“Waar hebben we nou eigenlijk naar zitten kijken?!”, vroeg menig commentator zich af na Prinsjesdag en de algemene politieke beschouwingen, het belangrijkste politieke debat van het jaar. “De sfeer was goed”, klonk het in politiek Den Haag. Dat is fijn. Alleen kwam het inhoudelijk niet veel verder dan de vraag of het minderheidskabinet nu ‘over links of over rechts’ naar politieke steun zou zoeken voor haar plannen. Zelfs wat die plannen dan precies zijn, bleef onduidelijk, vooral omdat naar verluidt daarover binnen de coalitie nog volop wordt gebakkeleid. 

Volgens het AD ging het kabinet de afgelopen maand “langs de rand van de afgrond”. Meerdere bewindspersonen klapten in de krant op anonieme basis uit de school over het vermeende gebrek aan regie van premier Rob Jetten, met uitspraken zoals “hij staat vooraan als het goed gaat, achteraan als het moeilijk wordt”. Dit soort muiterij is ongekend in het Haagse en zal de onderlinge verhoudingen geen goed doen. Iedereen bezweert dat de val van het kabinet een blamage zou zijn en nieuwe verkiezingen alleen maar tot nog meer politieke versplintering. Om dit te voorkomen, is het risico groot dat het kabinet daarom gewoon met de armen over elkaar gaat zitten. Wanneer je niet beweegt, kan je ook niet struikelen of vallen…

Zwevende kiezer

Mogelijk gaat er nu bij sommige lezers een ‘boomer-alarm’ af, maar het contrast tussen de aanhoudende chaos van nu en de politieke situatie in de vorige eeuw begint pijnlijke proporties aan te nemen. Voordat ik in 1988 overstapte naar de mooiste studie die je aan een universiteit kunt volgen (theologie), heb ik twee jaar politicologie gedaan. Daar maakte ik kennis met het fenomeen van de ‘zwevende kiezer’. Dat was destijds sinds jaar en dag een bescheiden groep van zo’n tien procent van het electoraat die geen vaste band had met een bepaalde politieke partij. Ze konden wel een beslissende wending geven aan de stemverhoudingen binnen de Tweede Kamer en daarmee aan de kleur van de coalitie. Heel af en toe was er een golfje in het kalme electorale water, zoals bij de eerste keer dat D66 aan de verkiezingen deelnam en in 1967 vanuit het niets opeens met zeven zetels (!) de Kamer binnenkwam. Ophef alom!

Continuïteit

De stabiele politieke verhoudingen waren voor onze tijd misschien akelig saai maar zorgden er wel voor dat de opeenvolgende kabinetten in konden zetten op de lange termijn en continuïteit van beleid in de transformatie van het Nederland na de Tweede Wereldoorlog: ongekende economische vooruitgang, de opbouw van de verzorgingsstaat, professionalisering van het onderwijs en de zorg, sociale woningbouw, grote infrastructurele projecten zoals de Deltawerken, en de hervorming van de agrarische sector van een lappendeken aan keuterboertjes tot een van de meest productieve landbouwlanden ter wereld.

Ambitie

Het nieuwe kabinet blaakte van ambitie om met steun van een ruime meerderheid in de Tweede en Eerste Kamer met soortgelijke hervormingen aan de slag te gaan. “Een van de belangrijkste vragen is of mensen er nog op vertrouwen dat politiek en overheid hun problemen ook echt oplossen. Het is een gezamenlijke opdracht aan parlement en regering om ervoor te zorgen dat die vraag vaker met ‘ja’ wordt beantwoord”, zei de koning nog hoopvol in de Troonrede. Maar met een instabiel kabinet dat intern verdeeld is en oppositiepartijen die achteroverleunen totdat helder is hoe zij (royaal) worden beloond voor hun politieke steun, is er geen enkele zekerheid dat er ook echt iets in beweging komt. Wanneer de toekomst van een kabinet aan een zijden draadje hangt, gaan de partijadviseurs aan de slag om de beste exitstrategie te bepalen. Ingewikkelde compromissen die de partijkleur doen verbleken, zijn dan even niet opportuun. ‘Wij hebben hier een streep getrokken’, doet het in campagnetijd een stuk beter.

Flipperkast

Het is te makkelijk om alleen politici de schuld te geven dat er zo weinig uit hun handen komt. Met verkiezingen die meer lijken op een electorale flipperkast dan op een bestendige uitspraak van de kiezers over de gewenste koers van het land, is het niet vreemd dat politieke partijen steeds wanhopiger zoeken hoe zij de gunst van de kiezers kunnen winnen. Inmiddels zit volgens schattingen de helft van het electoraat (!) in de categorie ‘zwevende kiezers’ en lijken veel mensen verkiezingen als een soort politieke Tinder te beschouwen, waarbij zij voortdurend hun voorkeuren veranderen. Zie NSC die met twintig zetels in de Kamer kwam en twee jaar later volledig van het Haagse podium verdween.

Crisismanagement

Het gevolg van deze politieke constellatie is wel dat alles op slot zit. Daar hebben wij ook last van. Na een veelbelovende brief over de CBM-sector die het toenmalige kabinet anderhalf jaar geleden naar de Kamer stuurde, werd het oorverdovend stil. Ook van andere ketenpartijen horen wij dat het bestaande stelsel van wettelijke vertegenwoordiging echt aan een fundamentele herziening toe is. Het piept en kraakt aan alle kanten. CBM-professionals komen niet uit met hun uren, er is sprake van hoog ziekteverzuim en onvervulde vacatures. Daardoor komt de kwaliteit van ons werk onder druk te staan. De samenwerking met gemeenten is een stuk verbeterd maar er zijn nog steeds te grote verschillen tussen gemeenten onderling. Veel mensen komen eerder van hun schulden af maar er is weinig aandacht voor het voorkomen van recidive. En moeten we de financiering van wettelijke vertegenwoordiging wel blijven koppelen aan de bijzondere bijstand van gemeenten of zouden we het moeten integreren in een breder stelsel voor de ondersteuning van mensen met een beperking? Over de probleemanalyse bestaat best veel eensgezindheid, al wordt er verschillend gedacht over de oplossingsrichtingen. Maar we moeten het er wel over hebben. Dat echte gesprek blijft nu uit, mede vanwege de instabiele politieke situatie. Wanneer de landelijke politiek alleen maar bezig blijft met intern crisismanagement komen we geen stap verder.

Bolkestein

Oud-VVD-partijleider Frits Bolkestein zei al eens: “Hoe saaier de politiek, hoe gelukkiger het land”. Het mag in politiek Den Haag wel weer een stuk saaier worden.

Neem bij vragen of opmerkingen rondom politiek en lobby contact op met Jan-Willem Wits: jwits@aegis.nl of 06 131 621 36.