van winstgenererende – mochten deze vrijstelling toepassen, maar zijn hiertoe niet verplicht.
Dit zorgde echter voor verwarring. Brancheorganisaties, zoals Aegis, pleitten daarom voor een verplichte vrijstelling voor de hele sector, mits er compensatie komt voor het verlies aan vooraftrek van btw. Zonder deze compensatie dreigden financiële problemen voor veel kantoren, omdat zij btw op bijvoorbeeld kantoorkosten niet langer konden terugvorderen.

Fiscale verzamelweg 2026

In december 2025 werd de Fiscale verzamelwet 2026 aangenomen door de Eerste Kamer. Deze is op 1 januari 2026 in werking getreden. Volgens deze wet zijn de diensten van bewindvoerders, mentoren en curatoren per 1 januari 2026 verplicht vrijgesteld van btw.

Dit leek ook te gelden voor de diensten van ‘budgetbeheer die niet vallen onder wettelijke bewindvoering’. De Belastingdienst geeft aan: ‘Bij budgetbeheer gaat het om werkzaamheden zoals genoemd in artikel 1 van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening. Deze werkzaamheden zijn bedoeld om problematische schulden te voorkomen. Ook als iemand nog geen problematische schulden heeft gehad’.

Aegis was er vrijwel zeker van dat de vrijstelling dus ook op budgetbeheer van toepassing is, maar vroeg dit na bij het Ministerie van Financiën.

Het verlossende antwoord

In september 2026 kwam het verlossende antwoord in de vorm van een brief van het ministerie: het ministerie bevestigde dat zelfstandig budgetbeheer/inkomensbeheer onder de btw-vrijstelling voor maatschappelijk werk kan vallen. Het gaat daarbij om de vorm van budgetbeheer zoals Aegis deze namens haar leden bij het ministerie heeft toegelicht. De dienstverlening richt zich op personen die vanwege bijvoorbeeld een verstandelijke beperking, psychosociale problematiek of beperkte financiële zelfredzaamheid tijdelijk of structureel niet goed in staat zijn hun financiële huishouding zelfstandig te voeren.

Het gaat dan om werkzaamheden zoals het inventariseren van inkomsten en uitgaven, het openen en beheren van een beheerrekening en het uitvoeren van betalingen voor vaste lasten en overige uitgaven. Belangrijk daarbij is dat het gaat om werkzaamheden die vergelijkbaar zijn met werkzaamheden die onze leden ook binnen beschermingsbewind, curatele of mentorschap uitvoeren. Ook vallen onder het hier bedoelde zelfstandige budgetbeheer geen werkzaamheden die onder de Wet op het financieel toezicht (Wft) vallen.

Het ministerie concludeert dat bij deze vorm van zelfstandig budgetbeheer/inkomensbeheer sprake is van diensten die nauw samenhangen met maatschappelijk werk en sociale zekerheid. Deze dienstverlening is daarmee btw-vrijgesteld op grond van post b.29 van Bijlage B bij het Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968.

En budgetbeheer in het kader van schuldhulpverlening?

Ook daarover geeft het ministerie duidelijkheid. Budgetbeheer/inkomensbeheer dat wordt verricht in het kader van schuldhulpverlening – gericht op het oplossen of voorkomen van problematische schulden – is eveneens vrijgesteld van btw. Daarvoor geldt de vrijstelling voor schuldhulpverlening van post b.33.

Er kunnen dus verschillende juridische grondslagen voor de vrijstelling bestaan. Voor de vorm van zelfstandig budgetbeheer/inkomensbeheer die Aegis namens haar leden aan het ministerie heeft voorgelegd, bevestigt het ministerie nu dat deze onder de vrijstelling voor maatschappelijk werk van post b.29 kan vallen.

Btw-vrijstelling kan ook gelden voor zzp’er die werkzaamheden uitvoert voor bewindvoerderskantoor

Kort nadat Aegis de brief van het ministerie ontving, kreeg een lid van Aegis een reactie van de Belastingdienst op een vraag die rechtstreeks aan de fiscus was gesteld. De vraag was of een zelfstandig bewindvoerder (zzp’er) die zich in onderaanneming laat inhuren door een ander bewindvoerderskantoor btw in rekening moet brengen over zijn of haar werkzaamheden. De Belastingdienst heeft in deze specifieke situatie schriftelijk het standpunt ingenomen dat de btw-vrijstelling van toepassing is. Daarbij kijkt de Belastingdienst nadrukkelijk naar de materiële aard van de werkzaamheden.

