Algemeen
Convenanten
Kwaliteit dienstverlening
20 maart 2026
Door Jan-Willem Wits, adviseur public affairs
Ruim 8.600 Nederlanders wisten op woensdag 18 maart (of kort daarna) of ze een plek in de gemeenteraad van hun woonplaats kregen of konden behouden. Het is niet bepaald een politieke functie waarvoor mensen massaal in de rij staan. Afhankelijk van de grootte van de gemeente is het vaak veel werk. Er zijn fractievergaderingen, commissievergadering en natuurlijk de vergadering van de gemeenteraad als geheel. Dan heb je nog de eindeloze stroom aan stukken, af en toe een werkbezoek en de ledenvergaderingen van je eigen partij.
Ook omdat steeds minder mensen lid zijn van een politieke partij is het vinden van mensen die in de gemeenteraad willen en kunnen aanschuiven daarom een lastige klus. Het kost je al snel twintig uur per week en daar staat een zeer bescheiden vergoeding tegenover. De meeste raadsleden hebben er nog een betaalde baan naast. Ga er maar aan staan. Zeker als je ook nog een gezin met (jonge) kinderen hebt of een carrière aan het opbouwen bent.
Zakkenvullers!
Wat niet meehelpt, is dat er nou niet echt talloze juichende kiezers langs de weg staan als de lokale volksvertegenwoordigers naar de raadszaal lopen. Er is vast wel iemand die het leuk vindt, maar veel lokale politici beschouwen ook het ‘flyeren’ tijdens de plaatselijke verkiezingscampagne als corvee waar weinig eer aan valt te behalen. De meeste mensen behandelen je als opdringerige Jehovah’s Getuige en lopen stug door. Sommigen worden zelfs agressief. “Er komen zeker weer verkiezingen aan dat je je op straat durft te vertonen! Anders zien we jullie nooit! Zakkenvullers!”. Gezelligheid. Ook lokale verkiezingsdebatten worden meestal alleen bezocht door partijleden die hun eigen kandidaten komen steunen. Veel kiezers geloven het wel en laten hun keuze toch vooral bepalen door wat er in Den Haag gebeurt.
Bewegingsruimte
Misschien nog wel het lastigste van lokale politiek bedrijven, is dat je zo weinig bewegingsruimte hebt om echt beleid te maken. Ik ben zelf betrokken geweest bij de collegeonderhandelingen voor een van de grote steden. De verkiezingen hadden de kaarten binnen de raad behoorlijk opgeschud en de grootste en nogal felle oppositiepartij stond te trappelen om het nu helemaal anders te gaan doen. Totdat de hoogste financiële ambtenaar aanschoof die zuinigjes een paar miljoen op tafel legde na de vraag hoeveel ruimte er was voor nieuw beleid. Een snelle rekenaar merkte verbijsterd op: ‘Maar dat is nauwelijks één procent van de totale begroting!?’. Klopt, bevestigde de ambtenaar. De rest van het geld zat vast in eerdere toezeggingen, structurele personeelskosten, landelijke regelingen, huisvesting en gemeentelijke voorzieningen zoals speeltuinen en het wagenpark van de plaatselijke vuilnisdienst.
Hoofdpijndossier
Het grootste hoofdpijndossier is daarbij het sociaal domein, dat in veel gemeenten meer dan de helft van de begroting opeet. Met name de jeugdzorg blijft steeds meer geld vragen, met een verwachte jaarlijkse groei van negen procent in de komende jaren! In 2000 kreeg één kind in iedere schoolklas jeugdzorg. Volgens deskundigen ligt dat in 2029 op negen kinderen… Omdat het gaat om wettelijke aanspraken en indicatiestellers buiten de gemeentelijke organisatie, valt er door de gemeente nauwelijks op te sturen. De financiële bijdrage van het Rijk groeit niet mee. Integendeel, vanaf 2028 wordt een forse bezuiniging verwacht.