In de voorgelegde situatie verricht de zzp’er zelfstandig dossierinhoudelijke bewindvoerderswerkzaamheden. Het gaat bijvoorbeeld om het beheren van de boedel, het opstellen van de rekening en verantwoording en het onderhouden van contacten met de kantonrechter en cliënt. Volgens de Belastingdienst zijn dit essentiële en kenmerkende onderdelen van de vrijgestelde bewindvoerdersdienst.

Ook het feit dat de zzp’er als gekwalificeerd bewindvoerder aan de kwaliteitseisen van het Landelijk Kwaliteitsbureau Rechtspraak voldoet, is door de inspecteur meegewogen. Dat de werkzaamheden in onderaanneming voor een ander bewindvoerderskantoor worden verricht, verandert volgens de Belastingdienst de materiële en maatschappelijke aard van de dienstverlening niet. De conclusie in deze casus is dan ook dat de zzp’er over deze werkzaamheden geen btw in rekening hoeft te brengen aan het bewindvoerderskantoor.

Belangrijke kanttekening

Hoewel deze reactie interessant is voor andere leden die met zzp’ers of onderaannemers werken, betreft het een individuele standpuntbepaling van een belastinginspecteur. De Belastingdienst vermeldt in de brief uitdrukkelijk dat het standpunt is gebaseerd op de feiten en omstandigheden van deze specifieke situatie en dat andere belastingplichtigen hieraan geen rechten kunnen ontlenen. Het betekent dus niet automatisch dat iedere vorm van inhuur of ondersteuning door een zzp’er btw-vrijgesteld is. Met name de aard van de daadwerkelijk verrichte werkzaamheden en de positie/kwalificatie van de zzp’er lijken hierbij van belang.

Voor leden die in een vergelijkbare situatie verkeren, biedt deze reactie naar onze mening wel nuttige informatie over de wijze waarop de Belastingdienst naar dergelijke samenwerkingsconstructies kan kijken.
Leden van Aegis vinden op het ledenportaal van Aegis het gehele bericht over dit onderwerp.

Tijdlijn

  • September 2026

    Tools Tools

    Duidelijkheid vanuit Ministerie van Financiën

    In een brief laat het Ministerie van Financiën weten dat zelfstandig budgetbeheer/inkomensbeheer onder de btw-vrijstelling voor maatschappelijk werk kan vallen. Daarbij gaat het om dienstverlening die zich richt op personen die vanwege bijvoorbeeld een verstandelijke beperking, psychosociale problematiek of beperkte financiële zelfredzaamheid tijdelijk of structureel niet goed in staat zijn hun financiële huishouding zelfstandig te voeren.

    Het gaat dan om werkzaamheden zoals het inventariseren van inkomsten en uitgaven, het openen en beheren van een beheerrekening en het uitvoeren van betalingen voor vaste lasten en overige uitgaven. Belangrijk daarbij is dat het gaat om werkzaamheden die vergelijkbaar zijn met werkzaamheden die onze leden ook binnen beschermingsbewind, curatele of mentorschap uitvoeren. Ook vallen onder het hier bedoelde zelfstandige budgetbeheer geen werkzaamheden die onder de Wet op het financieel toezicht (Wft) vallen.

    Het ministerie concludeert dat bij deze vorm van zelfstandig budgetbeheer/inkomensbeheer sprake is van diensten die nauw samenhangen met maatschappelijk werk en sociale zekerheid. Deze dienstverlening is daarmee btw-vrijgesteld op grond van post b.29 van Bijlage B bij het Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968.

    Budgetbeheer/inkomensbeheer dat wordt verricht in het kader van schuldhulpverlening – gericht op het oplossen of voorkomen van problematische schulden – is eveneens vrijgesteld van btw. Daarvoor geldt de vrijstelling voor schuldhulpverlening van post b.33.

    Er kunnen dus verschillende juridische grondslagen voor de vrijstelling bestaan. Voor de vorm van zelfstandig budgetbeheer/inkomensbeheer die Aegis namens haar leden aan het ministerie heeft voorgelegd, bevestigt het ministerie nu dat deze onder de vrijstelling voor maatschappelijk werk van post b.29 kan vallen.

  • Februari 2026

    Tools Tools

    Aegis stuurt brief naar het ministerie over knelpunten rondom btw-vrijstelling

    Naar aanleiding van de uitkomsten van de Q&A die Aegis organiseerde over de btw-vrijstelling (zie punt hieronder), besloot Aegis een brief te sturen naar het Ministerie van Financiën over de verplichte btw-vrijstelling. De invoering van de btw-vrijstelling leidt namelijk tot serieuze uitdagingen voor veel van onze leden.

    In de brief vraagt Aegis aandacht voor met name de volgende punten:

    Financiële gevolgen van de overgang: Veel kantoren hebben de afgelopen jaren geïnvesteerd in hun onderneming en de btw hiervan teruggevraagd. Door de btw-vrijstelling kan (gedeeltelijke) terugbetaling nodig zijn, wat direct impact heeft op de liquiditeit. De momenteel genoemde compensatie (10,5%) wordt door veel leden niet als toereikend ervaren om de structurele effecten van het wegvallen van aftrek en mogelijke herzieningslasten op te vangen. In de brief vraagt Aegis daarom om flankerende maatregelen, zoals een tijdelijke overgangsregeling of compensatiefonds.

    Onduidelijkheid over de reikwijdte en afbakening van de btw-vrijstelling: De definitie van inkomensbeheer als onderdeel van schuldhulpverlening staat niet duidelijk genoeg omschreven, terwijl dit wel belangrijk is voor de btw-vrijstelling. Aegis pleit voor expliciete verduidelijking, zodat kantoren niet met uiteenlopende interpretaties en administratieve lasten worden geconfronteerd.

    Heldere communicatie: Tot slot vraagt Aegis in de brief om te zorgen voor heldere en eenduidige communicatie over de praktische uitvoering, zoals de verwerking bij ondernemingen die (nagenoeg) volledig vrijgesteld presteren, de gevolgen voor de btw-aangifteplicht en basisregels rondom facturatie bij vrijgestelde prestaties.

    Het doel van de brief aan het ministerie is dat de toepassing van de btw-vrijstelling beheersbaar, uitlegbaar en uitvoerbaar blijft voor alle betrokken professionals.

  • December 2025

    Tools Tools

    Fiscale verzamelwet 2026 aangenomen

    De Fiscale verzamelwet 2026 is aangenomen door de Eerste Kamer en treedt in werking per 1 januari 2026. Deze wet introduceert diverse wijzigingen in de belastingwetgeving, waaronder belangrijke aanpassingen voor verschillende vormen van schuldhulpverlening: de diensten van bewindvoerders, mentoren en curatoren zijn per 1 januari 2026 verplicht vrijgesteld van btw.
    Dit geldt ook, zo neemt Aegis aan, voor de diensten van budgetbeheer dat niet valt onder wettelijke bewindvoering. Zoals de Belastingdienst aangeeft: ‘Bij budgetbeheer gaat het om werkzaamheden zoals genoemd in artikel 1 van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening. Deze werkzaamheden zijn bedoeld om problematische schulden te voorkomen. Ook als iemand nog geen problematische schulden heeft gehad’.

    Leden van Aegis die alleen vrijstelde diensten leveren, kunnen zich bij de Belastingdienst afmelden voor het doen van btw-aangifte. Leden die vrijgestelde én belaste diensten leveren, blijven btw-aangifte doen. Aegis raadt aan om altijd met je boekhouder of accountant te overleggen voordat je een dergelijke beslissing neemt.

    Aegis organiseerde een online Q&A voor haar leden, in samenwerking met advies- en accountantskantoor Newtone. Leden konden tijdens deze Q&A vragen stellen over de btw-vrijstelling. Een verslag van deze bijeenkomst is voor leden in te zien op het ledenportaal.