Gaten met gaten vullen
Het gevaar is groot dat steeds meer gemeenten het ene gat in het sociaal domein gaan vullen door ergens anders gaten te slaan. Dat doen ze al volop. En dat terwijl je juist zou willen dat kwetsbare groepen worden gestut met integraal beleid, bijvoorbeeld door inkomensondersteuning te bieden voor arme gezinnen zodat problemen bij de kinderen kunnen worden voorkomen die weer leiden tot extra kosten voor jeugdzorg. Ook de betere samenwerking tussen gemeenten en bewindvoerders door de convenanten kan weer onder druk komen te staan wanneer gemeenten moeten bezuinigen op de schuldhulpverlening waardoor de doorstroming van bewind naar schuldhulp gaat haperen. Je kunt het vervolg al uittekenen.
Roze olifant
De roze olifant in de kamer van het sociaal domein lijkt dat er steeds meer aarzelingen komen of de decentralisatie van het sociaal domein die ruim tien jaar geleden op gang kwam met de invoering van onder andere de Wmo, de Jeugdwet en de Participatiewet wel heeft bereikt wat werd beoogd. Daarvoor waarschuwde het SCP al in 2020 en sindsdien is het er niet beter op geworden. De gemeente zou meer maatwerk kunnen bieden en er zouden synergievoordelen ontstaan, was het idee. Maar door onbegrensde aanspraken wettelijk te borgen en structureel onvoldoende geld vanuit het Rijk lopen gemeenten tegen een muur aan die niet wil wijken.
Postcode
Ook het nieuwe kabinet lijkt het heilige geloof in de decentralisatie te hebben opgegeven. Iedereen moet rond kunnen komen ongeacht je postcode, staat er in het coalitieakkoord, en daarom wil het kabinet een ‘basisniveau’ van aanvullende gemeentelijke regelingen en een ‘uniformering’ van armoede-, schulden- en re-integratiebeleid. Als Aegis steunen we dit van harte omdat iedere CBM-professional veel te veel tijd kwijt is in het doorgronden van gemeentelijke regelingen die overal net een beetje anders zijn. Laat staan wanneer je het als burger moet doen zonder professionele hulp.
Confectiewerk
Maar het eerlijke verhaal is wel dat als het kabinet inzet op stroomlijning en uniformering het hele idee van gemeentelijke autonomie om het sociaal domein in te richten steeds verder onder druk komt te staan. Dan kunnen we beter opnieuw aan de tekentafel gaan onderzoeken hoe we kwetsbare mensen zo goed mogelijk kunnen ondersteunen. Het maatpak dat met landelijke decentralisatiewetten aan gemeenten is verkocht, is steeds meer goedkoop confectiewerk geworden. Dat knelt.
Titanic
In het sociaal domein beginnen meerdere Titanics op ramkoers naar elkaar toe varen. Daar kunnen, of misschien gewoon zullen, ook wij last van krijgen. Toch kan een fundamentele herijking van het sociaal domein voor de relatie tussen CBM-professionals en gemeenten eveneens een kans opleveren.
Kwaliteit
Het gesprek tussen gemeenten, bewindvoerders en mentoren over de ondersteuning van kwetsbare burgers en hoe gemeenten en CBM-professionals daarbij het beste kunnen samenwerken, is in het verleden altijd sterk gekleurd geweest door de gevolgen voor de bijzondere bijstand-kas. Vanuit gemeenteperspectief is dat begrijpelijk. Sommige gemeenten dachten zelfs goedkoper uit te zijn door het zelf te gaan doen. Wanneer we dat gesprek niet meer hoeven te voeren, kunnen we het eindelijk gaan hebben waar het over zou moeten gaan: kwaliteit.
Neem bij vragen of opmerkingen rondom politiek en lobby contact op met Jan-Willem Wits: jwits@aegis.nl of 06 131 621 36.