  • Mei 2025

    Bespreking Kamerbrief CBM-sector verplaatst

    Vanwege een overvolle agenda heeft de Vaste Kamercommissie Justitie & Veiligheid deze week besloten om de voorgenomen bespreking op 24 april van de brief van het kabinet over de CBM-sector te verplaatsen. De bespreking is nu overgedragen aan de Vaste Kamercommissie Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Op 22 mei staat bij deze commissie een debat over armoedebeleid op de agenda. De verwachting is dat de brief over de CBM-sector aan de bespreekpunten zal worden toegevoegd. Mogelijk zal voor dat agendapunt ook staatssecretaris Teun Struycken (Rechtsbescherming) worden uitgenodigd, die de eerstverantwoordelijke is voor de CBM-sector, naast staatssecretaris Jurgen Nobel (Participatie en Integratie) die sowieso aan tafel zit. Aegis zal vanzelfsprekend verslag doen van het commissiedebat.

  • April 2025

    Twee voorstellen naar de Tweede Kamer

    Er komen twee voorstellen te liggen bij de Tweede Kamer. Het eerste voorstel bevat dat er vanaf 1 januari 2026 geen btw meer in rekening worden gebracht door de CBM-dienstverleners, maar ook kan er geen aftrek van btw meer plaatsvinden. Het tweede voorstel bevat dat de btw die vanaf 1 januari 2026 vrijgesteld wordt gedeeltelijk terug te laten vloeien naar de CBM-dienstverleners door de tarieven per 1 januari 2026 met 10,5% op te hogen. De ophoging van 10,5% is exclusief de reguliere indexatie en is een grote stap in de goede richting en geeft de organisaties meer financiële ruimte ten aanzien van de dossiers.”

  • Oktober 2024

    6

    Evaluatie voorstel quickfix met ministerie van Justitie en Veiligheid

    Dinsdag 22 oktober vond er een overleg plaats met het ministerie van Justitie en Veiligheid over de beloning in onze branche. Dit overleg vond plaats naar aanleiding van onze brief van 18 juli, waarin wij onder andere de btw-kwestie toelichtten. Tijdens het overleg zijn werkafspraken gemaakt voor de komende periode. Aegis blijft samen met de NVVK optrekken om tot een oplossing te komen voor het tijdtekort.

    Nu de werkzaamheden van curatoren, bewindvoerders en mentoren vrijgesteld worden van btw, ontstaat er voor velen een financieel nadeel, aangezien zij de btw eerder konden verrekenen. Hoewel de keuze voor deze vrijstelling inmiddels is gemaakt, moet de maatregel nog worden doorgevoerd. Dit zorgt voor onzekerheid over de daadwerkelijke impact. Tegelijkertijd biedt de vrijstelling ook financiële ruimte.

  • Augustus 2024

    7

    Indienen zienswijze internetconsultatie

    Brancheorganisaties NBBI en Horus (die sinds 1-1-2025 gefuseerd zijn en sindsdien Aegis heten) hebben hun zorgen geuit over de voorgestelde wijziging in de Fiscale Verzamelwet 2026 betreffende de btw-vrijstelling. Via een internetconsultatie hebben we uiteengezet welke problemen onze leden kunnen ondervinden; het verlies van btw-aftrek, verhoogde administratieve lasten en de noodzaak van compensatie voor btw op aanschafkosten van bedrijfsmiddelen. Ook stellen we oplossingen voor en verzoeken we om duidelijke richtlijnen en ondersteuning bij de implementatie van deze wijziging.

    In het verlengde van deze wijziging willen we eerdere gesprekken laten herleven, waarbij we onder meer willen spreken over het herbeleggen van de vrijgekomen 21% in onze tarieven, zodat er een btw-compensatie komt en er ook ruimte is voor een eerste compensatie in onze uren/tarieven.

  • Juli 2024

    8

    Kennisgeving internetconsultatie

    De afgelopen maanden spraken de brancheorganisaties met verschillende stakeholders over de mogelijke gevolgen van btw-jurisprudentie op de schuldhulpverlening (naar aanleiding van een uitspraak van de Hoge Raad in maart 2023). Op basis van de uitkomsten van de gesprekken werkten we aan een wetsvoorstel dat er – kort gezegd – voor gaat zorgen dat de btw-vrijstelling (verplicht) van toepassing is, ongeacht of de dienstverlener wel of geen winst beoogt.

    Dit wetsvoorstel is nu op internet ter consultatie aangeboden. De brancheorganisaties gaan hierop reageren.

  • Maart 2024

    9

    Verkenningsgesprek aanpassing wet omzetbelasting

    Het ministerie van Financiën, DG Fiscale Zaken, is bezig de mogelijke gevolgen van btw-jurisprudentie op de schuldhulpverlening te verkennen. Daarbij gaat het in het bijzonder om het arrest van de Hoge Raad dat aanleiding was voor het beleidsbesluit van afgelopen jaar.

    Kort gezegd wil het ministerie boven water krijgen of de schuldhulpverlening met een (verplichte) btw-vrijstelling gediend zou zijn. Daarvoor wil het in gesprek gaan met betrokken brancheorganisaties.

  • Oktober 2023

    10

    Voorstel herstructurering beloning

    De brancheorganisaties stellen in een quick-fix aan het ministerie voor om de btw op diensten gerelateerd aan beschermingsbewind, curatele, mentorschap en inkomensbeheer te schrappen en de hierdoor vrijkomende middelen aan te wenden als compensatie. In het quick-fix-document zetten we gedetailleerd uiteen hoe deze herstructurering tot stand kan komen, rekening houdend met de diverse financiële facetten en relevante wet- en regelgeving.

  • September 2023

    11

    Situatiebespreking met ministeries J&V en SZW

    We zien een verstorende werking op de markt ontstaan, waarbij kantoren (maar ook cliënten) niet meer weten wat ze in rekening moeten brengen/betalen. Ook zal bij een stijgend tarief beschermingsbewind voor de overgrote meerderheid (cliënten/gemeenten) onbetaalbaar worden. Door btw-vrijstelling te verlenen en daarbij een compensatiestelling in te voeren, blijft beschermingsbewind ook voor de komende jaren betaalbaar. Ons verzoek is om btw-vrijstelling per 1-1-2024 door te voeren.

  • April 2023

    12

    Beleidsbesluit Staatssecretaris van Financiën en uitspraak Hoge Raad

    Het Beleidsbesluit van de Staatssecretaris van Financiën bevat twee (buitenwettelijke) goedkeuringen. De eerste goedkeuring ziet op het winstoogmerk criterium, de tweede goedkeuring ziet op het verleden.
    Voor de vraag wat de huidige positie is van beschermingsbewindvoerders voor de omzetbelasting is de stand nu als volgt. De Hoge Raad (14 april 2023) geeft aan dat de dienst die door een beschermingsbewindvoerder wordt verricht is vrijgesteld van btw. Daarnaast geeft de Hoge Raad aan dat de bepaling omtrent het winstoogmerk in het Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968 onverbindend is.
    Met de eerste goedkeuring in het Beleidsbesluit geeft de staatssecretaris de mogelijkheid aan winstbeogende beschermingsbewindvoerders om de vrijstelling toch toe te passen (als zij dat willen). Winstbeogende bewindvoerders die btw-belast hun diensten willen leveren, kunnen dat blijven doen door de goedkeuring niet te gebruiken. Op grond van de wettelijke regeling zijn hun diensten belast met btw. Niet-winstbeogende bewindvoerders hebben geen keuze; hun diensten zijn vrijgesteld van btw. Afhankelijk van individuele omstandigheden kunnen de gevolgen voor het verleden verschillend zijn.

  • Oktober 2020

    13

    Schuldenbewindvoering volgens Hof Den Haag vrijgesteld van btw

    In een uitspraak van 8 oktober 2020 (Fida 20206840: Hof Den Haag 8 oktober 2020 BK-20/00452) oordeelt het Gerechtshof Den Haag dat de diensten van een schuldenbewindvoerder zijn vrijgesteld van de heffing van btw.

    Samenvatting: De activiteiten van bedrijf X bestonden uit bewindvoering. Zij was bij beschikking door de kantonrechter aangewezen als bewindvoerder en ontving voor haar werkzaamheden een vergoeding. De inspecteur was van mening dat de activiteiten van X niet onder de sociaal-culturele vrijstelling van artikel 11, lid 1, onderdeel f, Wet OB vielen en legde naheffingsaanslagen btw op.

    X ging in beroep. Rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van X ongegrond. X ging met succes in hoger beroep. Hof Den Haag stelde X in het gelijk. Volgens het Hof waren de werkzaamheden van X niet anders te kwalificeren dan als prestaties die waren te rangschikken onder de vrijstelling van artikel 11, lid 1, onderdeel f, Wet OB, zowel op grond van de tekst van de nationale bepalingen als op grond van de kennelijke bedoeling van de aan de nationale vrijstelling ten grondslag liggende richtlijnbepaling, die sprak van diensten die nauw samenhingen met maatschappelijk werk en met sociale zekerheid.

    De werkzaamheden van X die naar het karakter en de inhoud van sociale aard waren, waren volgens het Hof te kwalificeren als door een instelling als zodanig verrichte diensten van schuldhulpverlening. Volgens het Hof moesten de werkzaamheden, ook door de onderlinge verwevenheid, als een eenheid worden aangemerkt en vormden deze voor de heffing van btw zowel afzonderlijk als tezamen, gelet ook op aard, inhoud en samenhang, met maatschappelijk werk nauw samenhangende werkzaamheden. Het doorslaggevende element in het karakter van de werkzaamheden werd vooral gevormd door de opzet en de bedoeling van de op basis van de betrokken regelgeving uitgevoerde als schuldhulpverlening aan te merken activiteiten, te meer omdat de werkzaamheden waren gericht op het verlenen van hulp aan de betrokken personen bij het weer op de rit krijgen van het dagelijkse leven waar het de aanpak en de oplossing van problemen betrof in gevallen waarin het ging om voor de betrokkenen onoverkomelijke schuldproblemen en waar hulp zoals door X werd geboden onontbeerlijk was. Het Hof verklaarde het hoger beroep van X gegrond.

Resultaat van onze gesprekken

Wij zijn blij dat er hiermee duidelijkheid is gekomen over een onderwerp waarover binnen de branche veel vragen bestonden.

Aegis adviseert leden om de brief van het Ministerie van Financiën goed te bewaren. Mocht er bij de toepassing van de vrijstelling een verschil van inzicht ontstaan met een belastinginspecteur, dan kan deze schriftelijke bevestiging worden gebruikt om het standpunt te onderbouwen.

Leden van Aegis kunnen via deze link naar de brief van het Ministerie van Financiën op het ledenportaal
Meer weten over dit onderwerp? Neem contact met ons op.

Thema’s

Convenanten

Convenanten zijn een sleutel tot effectieve samenwerking in onze branche. Bij Aegis zetten we ons in om uniforme...

Kwaliteit dienstverlening

De kwaliteit van de dienstverlening is de ruggengraat van het werk van ons leden. Het waarborgt het vertrouwen...

Regeling beloning

De beloning van wettelijk vertegenwoordigers is een cruciaal thema voor Aegis. Het bepaalt niet alleen de waardering voor...

Zelfredzaamheid

Zelfredzaamheid is een kernwaarde in het werk van wettelijk vertegenwoordigers en inkomensbeheerders. Bij Aegis zetten we ons in...

Schulden

Schulden vormen een groeiende uitdaging in Nederland, met verstrekkende gevolgen voor individuen en de samenleving. Aegis heeft alle...

Btw

Omzetbelasting, beter bekend als btw, is een onderwerp dat al jarenlang voor discussie zorgde binnen de branche van...

Vroegsignalering en fraudepreventie

Vroegsignalering en fraudepreventie zijn cruciale onderwerpen binnen de wereld van wettelijk vertegenwoordigers en inkomensbeheerders. Bij Aegis staan we...

Hoe kunnen wij jou helpen?

Wil je lid worden van Aegis, heb je een vraag over de branche of wil je meer weten over wat Aegis doet? Neem contact met ons op.